日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘verbinding’
日蘭辭典 (trefwoord)
renraku連絡
zn. verbinding v.; connectie v.; aansluiting v. ¶ 國際連絡運輸 doorgaand internationaal verkeer. ¶ 連絡切符 doorgaand biljet. ¶ 學校連絡 aansluiting der scholen. ¶ 連絡ある samenhangend. ¶ 連絡なき onsamenhangend; zonder verband; geen aansluiting. ¶ 連絡する verbinden; verbinding vormen; aansluiten. ¶ 此の汽車汽船連絡して居る deze trein sluit aan op de boot; deze trein rijdt in aansluiting met de boot.
kayou通ふ
i.w. heen en weer gaan; verbinding onderhouden; t.w. geregeld bezoeken.¶ 學校に通ふ school bezoeken. ¶ 此針金は電氣が通って居る deze draad is geladen met een electrische stroom. ¶ 斯船は上海長崎間を通ふ dit schip onderhoudt den dienst tusschen Shanghai en Nagasaki. ¶ 血も息も通って居るが正氣を失って居る hij ademt nog wel en zijn hart klopt nog wel maar hij is buiten bewustzijn.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verbinding>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
カップリングkappuringu (1) koppeling; verbinding; [i.h.b.] wagonkoppeling; (2) [techn.; chem.] koppeling; (3) koppelstuk; koppelmechanisme; (4) paring; copulatie
コロケーションkorokeeshyon [taalk.] collocatie; verbinding
コンタクトkontakuto (1) contact; verbinding; aanraking; (2) contactlens; [verk.] lens
ジャンクションjankushyon (1) verbinding; vereniging; koppeling; aansluiting; (2) [verkeers.] knooppunt; verkeersknooppunt; (3) [spraakk.] junctie
ジョイントjointo (1) verbindingsstuk; verbinding; (2) gezamenlijk; gemeenschappelijk; mede-
ラインrain (1) lijn; streep; (2) regel; (3) richtlijn; norm; (4) reeks; systeem; (5) [geneal.] lijn; linie; reeks; (6) grenslijn; scheidingslijn; scheidslijn; demarcatielijn; deellijn; omtreklijn; contour; (7) peil; niveau; (8) hiërarchische (bedrijfs)organisatie; lijn [van bureau -> afdeling -> sectie -> cel]; (9) productielijn; fabricagelijn; (10) [m.b.t. (internationaal) verkeer] lijn; verbinding; route; (11) (elektrisch) snoer; (12) hengel; [Belg.N.; niet alg.] lijn; (13) [veroud.; lengtemaat] lijn [= 1; 12 duim; ca. 2,12 mm]; (14) Rijn; (15) Rhine; Joseph Banks [Amerikaans parapsycholoog; 1895-1980]; (16) Lyne; Adrian [Brits regisseur; geb. 1941]
乗り継ぎnoritsugi [verkeers.] aansluiting; verbinding
交信koushin communicatie; contact; verbinding; correspondentie
交通koutsuu (1) verkeer; (2) verbinding; connectie; aansluiting; (3) communicatie; contact; uitwisseling van informatie; (4) omgang; het omgaan met mensen; vriendschappelijk verkeer; (5) transport; vervoer; handelsverkeer; handel
便bin (1) gelegenheid; opportuniteit; (2) post; brieven; [i.h.b.] postbestelling; (3) verbinding; dienst; lijn; [i.h.b.] vlucht; (4) [maatwoord voor verbindingen; lijnen]
化合物kagoubutsu [chem.] (scheikundige; chemische) verbinding
合わせ目awaseme (1) verbinding; voeg; las; (2) naad
合同goudou (1) samenvoeging; samensmelting; amalgamatie; vereniging; fusie; verbinding; combinatie; associatie; (2) [wisk.] congruentie; gelijkheid en gelijkvormigheid; (3) gezamenlijk; verenigd; geünifieerd; gecombineerd; gemeenschappelijk; collectief
接合setsugou (1) aaneenvoeging; aaneenzetting; aaneensluiting; verbinding; voeging; junctie; (2) [biol.] zygose; conjugatie
接続setsuzoku verbinding; aansluiting; (aan)koppeling; schakeling; (aaneen)voeging; aaneensluiting; samenvoeging; junctie; aaneenschakeling; conjunctie; [elektr.] naad; [elektr.] las
