日蘭辭典+

18 resultaten voor ‘vergezellen’
日蘭辭典 (trefwoord)
tomo
zn. vriend m.; makker m.; kameraad m. ¶ とする te vriend houden. ¶ ......とになる bevriend worden met; vriendschap sluiten. ¶ reisgenoot; reismakker; reisgezelschap. ¶ お伴する begeleiden; gezelschap houden vergezellen.
yuku行く
(iku) i.w. (1) [赴く] gaan; zich begeven naar. (2) [逝く] sterven. (3) [步く] wandelen; loopen. ¶ 外國行く naar het buitenland gaan. ¶ 行け ga weg! ¶ と一緖行く vergezellen; meegaan met. ¶ 本通を行く de hoofdstraat volgen. ¶ 同じ行く denzelfden weg gaan.
tomonau伴ふ
i.w. (1) [連れて行く] zich doen vergezellen door; t.w. medenemen. i.w. (2) [隨伴する] vergezellen; meegaan. ¶ 人を伴ふ iemand medenemen; met iemand meegaan. ¶ 妻子を伴って met zijn familie. ¶ 時勢に伴ふ met zijn tijd meegaan. ¶ 病氣には伴ふ de ziekte gaat gepaard met koorts.
shitagau從ふ
(従う) i.w. (1) [降服] gehoorzamen. t.w. (2) [追隨] volgen; i.w. meegaan met. t.w.(3) [隨行] vergezellen. (4) [從事] uitoefenen. ¶ 規則に從ふ voorschriften opvolgen; zich houden aan de regels. ¶ 大勢に從ふ met zijn tijd meegaan. ¶ 硏究從ふ onderzoek houden. ¶ の説に從へば volgens uwe meening. ¶ 決定に從ひます ik onderwerp me aan uwe beslissing.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vergezellen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
添う sou (1) begeleiden; vergezellen; meegaan; [w.g.] accompagneren; (2) zich schikken naar; zich voegen naar; gehoorzamen; voldoen aan; gehoor geven aan; vervullen; bevredigen; beantwoorden aan; handelen overeenkomstig ~; tegemoet komen aan; waarmaken; tevredenstellen; (3) huwen; trouwen; in de echt treden; gaan; in het huwelijk treden; een echtpaar; koppel worden
随行する zuikousuru begeleiden; geleiden; vergezellen; dicht volgen; achternalopen; meelopen
付き合う tsukiau (1) omgaan met; optrekken met; zich ophouden met; in gezelschap verkeren van; [bep. mensen enz.] zien; betrekkingen onderhouden met; omgang hebben met; contacten hebben met; [slecht; goed enz.] kunnen opschieten met; [goed; nauwelijks enz.] bevriend zijn met; [i.h.b.] verkering hebben met; een relatie hebben (met); met elkaar gaan; uitgaan met; vrijen; (2) gezelschap houden; vergezellen; meedoen met
付く tsuku (1) plakken; (eraan) (vast)zitten; (eraan) (vast)hangen; steken (op); kleven (aan); aansluiten op; zich vastzetten (in; aan); [湯垢が] aanslaan; blijven; [m.b.t. sporen; litteken] achterblijven; erbij inbegrepen zijn; uitgerust zijn met; (2) volgen; vergezellen; achterna zitten; gaan; aan zijn zijde staan hebben; escorteren; [i.h.b.] partij kiezen; trekken voor; aan de zijde gaan staan van; (3) [m.b.t. vermogen; gewoonte; naam; idee enz.] krijgen; [energie; kennis; ervaring enz.] opdoen; verwerven; eigen worden; te beurt vallen; [癖が] een gewoonte aannemen; aankweken; ontwikkelen; zich een gewoonte aanwennen; [喫煙の癖が] zich het roken aanwennen; (4) geluk hebben; fortuinlijk zijn; het treffen; [het iem.] meezitten; goed gaan; boffen; mazzelen; [inform.] zwijnen; [inform.] sloffen; (5) zijn beslag vinden; uitgemaakt raken; in orde raken; geregeld raken; [m.b.t. contact; connectie] tot stand komen; [m.b.t. wegen; infrastructuur] aangelegd worden; (6) [m.b.t. prijskaartje] hangen aan; [goedkoper; duurder enz.] uitvallen; neerkomen op [x euro enz.]
付いて行く tsuiteiku (1) volgen; achternalopen; achternagaan; (2) meegaan; meekomen; begeleiden; vergezellen; (3) bijhouden; bijblijven; gelijke tred houden; (4) [fig.] meegaan met; bijvallen; het eens zijn met; akkoord gaan met; zich aansluiten bij; [Belg.N.] bijtreden
連れる tsureru meegaan (met); ; vergezellen; meenemen (naar); meebrengen (naar); mee hebben; bij zich hebben; vergezeld zijn van
銜える kuwaeru (1) in de mond nemen; tussen de tanden nemen; (2) vergezellen; iemand meenemen naar; zich laten vergezellen door; gaan in het gezelschap van
従う shitagau (1) volgen; begeleiden; vergezellen; aan de zijde gaan van; [時勢に] meegaan met; afdrijven met; (2) gehoorzamen; gehoorzaam zijn; opvolgen; zich houden aan; volgen; luisteren naar; zich schikken naar; zich regelen naar; zich voegen naar; naleven; handelen overeenkomstig; [規則に] in acht nemen; [判決に] zich neerleggen bij; eerbiedigen; (3) gehoorzamen (aan); toegeven aan; buigen; zich laten leiden; meeslepen door; zwichten; zich onderwerpen; zich plooien; zich neerleggen bij; (4) [職業に] uitoefenen; beoefenen; dienen (als); werkzaam zijn als; (5) afhangen van
伴する tomosuru begeleiden; vergezellen; volgen
伴う tomonau (1) meebrengen; meenemen; meegaan [met zijn tijd enz.]; (2) met zich meebrengen; met zich brengen; impliceren; meeslepen; in zijn gevolg hebben; gepaard gaan met; vergezeld gaan van; vergezellen; samengaan met; begeleiden; gelijk optreden met; hand in hand gaan; [m.b.t. moeilijkheden, risico] eraan verbonden zijn; (3) in overeenstemming zijn met; passen bij; samengaan met; overeenstemmen met; overeenkomen met; stroken met; aansluiten bij; harmoniëren met
同伴する douhansuru vergezellen; gezelschap houden; begeleiden; geleide doen
同行する doukousuru vergezellen; gezelschap houden; vergezelschappen; ; meegaan; meekomen; meetrekken; meereizen
送る okuru (1) zenden; sturen; opsturen; verzenden; versturen; (2) uitgeleide doen; uitleiden; wegbrengen; naar buiten leiden; uitlaten; (3) begeleiden; vergezellen; escorteren; onder bewaking zenden; [i.h.b.] chaperonneren; (4) [月日を] besteden; spenderen; [生活を] leiden; doorbrengen; (5) [送り仮名を] okurigana toevoegen
お供する otomosuru begeleiden; vergezellen; meegaan; geleide doen; escorteren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.41 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'vergezellen', strategie: exact). 
2005-2020