日蘭辭典+

33 resultaten voor ‘verkeerd’
日蘭辭典 (trefwoord)
abekobeあべこべ
bw. (1) [反對] omgekeerd; verkeerd om. (2) [上下あべこべ] ondersteboven. (3) [表裏あべこべ] binnenstebuiten. ¶ あべこべの omgekeerd; tegengesteld; tegenovergesteld; . ¶ あべこべの順に in omgekeerde volgorde.
atesokonauあて損ふ
(当て損なう) i.w. missen; misschieten; verkeerd raden.
atosaki後先
zn. (1) [前後] voorkant en achterkant; eerste en laatste. ¶ 前後顛倒 verkeerd om; in de war. (2) [順序] volgorde v. ¶ 後先の考なき ondoordacht; onvoorzichting.
yarisokonai遣損
(遣り損い) zn. mislukking v.; fout v.; vergissing v. ¶ 遣損ふ verkeerd doen; niet slagen.
ayamaruあやまる
t.- & i.w. (1) [間違へる] zich vergissen; een fout maken; misverstaan. (2) [導き損ふ] misleiden. (3) [身持を] zich misdragen. (4) [返事を] verkeerd antwoord geven. (5) [道を] den verkeerden weg inslaan. (6) [身を] een misstap begaan (7) [託る] vergiffenis vragen; schuld erkennen; excuses maken; excuus vragen; ongelijk erkennen
ayamatta誤った
bn. verkeerd; onjuist; foutief
gyaku
bn. (1) [反對] tegengesteld; omgekeerd. (2) [叛逆] oproerig. ¶ 逆壓 tegen-druk. ¶ 逆潮 tegenstroom. ¶ 逆動する achteruitgaan. ¶ 逆緣 ongeluk; noodlot; omgekeerde volgorde van overlijden; dood van de kinderenvoor de ouders. ¶ 逆風 tegenwind. ¶ 逆擊 tegenaanval. ¶ 逆比 omgekeerdereden. ¶ 逆比例の omgekeerd evenredig. ¶ 逆意 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆上 stijgen van bloed naar de hersenen; duizeligheid (眩暈). ¶ 逆上する gek worden. ¶ 逆戾りする teruggaan. ¶ 逆に in tegengestelde richting; den anderen kant uit; verkeerd. ¶ 逆流 tegenstroom. ¶ 逆算する terugrekenen. 逆説 paradox. ¶ 逆心 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆臣 verrader. ¶ 逆進 achterwaartsche beweging; achteruitgaan. ¶ 逆襲 tegenaanval. ¶ 逆提供 contra-offerte. ¶ 逆轉 omzetting. ¶ 逆轉する terugdraaien; omzetten. ¶ 逆徒 verrader. ¶ 逆睹 voorspelling. ¶ 逆運 tegenspoed; tegenslag; ongeluk. ¶ 逆運動 teruggang; acherwaartsche beweging. ¶ 逆産 omgekeerde geboorte; geboorte met de voeten vooruit.
kyoku
zn. (1) [音曲の] muziek v.; melodie v.; wijs v.; toon m. (2) [不正] ongelijk o.; fout v.; verkeerdheid v. (3) [興味] aardigheid v. (4) [藝] kunstgreep m. ¶ 曲彼にあり hij heeft ongelijk. ¶ 曲もなし in ’t geheel niet vermakelijk; niet interessant.
gobyū誤謬
zn. vergisssing v.; fout v. ¶ ¶ 誤謬verkeerd; foutief. ¶ 誤謬なき feilloos.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verkeerd>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あべこべのabekobeno verkeerd; tegengesteld; tegenovergesteld; omgekeerd; invers; invert; ondersteboven gekeerd; staand; op zijn kop staand; averechts; [veroud.; gew.] averecht
いけないikenai (1) niet toegelaten; niet mogen; niet kunnen; ongewenst; onaanvaardbaar; verkeerd; onmogelijk; slecht; (2) slecht; niet goed; boosaardig; stout; ondeugend; (3) nutteloos; zinloos; hopeloos; (4) niet in orde; uit de haak; pijn doen; pijnlijk [bv. m.b.t. maag]; fout; loos
エラーするeraasuru (1) fouten maken; zich vergissen; dwalen; (2) afwijken; (3) een speelfout begaan; verkeerd; fout spelen
不可fuka (1) F; onvoldoende; afwijzing; [i.h.b.] stem tegen; (2) slecht; verkeerd; ondeugdelijk; onbehoorlijk; [i.h.b.] ongepermitteerd; niet geoorloofd
不正なfuseina onrechtvaardig; fout; verkeerd; unfair; onbillijk; onrechtmatig; [i.h.b.] oneerlijk; frauduleus; vals; wederrechtelijk; onwettig; ongewettigd; illegaal; illegitiem; ongeoorloofd; [veroud.] ongerechtig
不正fusei (1) onrecht; onrechtvaardigheid; ongerechtigheid; onbillijkheid; [i.h.b.] corruptie; valsheid; fraude; (2) onrechtvaardig; fout; verkeerd; unfair; onbillijk; onrechtmatig; [i.h.b.] oneerlijk; frauduleus; vals; wederrechtelijk; onwettig; ongewettigd; illegaal; illegitiem; ongeoorloofd; [veroud.] ongerechtig
