日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘verbinden’
日蘭辭典 (trefwoord)
atsumari
(集まり) zn. (1) [集合] samenkomen; bijeenkomen. (2) [凝結] samenpakken; zich verbinden. (3) [會議] vergaderen. (4) [集中] zich concentreeren.
yakusoku約束
zn. belofte v.; overeenkomst v.; verbintenis v.; voorwaarde (條件) v. ¶ 約束の時間 het overeengekomen uur. ¶ 約束を守る belofte houden; woord houden. ¶ 約束を守る人 man van zijn woord. ¶ 約束する beloven; overeenkomen; zich verbinden; afspreken. ¶ 約束手形 promesse.
awaseru会せる
t.w. (1) [併せる] samenvoegen. (2) [數字を] optellen. (3) [結合] verbinden (4) [板等] lasschen. (5) [適合] in overeenstemming brengen; voegen naar (6) [重ねる] op elkaar leggen (7) [比較する] vergelijken; naast elkaar leggen. ¶ 三と五を合せる drie bij vijf optellen; ¶ 縫合せる aan elkaar naaien; vastnaaien. ¶ 望遠鏡を目に合せる verrekijker instellen.¶ 誰にでも調子を合せる met iedereen goede maatjes zijn. ¶ 時計を合せる klok gelijkzetten. ¶ 譯文を原文と合せて見る vertaling en origineel vergelijken ¶ あの島は日本に併合された dat eiland is door Japan geannexeerd. ¶ 手を合せる de handen vouwen. ¶ 合せて bijeen; samen; allen; gezamenlijk; bovendien (其の上).
renraku連絡
zn. verbinding v.; connectie v.; aansluiting v. ¶ 國際連絡運輸 doorgaand internationaal verkeer. ¶ 連絡切符 doorgaand biljet. ¶ 學校連絡 aansluiting der scholen. ¶ 連絡ある samenhangend. ¶ 連絡なき onsamenhangend; zonder verband; geen aansluiting. ¶ 連絡する verbinden; verbinding vormen; aansluiten. ¶ 此の汽車汽船連絡して居る deze trein sluit aan op de boot; deze trein rijdt in aansluiting met de boot.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verbinden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
通ずる tsuuzuru (1) [natuurk.] doorlaten; geleiden; [電流を] onder stroom zetten; (2) duidelijk maken; bekendmaken; kenbaar maken; informeren; inlichten; doorgeven; op de hoogte brengen; kennis geven van; communiceren; overbrengen; [敵に] verraden; (3) [一年を] zich uitstrekken over; beslaan; bestrijken; omvatten; innemen; in beslag nemen; belopen; (4) [情けを] vreemdgaan; overspel plegen; [veroud.] achteruitslaan; (5) 10. inzenden; insturen; indienen; bezorgen; [名前; 名刺を] geven; (6) 11. [ラジオを] als medium gebruiken; ; (1) lopen; passeren; heen en weer gaan; voeren naar; leiden naar; uitgeven op; uitkomen op; toegang geven; verlenen tot; in verbinding staan met; communiceren; verbinden; aansluiten op; [電話が] verbinding; contact krijgen met; bereiken; (2) overkomen; begrepen worden; verstaan worden; duidelijk zijn; [言語が] gesproken worden; (3) bedreven zijn in; ervaren zijn in; geverseerd zijn in; vertrouwd zijn met; goed op de hoogte zijn van; goed ingelicht zijn over; thuis zijn in; z'n weetje weten van; bekend zijn met; goed kennen; veel afweten van; beheersen; (4) intieme omgang hebben; een affaire hebben met; in het geheim een liefdesverhouding hebben met; vreemdgaan; overspel plegen; [Barg.] eisjedies gaan; (5) [敵に] in verbinding staan met de vijand; onder een hoedje spelen; samenzweren; collaboreren; samenspannen; handjeklap doen; spelen; handjeklappen; gemene zaak maken; heulen met
繋げる tsunageru verbinden; aan elkaar binden; samenbinden; aankoppelen; aaneenkoppelen; samenkoppelen; koppelen
