日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘verblijven’
日蘭辭典 (trefwoord)
gaman我慢
zn. (1) [持續] volharding v.; uithouding v. (2) [忍耐] geduld o.; duldzaamheid v. (3) [忍容] verdraagzaamheid v. (4) [自制] zelfbedwang o. (5) [勘辨] pardon o. ¶ 堪忍袋の緖を切る niet langer kunnen verduren. ¶ 我慢する volhouden; standvastig geduld oefenen; dulden; verblijven; duren; zich beheerschen; ¶ 我慢出來ぬ ondragelijk; onduldbaar. ¶ 我慢強い stoicijns; geduldig.
kyojū居住
zn. verblijf o.; ingezetenschap v. ¶ 居住權 recht van verblijf. ¶ 居住者 ingezetene; inwoner. ¶ 居住する wonen; ingezeten zijn. ¶ 居住地 woonplaats.
zaijū在住
zn. verblijf o. ¶ 在住の woonachtig; ingezeten.
tomaru止る
i.w. ophouden; stoppen; eindigen; verblijven; logeeren (泊る). ¶ 止まれ halt! stop! ¶ 兒がとまる zwanger worden. ¶ が止まる zijn stem kwijt zijn. ¶ に留まる de aandacht trekken. ¶ 停まらず zonder te stoppen.
shukuhaku宿泊
zn. nachtverblijf o.; logies o. ¶ 宿泊さす logeeren; onderdak geven. ¶ 宿泊する logeeren; den nacht verblijven. ¶ 宿泊人 logé; logeergast; (下宿屋の) kostganger; commensaal. ¶ 宿泊料 logeerkosten. ¶ 賄附宿泊料 vergoeding voor kost en inwoning.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verblijven>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
住まうsumau (1) wonen; verblijven; (2) [ton.] neerzitten; gezeten zijn
住む ; 棲む ; 栖むsumu wonen; leven; huizen; bewonen; bevolken; verblijf houden; verblijven; onderdak hebben; [oneig.] resideren
侍りhaberi (1) [hum.] zijn; zich bevinden; verblijven; (2) [hoff.] zijn; zich bevinden; verblijven; (3) [drukt een ervaring uit]; (4) […はべり] [neutrale of duratieve hoffelijkheidsuitgang]; (5) […はべり] [drukt een ervaring uit]
候ふsaburafu (1) dienen; bedienen; ten dienste staan; (2) [hum.] bezoeken; zich begeven naar; toegaan naar; (3) [hum.] in het bezit zijn van; (4) [hoff.] zich bevinden; verblijven; vertoeven; (5) […さぶらふ] [hulpwerkwoordelijke hoffelijkheidsvariant van aru]; (6) […さぶらふ] [hulpwerkwoordelijke hoffelijkheidsuitgang]
在住するzaijuusuru verblijven; zich ophouden; wonen
在留するzairyuusuru verblijf houden; verblijven; wonen; z'n woonplaats hebben; resideren
宿りするyadorisuru (1) logeren; verblijven; (2) wonen; verblijf houden; resideren
宿るyadoru (1) logeren; overnachten; (2) verblijven; vertoeven; zich ophouden; [鳥が] roesten; [露が] rusten op; (3) huizen in; wonen in; schuilen in; (4) in de moederschoot zitten; (5) zich vestigen; neerstrijken; onderdak vinden; z'n intrek nemen; (6) [plantk.] teren op; parasiteren op
宿泊するshyukuhakusuru logeren; verblijf houden [in een hotel enz.]; zijn verblijf hebben; verblijven; doorbrengen; [fig.] bivakkeren; [fig.; uitdr.] zijn bivak opslaan; te gast zijn; [i.h.b.] overnachten; [i.h.b.] hun kwartier hebben; [i.h.b.] kwartier maken
居るiru (1) zijn; zich bevinden; bestaan; staan; liggen; (2) wonen; verblijven; leven; resideren; zetelen; (3) aanwezig zijn; present zijn; tegenwoordig zijn; in de buurt zijn; thuis zijn; (4) [m.b.t. bloedverwanten; bv. broers of zusters] hebben; (5) [m.b.t. dieren] leven; voorkomen; aangetroffen worden [in een bepaalde habitat]
居住するkyojuusuru wonen; verblijf houden; verblijven; [niet alg.] resideren
居留するkyoryuusuru verblijf houden; verblijven; wonen; zich ophouden; zich vestigen
tou (1) [sportt.] het werpen; worp; het gooien; gooi; (2) [honkb.] pitchers; werpers; (3) worp; gooi; (a) gooien; begooien; (b) inwerpen; (c) eruit gooien; wegwerpen; opgeven; (d) toedienen; toesturen; (e) afstemmen; samenvallen; (f) blijven; verblijven
投じるtoujiru (1) zich werpen; zich gooien; zich storten; (2) [グループに] meedoen; zich aansluiten; (3) [人気に] aanslaan; [機に] aangrijpen; (4) [敵に] capituleren; zich overgeven; (5) [宿に] logeren; verblijven; doorbrengen; (6) gooien; werpen; (7) investeren; storten; besteden; (8) [一票を] uitbrengen; stemmen
投ずるtouzuru (1) [敵軍に] zich overgeven; capituleren; zwichten; (2) [時流に] meegaan; meedoen; te baat nemen; gebruik maken van; aangrijpen; inspelen op; benutten; (3) [意気相~] passen; overeenkomen; overeenstemmen; op één lijn zitten; klikken; (4) [旅宿に] logeren; verblijven; doorbrengen; z'n intrek nemen; (5) [直球を] werpen; gooien; smijten; keilen; (6) [白票を] uitbrengen; deponeren; [獄に] ingooien; inwerpen; (7) [身を] zich werpen op; zich storten in; zich inzetten voor; zich wijden aan; [Belg.N.] zich smijten; (8) [影; 光を] tot ver vooruit werpen; (9) [資金を] verstrekken; investeren; besteden; beleggen; steken in; (10) [薬餌を] toedienen
止まる ; 留まる ; 停まるtodomaru (1) blijven; aanblijven; in stand blijven; zich handhaven; zich staande houden; [form.] toeven; [m.n. in briefstijl] verblijven; [lit.t.] beiden; (2) blijven bij; zich beperken tot; volstaan met; zich houden aan; niet meer doen dan
泊まるtomaru (1) verblijven; logeren; doorbrengen; overblijven; aanleggen; zich ophouden; pleisteren; [inform.] blijven; [i.h.b.] bivakkeren; (2) aanleggen; afmeren; voor anker gaan; voor de wal komen; ten anker gaan liggen; (3) de waakdienst hebben; een nachtdienst draaien; in de nachtdienst zitten
滞在するtaizaisuru verblijven; verblijf houden; zich ophouden; logeren; vertoeven; toeven; te gast zijn; [form.] verwijlen
留まるtomaru (1) op zijn plaats blijven; vast blijven zitten; houden; (2) [m.b.t. vogels]) roesten; zich ophouden; pleisteren; neerstrijken; neerkomen; landen; gaan zitten; (3) blijven; verblijven; doorbrengen; (4) [i.c.m. 目に] opgemerkt blijven; [i.c.m. 心に] in het geheugen gegrift staan
chuu (1) residerend in; gevestigd te; (a) parkeren; stallen; (b) verblijven; [i.h.b.] resideren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'verblijven', strategie: exact). 
2005-2021