日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘vergissing’
日蘭辭典 (trefwoord)
yarisokonai遣損
(遣り損い) zn. mislukking v.; fout v.; vergissing v. ¶ 遣損ふ verkeerd doen; niet slagen.
ayamachi
(過ち) zn. (1) [過失] fout v. (2) [誤解] vergissing v.; misverstand o. (3) [事故] ongeluk o. ¶ 過なき feilloos ¶ 人誰か過なからん vergissen is menschelijk. ¶ ほんの過でした het wasgeheel bij ongeluk. ¶ 怪我の功名 meer geluk dan wijsheid.
ayamatte過って
(誤って) bw. bij vergissing; bij ongeluk; onopzettelijk.
kago過誤
zn. fout v.; vergissing.
gobyū誤謬
zn. vergisssing v.; fout v. ¶ ¶ 誤謬verkeerd; foutief. ¶ 誤謬なき feilloos.
keta
zn. dwarsbalk v.; riggel van het telraam (算盤の). ¶ 桁を外して遊ぶ zich dol amuseeren. ¶ 桁違ひ vergissing betreffende de eerheid.
SUPPLEMENT (trefwoord)
iryō kago医療過誤
medische fout; medische wanpraktijk; wanpraktijk; medische vergissing; medische misser.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vergissing>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
エラーeraa (1) fout; vergissing; abuis; dwaling; miskleun; (2) [wisk.] afwijking; fout; (3) [honkb.] veldfout; fout
ミスmisu (1) fout; vergissing; abuis; misser; feil; dwaling; (2) mejuffrouw; mejuffer; freule [predikaat voor een ongehuwde vrouw]; (3) juffrouw; ongehuwde vrouw; (4) miss [schoonheidskoningin]
失敗shippai mislukking; misser; misslag; misgreep; vergissing; flop; afgang; sof; echec; fiasco; debâcle; bévue; blunder; flater; miskleun; stommiteit; [inform.] uitglijer; [Barg.] raggeling; [Barg.] zeperd
失点shitten (1) verloren punten; (2) fout; vergissing; abuis; blunder; misser; lapsus; schuld
失策shissaku (1) fout; vergissing; abuis; dwaling; (2) [honkb.] veldfout; fout; (3) [maatwoord voor veldfouten]
失錯shissaku fout; vergissing; abuis; dwaling
心得違いkokoroechigai (1) slecht gedrag; wangedrag; onbetamelijkheid; onregelmatigheid; misstap; afdwaling; fout; abuis; faux pas; ondaad; (2) misvatting; misverstand; vergissing; malentendu; verkeerde interpretatie
怪我kega (1) wond; verwonding; kwetsuur; letsel; blessure; (2) ongelukkig toeval; ongeval; ongeluk; (3) vergissing; fout; dwaling; error; blunder; misslag
手抜かりtenukari vergissing; onoplettendheid; fout; abuis; misstap; lapsus; ongelukje; misser; [inform.] uitglijer; [Belg.N.] uitschuiver
手落ちteochi onvolkomenheid; tekortkoming; misstap; gebrek; fout; abuis; vergissing; lapsus; schuld; nalatigheid; onoplettendheid; slordigheid
手違いtechigai fout(je); vergissing; abuis; hapering; kink; storing
漏れmore (1) lekkage; lek; lekking; (2) omissie; weglating; uitlating; (3) vergissing; onoplettendheid
粗忽 ; 楚忽sokotsu (1) onachtzaamheid; achteloosheid; onoplettendheid; onvoorzichtigheid; inattentie; onbezonnenheid; nonchalance; (2) blunder; flater; miskleun; stomme fout; vergissing; misslag; dwaling; abuis; [gew.] missing
粗相sosou (1) slordigheid; onvoorzichtigheid; onzorgvuldigheid; achteloosheid; onoplettendheid; vergissing; blunder; flater; fout; (2) ongelukje; het zich bevuilen; bedoen; (3) grof; ruw; lomp; (4) slordig; onvoorzichtig; onzorgvuldig; achteloos; onoplettend; lichtvaardig
誤る ; 謬るayamaru (1) een fout; vergissing; misstap; uitglijder begaan; een fout; vergissing maken; zich vergissen; zich verkijken; zich verrekenen; falen; [form.] dwalen; feilen; in de fout gaan; [Belg.N.] zich mispakken; [gall.] zich abuseren; (2) zich vergissen in ~; zich verkijken op ~; verkeerd; slecht doen aan; een verkeerd(e) ~ maken; de verkeerde ~ nemen; kiezen; (3) ~ op het verkeerde; slechte pad brengen; ~ de verkeerde weg doen opgaan; inslaan; ~ op het verkeerde spoor brengen
誤解gokai misverstand; wanbegrip; vergissing; misvatting
過ちayamachi fout; vergissing; misstap; blunder
過失kashitsu (1) fout; vergissing; blunder; misstap; (2) ongeval; (3) toeval; (4) achteloosheid; onachtzaamheid; onoplettendheid; slordigheid; [jur.] nalatigheid
遺漏irou vergissing; onoplettendheid; slordigheid; veronachtzaming; onachtzaamheid; verzuim; nalatigheid; achteloosheid
錯誤sakugo (1) fout; vergissing; abuis; dwaling; error; [form.] feil; (2) discrepantie; tegenstrijdigheid; misverstand; misvatting
間違いmachigai (1) vergissing; fout; abuis; misvatting; dwaling; doling; lapsus; méprise; [fig.] mispas; misstap; misslag; feil; erreur; error; verkeerdheid; (2) ongeluk; malheur; tegenslag; tegenvaller; narigheid; problemen; trubbels; (3) onbetamelijkheid; estrapade; [i.h.b.] slippertje
hi (1) vergissing; dwaling; abuis; fout; schuld; [form.] feil; verkeerdheid; gebrek; onvolkomenheid; (2) nadeel; ongunstige situatie; (3) niet-; on-; non-; in-; il-; im-; ir-; -vrij
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.62 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'vergissing', strategie: exact). 
2005-2021