繋ぐ tsunagu (1) verbinden; aan elkaar binden; samenbinden; linken; in verband brengen (met); aaneenschakelen; aankoppelen; aaneenkoppelen; koppelen; samenkoppelen; aanvoegen; aan elkaar rijgen; vastmaken; vastbinden; vastkoppelen; vastleggen; tuieren; [鎖で] ketenen; [犬を] aanlijnen; [scheepv.] vastmeren; [scheepv.] (ver)tuien; [een paard voor een wagen enz.] spannen; [獄に] in de gevangenis zetten; opsluiten; vastzetten; gevangenzetten; kerkeren; [手を] de handen ineenslaan; elkaar de hand geven (om een kring te vormen enz.); (2) [comp.] aansluiten (op); inpluggen (in); [telef.] doorverbinden met; (3) [興味を] vasthouden; [命を] in leven blijven; [座を] z'n publiek blijven boeien; geboeid houden; [望みを] zich aan de hoop vastklampen; niet opgeven
接ぐ tsugu (1) verbinden; samenvoegen; bijeenvoegen; aaneenvoegen; bij elkaar voegen; zetten; aaneenzetten; [骨を] zetten; (2) [plantk.] enten
綴る tsuzuru (1) binden; rijgen; verbinden; aaneenrijgen; (2) schrijven; opstellen; maken; samenstellen; (3) spellen
結ぶ musubu (1) binden; verbinden; vastbinden; dichtbinden; knopen; dichtknopen; vastknopen; vastleggen; vastmaken; samenbrengen; voegen; samenvoegen; verenigen; aanbinden; aaneenvoegen; aaneensluiten; aansluiten; aaneenschakelen; koppelen; samenkoppelen; in verband brengen; relateren; (2) vormen; maken; [vrucht] dragen; [vriendschap enz.] sluiten; [betrekkingen enz.] aanknopen; [een coalitie enz.] aangaan; [de handen enz.] ineenslaan; [een contract enz.] afsluiten; (3) beëindigen; besluiten; afsluiten; (4) met de handen [water enz.] scheppen; met de handen opscheppen
組み合わす kumiawasu (1) verenigen; verbinden; combineren; samenvoegen; aaneenvoegen; samenstellen; bij elkaar doen passen; met elkaar matchen; (2) als tegenstander opstellen tegen; het doen opnemen tegen; tegenover elkaar stellen; tegen elkaar uitspelen
結合する ketsugousuru zich verenigen; samengaan; zich bij elkaar aansluiten; zich aaneensluiten; ; combineren; verenigen; verbinden; koppelen; aaneenkoppelen; samenvoegen; aaneenvoegen; aaneenknopen; [fig.] verknopen
包帯する houtaisuru verbinden; omzwachtelen; in een verband leggen
縛る shibaru (1) vastbinden; binden; bijeenbinden; samenbinden; opbinden; knevelen; knopen; sjorren; vastsjorren; vastknopen; vastmaken; vastleggen; vastsnoeren; [zeew.] beleggen; [m.b.t. scheepv.] seizen; dichtbinden; dichtsnoeren; dichtrijgen; [m.b.t. wonde] verbinden; afbinden; (2) [fig.] binden; [fig.] inbinden; beperken; [fig.] knevelen; [fig.] kluisteren; [fig.] boeien; [fig.] ketenen; beknotten; [uitdr.] de handen binden; [uitdr.] aan banden leggen
接続する setsuzokusuru verbinden; aansluiten; voegen (aan); aaneenvoegen; aaneensluiten; aaneenschakelen; aaneenkoppelen; (samen)koppelen; samenvoegen; verenigen; aankoppelen; ; aansluiten; aaneensluiten; samenkoppelen; [spoorw.] aansluiting hebben
リンクする rinkusuru koppelen; schakelen; verbinden; aankoppelen; aaneenkoppelen; aanschakelen; aaneenschakelen; [comp.] linken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.36 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'verbinden', strategie: exact). 
2005-2019