不適切なfutekisetsuna ongepast; onpassend; ongeschikt; ongelegen; inopportuun; misplaatst; verkeerd; slecht uitkomend; ongelukkig (gekozen); onbetamelijk; inadequaat
不都合なfutsugouna (1) lastig; ongelegen komend; importuun; (2) verkeerd; onbetamelijk; onfatsoenlijk
可笑しなokashina (1) grappig; lollig; koddig; amusant; vermakelijk; om te gillen; belachelijk; bespottelijk; ridicuul; mallotig; (2) vreemd; gek; raar; ongewoon; eigenaardig; zonderling; merkwaardig; wonderlijk; mal; excentriek; absurd; [gew.] aardig; (3) onwelvoeglijk; onfatsoenlijk; indecent; niet kies; niet passend; ongepast; not done; fout; verkeerd; (4) verdacht; niet in de haak; tot wantrouwen aanleiding gevend; tot verdenking aanleiding gevend
嘘のusono leugenachtig; onjuist; onwaar; verkeerd; vals; nep
失政shissei slecht; onbehoorlijk bestuur; verkeerd; slecht beleid; wanbestuur; wanbeleid; malgoverno
悪いwarui (1) slecht; kwaad; verkeerd; euvel; kwalijk; boos; ongunstig; mieges; [調子が] bedonderd; [inform.] beroerd; (2) moreel slecht; onverkwikkelijk; onfris; lelijk; verwerpelijk; (3) sorry; het spijt me; pardon; neem me niet kwalijk
悪用akuyou misbruik; verkeerd; slecht; ongeoorloofd gebruik; wangebruik; [euf.] oneigenlijk gebruik
悪用するakuyousuru verkeerd; slecht gebruiken; misbruiken; verkeerd; ongeoorloofd; oneigenlijk gebruik maken van
損なう ; 害うsokonau (1) schaden; aantasten; [楽しみを] bederven; vergallen; [感情を] kwetsen; aangrijpen; aanpakken; (2) er niet in slagen te ~; (3) verkeerd ~; mis-; (4) op een haar na ~; bijna ~
曲がったmagatta (1) krom; gebogen; scheef; verbogen; gewelfd; bochtig; slingerend; kronkelig; meandrisch; zigzaggend; (2) pervers; verdorven; slecht; [veroud.; bijb.] verkeerd; (3) oneerlijk; onoprecht; onbetrouwbaar; vals; (4) overhangend; overhellend; scheefgetrokken; scheluw
有らぬaranu (1) verkeerd; fout; vals; (2) ongehoord; buitengewoon; absurd; onzinnig; onbestaanbaar; uitgesloten; (3) onverwacht; onvoorzien; niet te voorzien
濫用 ; 乱用ranyou misbruik; verkeerd; oneigenlijk; ongeoorloofd gebruik; verkeerde; onjuiste aanwending; verkeerde toepassing
誤ったayamatta verkeerd; mis; onjuist; fout; foutief; incorrect; vals; bedrieglijk
誤る ; 謬るayamaru (1) een fout; vergissing; misstap; uitglijder begaan; een fout; vergissing maken; zich vergissen; zich verkijken; zich verrekenen; falen; [form.] dwalen; feilen; in de fout gaan; [Belg.N.] zich mispakken; [gall.] zich abuseren; (2) zich vergissen in ~; zich verkijken op ~; verkeerd; slecht doen aan; een verkeerd(e) ~ maken; de verkeerde ~ nemen; kiezen; (3) ~ op het verkeerde; slechte pad brengen; ~ de verkeerde weg doen opgaan; inslaan; ~ op het verkeerde spoor brengen
違う ; 交うchigau (1) verschillen; schelen; uiteenlopen; ontlopen; verschillend; different; onderscheiden zijn; anders zijn (dan); afwijken; zich onderscheiden (qua); variëren (naargelang); ander(e) ~; (2) [m.b.t. antwoord enz.] verkeerd; fout; abuis; mis zijn; ernaast zijn; zitten; het mis hebben; [i.h.b.] zich vergissen; (3) [i.c.m. 気が] gek; krankzinnig worden; (4) [in de constructie ~ to chigau ~とちがう: de Kansai-variant van ~ dewa nai ~ではない]; (5) (elkaar) kruisen; (elkaar) passeren
ja (1) kwaad; euvel; onrecht; (a) verkeerd; slecht; snood; (b) verwarren; misleiden
yokoshima (1) verkeerd; fout; slecht; kwaad; [veroud.] boos; (2) zijdelings; zijlings; zijwaarts; dwars
間違ったmachigatta verkeerd; onjuist; fout; incorrect; [w.g.] abusief
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.54 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'verkeerd', strategie: exact). 
2005-2022