日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘verheffen’
日蘭辭典 (trefwoord)
koe
() zn. (1) [人の] stem v. (2) [物音] geluid o. (3) [叫] kreet m. ¶ 聲を立てる de stem verheffen. ¶ をかける toeroepen. ¶ 變わりがする den baard in de keel krijgen. ¶ を出して讀む hardop lezen.
tamau給ふ
(給う) i.w. gelieven; behagen; zoo goed zijn om. ¶ 一寸それを取って呉れ給へ wil je mij dat even aangeven? ¶ 皇帝は彼を華族に列し給へり het heeft zijne Majesteit behaagd hem in den adelstand te verheffen.
chōdatsu suru超脱する

i.w. uitsteken boven; zich verheffen boven.

WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
sobieru聳える

i.w. zich verheffen.

shinogu凌ぐ

t.w. (1) [耐へる] dulden; doorstaan; uithouden; verduren. i.w. (2) [防ぐ] zich behoeden voor; zicht beschutten tegen. (3) [凌駕する] de baas zijn; t.w. overtreffen. i.w. (4) [聳える] zich verheffen boven. ¶ 退屈を凌ぐ den tijd dooden. ¶ 困難を凌ぐ moeilijkheden te boven komen. ¶ を凌ぐ zich van zijn superieuren niets aantrekken. ¶ 凌ぎ難い onduldbaar; ondragelijk; niet door te komen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verheffen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
進める susumeru (1) vooruitbewegen; vooruitbrengen; vooruitschuiven; vooruitzetten; naar voren brengen; zetten; schuiven; bewegen; voortdrijven; aanzetten; voorwaarts zetten; voorwaarts doen gaan; [mil.] doen avanceren; (2) voortzetten; voortgaan met; vervolgen; doorgaan met; vorderen met; (3) bevorderen; stimuleren; bijdragen tot; vooruithelpen; in de hand werken; doen vooruitkomen; doen opschieten; verder ontwikkelen; uitbouwen; (4) bevorderen; promoveren; een hogere positie geven; op een hoger plan brengen; in rang verhogen; verheffen; opvoeren; hoger brengen; (5) [m.b.t. klok] voorzetten; vooruitzetten; voor laten lopen
強める tsuyomeru versterken; sterker maken; sterken; kracht geven; krachtiger maken; intensiveren; verhogen; vergroten; ontwikkelen; uitbouwen; [語を] beklemtonen; benadrukken; [音声を] verheffen; [所信を] stijven
制定する seiteisuru opstellen; bepalen; vaststellen; (tot wet) verheffen
高める takameru ophogen; doen stijgen; verhogen; hoger maken; verheffen; opkrikken; opvijzelen; doen toenemen; opdrijven; opvoeren; op een hoger peil; niveau; plan brengen; versterken; intensiveren; verbeteren; [comp.] upgraden
立てる tateru (1) rechtop zetten; overeind zetten; opzetten; oprichten; opstellen; opslaan; opsteken; planten; [i.h.b.] stichten; [耳を] spitsen; (2) voordragen; [候補者として] voorstellen; aanstellen als; tot; installeren als; [王位に] plaatsen; benoemen tot; [証人を] oproepen; [代役を] opvoeren; (3) [計画; 規則を] maken; opstellen; ontwerpen; uitwerken; [目標を] stellen; [誓いを] afleggen; [意義を] opperen; [記録を] vestigen; (4) veroorzaken; teweegbrengen; [物音を] maken; [声を] verheffen; (een kik) geven; [湯気; 煙を] afgeven; [埃を] opjagen; [噂を] de wereld insturen; (5) [門; 戸; 雨戸; 障子を] sluiten; dicht doen; (6) [茶を] zetten; [i.h.b.] een theeceremonie uitvoeren; (7) respecteren; iem. in zijn waarde laten; [i.h.b.] steunen; [i.h.b.] bijstaan; ; enthousiast ~; geestdriftig ~ [aangesloten op de ren'yōkei]
祭る; 祀る matsuru (1) aanbidden; vereren; een cultus bedrijven met ~; [als heilige enz.] vieren; [m.b.t. de overblijfselen van een vereerd persoon] verheffen; [i.h.b.] vergoden; apotheoseren; vergoddelijken; (2) gewijd zijn aan; geheiligd zijn aan; als heiligdom dienen voor; toegewijd zijn aan; toegeheiligd zijn aan; opgedragen zijn aan
差し上げる sashiageru (1) opheffen; opsteken; omhoogbrengen; omhoog heffen; omhoog steken; omhoog houden; omhoog doen; ten hemel heffen; verheffen; (2) geven; aanbieden; schenken; [w.g.] reiken
励ます hagemasu (1) aanmoedigen; aansporen; stimuleren; aanwakkeren; opwekken; aanzetten; een duwtje; steuntje in de rug geven; moed geven; bemoedigen; opbeuren; opmonteren; opkikkeren; (2) [声を] verheffen
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [スピードを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) 10. overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) 11. ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) 12. klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) 13. [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) 14. [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) 15. [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) 16. verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) 17. [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) 18. aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) 19. [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) 20. frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) 21. [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
荒げる arageru [声を] verheffen; [態度を] verharden; verscherpen; verruwen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.44 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'verheffen', strategie: exact). 
2005-2020