日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘verkorten’
日蘭辭典 (trefwoord)
yakusuru約する
t.w. (1) [約束] beloven; afspreken; i.w. overeenkomen. (2) [省略] afkorten; verkorten; herleiden (數學).
shōryaku省略
zn. weglating v.; afkorting v. ¶ 省略する afkorten; verkorten; gedeeltelijk weglaten; ¶ 省略せぬ onverkort; volledig. ¶ 省略符 apostrophe.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verkorten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
過ごす sugosu (1) doorbrengen; spenderen; besteden; verdrijven; verkorten; [m.b.t. een leven] leiden; wijden; slijten; doorleven; [arch.] passeren; (2) te buiten gaan aan; onmatig gebruiken; te ver gaan in; [m.b.t. scherts] te ver drijven; overdrijven (met); [i.h.b.] onmatig; overdadig; te veel drinken
詰まる tsumaru (1) vol(gepakt) raken; vollopen; (afgestampt) vol raken; afgeladen raken; (2) verstoppen; verstopt raken; dichtzitten; proppen; opproppen; vastlopen; vastraken; [i.c.m. 息が] stokken; blijven steken; (3) verlegen zitten om; in het nauw zitten; (4) korter worden; [i.c.m. 日が] korten; inkorten; verkorten; kleiner worden; inlopen; slinken; samentrekken; [i.c.m. 丈が] krimpen
詰める tsumeru (1) vullen (met); [koffers enz.] pakken; opvullen (met); stoppen; volstoppen; dichtstoppen; proppen; toeproppen; stouwen; [tandh.] plomberen; (2) (nauwer) doen aansluiten; dicht(er) opeen doen staan; zitten; dichter bij elkaar plaatsen; doen aanschikken; doen opeenpakken; aanhalen; (3) inkorten; verkorten; korter maken; bekorten; korten (met); afkorten; [m.b.t. kledingstuk] inleggen; [m.b.t. voorsprong; afstand] verkleinen; verminderen; [op de uitgaven enz.] besnoeien; bezuinigen; [de uitgaven enz.] beperken; inperken; [m.b.t. adem] inhouden; [m.b.t. vinger] knotten; (4) een eind maken aan [een discussie enz.]; beëindigen; afwikkelen; afronden; z'n beslag geven; ten einde brengen; de laatste hand leggen aan; (5) (onverdroten; onafgebroken; ononderbroken; continu; doorlopend; non-stop; de hele tijd; aanhoudend; constant) blijven ~; (geconcentreerd; ingespannen; intensief; intens) bezig zijn met ~; (6) schaak geven; schaak zetten; (schaak)mat zetten; (schaak)mat geven; ; [op zijn post] blijven; zich paraat houden; op wacht staan; posten
減らす herasu verminderen; minderen; reduceren; terugbrengen; herleiden; terugschroeven; verkleinen; kleiner maken; besnoeien; afbouwen; verlagen; bekorten; beperken; inkorten; inkrimpen; verkorten; inperken
省略する shouryakusuru (1) weglaten; uitlaten; omitteren; achterwege laten; (2) afkorten; abbreviëren; afkappen; afbijten; [taalk.] elideren; (3) verkorten; bekorten; inkorten
短縮する tanshukusuru inkorten; verkorten; afkorten; korter maken; bekorten; reduceren; verminderen; verkleinen; besnoeien; inperken; inkrimpen; comprimeren
略する ryakusuru (1) afkorten; inkorten; verkorten; bekorten; abbreviëren; vereenvoudigen; (2) achterwege laten; weglaten; laten; laten vallen; overslaan; afzien van; omitteren
略す ryakusu (1) afkorten; inkorten; verkorten; bekorten; abbreviëren; vereenvoudigen; (2) achterwege laten; weglaten; laten; laten vallen; overslaan; afzien van; omitteren
縮める chidhimeru verkorten; inkorten; afkorten; korter maken; bekorten; [i.c.m. 記録を] scherper stellen; breken; [i.c.m. 刑期を] verminderen; [i.c.m. 距離を] verkleinen; [i.c.m. サイズを] reduceren; [m.b.t. kledingstuk] inleggen; opkorten; [fig.] condenseren; [fig.] beknotten; [i.c.m. 首を; 足を] intrekken
縮まる chidhimaru krimpen; (zich) samentrekken; inkrimpen; slinken; kleiner; korter worden; afnemen; inkorten; [niet alg.] verkorten
切り詰める kiritsumeru (1) verkorten; korter maken; bekorten; inkorten; korten; besnoeien; bijknippen; bijsnijden; [蝋燭の芯を] snuiten; (2) minderen met; [費用を] beperken; besnoeien; bezuinigen; inperken; inkrimpen; verminderen; terugbrengen; reduceren
約す yakusu (1) samenbinden; bundelen; aanhalen; (2) weglaten; achterwege laten; uitlaten; overslaan; laten vallen; (3) afspreken; overeenkomen; een afspraak; contract aangaan; een overeenkomst sluiten; zich verbinden; (4) besparen; bezuinigen; beperken; reduceren; bekorten; afkorten; vereenvoudigen; verkorten; (5) [wisk.] herleiden; reduceren
カットする kattosuru (1) knippen; kappen; (2) [宝石を] snijden; (3) [sportt.] kappen; snijden; afsnijden; onderscheppen; effect geven; meegeven; een kapbeweging maken; (4) [filmk.] cutten; snijden en lassen; (5) inkorten; verkorten; couperen; weglaten; doorstrepen; doorhalen; schrappen; (6) verminderen; verlagen; reduceren; beperken; inkrimpen; korten; besnoeien; bezuinigen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'verkorten', strategie: exact). 
2005-2019