提携teikei onderlinge samenwerking; coöperatie; verbinding; samenwerkingsverband; alliantie; associatie
番いtsugai (1) paar; stel; koppel; span; (2) groep; ploeg; troep; ensemble; team; toom; (3) partner; wederhelft; (4) ploegendienst; shift; (5) verbinding; verbindingsstuk; voeg; (6) gewricht; geleding; scharnier; (7) moment; gelegenheid; (8) [maatwoord voor groepen; ploegen]
組合せ ; 組み合わせ ; 組合わせkumiawase (1) combinatie; verbinding; samengang; vereniging; (2) wedstrijd; wedkamp; match; (3) (in de wiskunde; als onderdeel van de kansberekening) combinatierekening
結びmusubi (1) knoop; strik; verbinding; (2) einde; eind; slot; besluit; (3) [cul.] rijstballetje; rijst uit het vuistje
結び付きmusubitsuki relatie; betrekking; connectie; verband; band; verbinding
結合ketsugou combinatie; vereniging; verbinding; koppeling; aaneensluiting; samenvoeging; aaneenvoeging
継目 ; 続目tsugime verbindingsstuk; verbinding; voeg; las; naad
総合sougou synthese; verbinding; combinatie; [fil.] colligatie
繋がり ; 繋tsunagari (1) verband; betrekking; relatie; binding; link; band; verhouding; connectie; verbinding; [i.h.b.] betrokkenheid; (2) verwantschap; parentage; filiatie; maagschap(sband)
繋ぎtsunagi (1) verbinding; binding; bindsel; band; (2) overbrugging; tussenstuk; verbindingsstuk; overgang; lapmiddel; opvulling; stopper; (3) interim; interimaris; invaller; substituut; (4) collecte; inzameling; (5) bindmiddel; (6) [kabuki] pauzemuziek; entr'acte; (7) [muz.] instrumentaal intermezzo; (8) [geldw.] hedging; (9) overall; ketelpak
通ずるtsuuzuru (1) lopen; passeren; heen en weer gaan; voeren naar; leiden naar; uitgeven op; uitkomen op; toegang geven; verlenen tot; in verbinding staan met; communiceren; verbinden; aansluiten op; [電話が] verbinding; contact krijgen met; bereiken; (2) overkomen; begrepen worden; verstaan worden; duidelijk zijn; [言語が] gesproken worden; (3) bedreven zijn in; ervaren zijn in; geverseerd zijn in; vertrouwd zijn met; goed op de hoogte zijn van; goed ingelicht zijn over; thuis zijn in; z'n weetje weten van; bekend zijn met; goed kennen; veel afweten van; beheersen; (4) intieme omgang hebben; een affaire hebben met; in het geheim een liefdesverhouding hebben met; vreemdgaan; overspel plegen; [Barg.] eisjedies gaan; (5) [敵に] in verbinding staan met de vijand; onder een hoedje spelen; samenzweren; collaboreren; samenspannen; handjeklap doen; spelen; handjeklappen; gemene zaak maken; heulen met; (6) [natuurk.] doorlaten; geleiden; [電流を] onder stroom zetten; (7) duidelijk maken; bekendmaken; kenbaar maken; informeren; inlichten; doorgeven; op de hoogte brengen; kennis geven van; communiceren; overbrengen; [敵に] verraden; (8) [一年を] zich uitstrekken over; beslaan; bestrijken; omvatten; innemen; in beslag nemen; belopen; (9) [情けを] vreemdgaan; overspel plegen; [veroud.] achteruitslaan; (10) inzenden; insturen; indienen; bezorgen; [名前; 名刺を] geven; (11) [ラジオを] als medium gebruiken
連合rengou verbond; vereniging; bond; associatie; unie; federatie; confederatie; liga; alliantie; combine; combinatie; kartel; verbinding; samenvoeging; coalitie; consociatie
連絡renraku (1) verbinding; aansluiting; koppeling; schakeling; (2) contact; [m.b.t. leger] liaison; connectie; band; voeling; aanraking; (3) communicatie; correspondentie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'verbinding', strategie: exact). 
2005-2023