日蘭辭典+

12 resultaten voor ‘verhinderen’
日蘭辭典 (trefwoord)
samatageru妨げる
yaburu破る
t.w. (1) [裂く] scheuren. (2) [破壞] breken. i.w. (3) [犯す] zich vergrijpen tegen; t.w. breken. t.w. (4) [負かす] verslaan. (5) [計畫を] beletten; verhinderen. (6) [産を] verkwisten. ¶ 破り難き onbreekbaar; onoverwinnelijk. ¶ 約束を破る belofte schenden. ¶ 手紙を破る brief verscheuren.
SUPPLEMENT (trefwoord)
shukkō出航
zn. vertrek; afreis; afvaart. ¶ 出航する vertrekken; afreizen; afvaren; het anker lichten. ¶ 船の出航を許さない de afvaart van een schip verhinderen [niet toestaan]; een schip aan de ketting leggen. ¶ 定期出航 vertrektijd. 出航日 vertrekdag. Vgl. shukkō 出港.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verhinderen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
阻止する soshisuru stoppen; tegenhouden; blokkeren; verhinderen; weerhouden; in de weg staan; beletten; stuiten
狂わす kuruwasu (1) gek; dol; zot; krankzinnig maken; onthutsen; storen; van z'n stuk brengen; uit z'n evenwicht brengen; overstuur maken; (2) ontregelen; onklaar maken; in de war brengen; sturen; in wanorde brengen; verstoren; overhoophalen; dooreengooien; (3) dwarsbomen; verhinderen; verijdelen; frustreren; belemmeren; een spaak in het wiel steken; (4) doen ontsporen
狂わせる kuruwaseru (1) gek; dol; zot; krankzinnig maken; onthutsen; storen; van z'n stuk brengen; uit z'n evenwicht brengen; overstuur maken; (2) ontregelen; onklaar maken; in de war brengen; sturen; in wanorde brengen; verstoren; overhoophalen; dooreengooien; (3) dwarsbomen; verhinderen; verijdelen; frustreren; belemmeren; een spaak in het wiel steken; (4) doen ontsporen
妨害する bougaisuru storen; verstoren; hinderen; verhinderen; belemmeren; dwarsbomen; tegenhouden; ophouden; in de weg staan; obstrueren; obstructie voeren; plegen; blokkeren; onderbreken; verijdelen; roet in het eten gooien; [uitdr.] stokken in de wielen steken; [uitdr.] een spaak in het wiel steken; [uitdr.] iem. de voet dwars zetten; [uitdr.] iem. in de wielen rijden; [i.h.b.] saboteren; [i.h.b. muz.] jammen
防止する boushisuru voorkomen; preveniëren; verhoeden; verhinderen; beletten; tegengaan; tegenhouden; [i.h.b.] bezweren; [風邪を] couperen
拒む kobamu (1) weigeren; afslaan; afwijzen; refuseren; ontzeggen; van de hand wijzen; bedanken; verwerpen; declineren; (2) versperren; blokkeren; belemmeren; verhinderen; beletten; obstrueren
止める tomeru (1) stoppen; stopzetten; stilleggen; stilhouden; laten stilstaan; stillen; stuiten; tot stilstand brengen; stilzetten; tot staan brengen; parkeren; stallen; [aan de kant enz.] zetten; neerzetten; arrêteren; [de dief enz.] houden; een halt toeroepen; een punt zetten achter ~; een einde maken aan [een ruzie enz.]; ophouden; stremmen; [de aanvoer enz.] staken; afbreken; afsnijden; [een paard enz.] tegenhouden; vasthouden; aanhouden; inhouden; keren; [fig.] afdammen; [m.b.t. geluid, pijn] weren; ophouden; stelpen; (2) [het licht enz.] uitdoen; uitschakelen; [m.b.t. gas, water, radio] uitdraaien; dichtdraaien; afsluiten; uitzetten; afzetten; [de stroom] afbreken; afsnijden; (3) [m.b.t. inflatie enz.] bedwingen; beheersen; afremmen; beteugelen; breidelen; in toom houden; in bedwang houden; intomen; [de groei enz.] belemmeren; (4) beletten; verhinderen; verbieden; voorkomen; ontzeggen; verhoeden
妨げる samatageru belemmeren; hinderen; storen; bemoeilijken; obstrueren; [form.] impediëren; verstoren; ophouden; tegenhouden; dwarsbomen; dwars zitten; in de weg staan; blokkeren; beletten; verijdelen; verhinderen; [Belg.N.] vermoeilijken; [i.h.b.] vertragen; stuiten; stremmen
阻む habamu (1) versperren; blokkeren; afsluiten; ondoorgankelijk maken; obstrueren; (2) belemmeren; hinderen; in de weg staan; bedwingen; in bedwang; toom houden; (3) voorkómen; beletten; verhinderen; verhoeden; verijdelen; dwarsbomen; zorgen dat niet
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'verhinderen', strategie: exact). 
2005-2019