日蘭辭典+

39 resultaten voor ‘verlangen’
日蘭辭典 (trefwoord)
aibosuru愛慕する
i.w. smachten naar; verlangen naar.
zokujō欲情
(yokujō) zn. begeerte v.; lust m.
omou思ふ
(思う) i.w. (1) [考へる] denken. (2) [沈思] peinzen. t.w. (3) [志す] bedoelen. (4) [希望] hopen. (5) [懸念] vreezen. (6) [觀察] beschouwen. (7) 感ずる (8) [想像] veronderstellen. (9) [信じる] gelooven. (10) [豫期] verwachten. (11) [愛情] liefhebben. i.w. (12) [追想] zich herinneren. ¶ 思ふに mij dunkt. ¶ いゝと思ふ goed vinden. ¶ 正しいと思ふする doen, wat men meent, dat recht is. ¶ 何とも思はぬ niets geven om; zich niets aantrekken van. ¶ 我子を思ふ verlangen naar zijn kind.
ganmō願望
(ganbō) zn. wensch m.; verlangen o.
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
-tai-たい
(hulp-i-adj, oude spelling tevens 度い) Toegevoegd aan de infinitief van (vrijwel alle) werkwoorden drukt -tai de wens uit om de actie van het werkwoord uit te voeren. Hoewel -tai het werkwoord waaraan het gekoppeld wordt verandert in een i-adjectief en de daarbij horende inflectie heeft, vertoont het in gebruik veel kenmerken van een werkwoord, zoals het gebruik van de partikels を o, に ni en へ e. ¶ 率直な意見を聞きたい。 Sotchoku na iken wo kikitai. Ik wil weten wat je er echt van denkt. ¶ 来年、カナダに行きたいと思う。 Rainen, Kanada ni ikitai to omou. Volgend jaar hoop ik naar Canada te gaan. ¶ 私は昨夜どちらかというとコンサートに行きたかった。 Watashi wa yūbe [sakuya] dochiraka to iu to konsāto ni ikitakatta. Ik zou liever naar het condert gegaan zijn gisteravond. ¶ 何か甘いものを食べたい気がする。 Nanika amai mono wo tabetai ki ga suru. Ik denk dat ik iets zoets wil eten. ¶ 母はお昼に私が食べたいものを出してくれた。 Haha wa ohiru ni watashi ga tabetai mono wo dashite kureta. Mijn moeder heeft me voor de lunch meegegeven wat ik wilde eten. ¶ 私はなにかおいしいものが食べたい。 Watashi wa nanika oishii mono ga tabetai. Ik wil graag iets lekkers eten. ¶ ときどき私は辛くてスパイスのきいたものを食べたくなる。 Tokidoki watashi wa karakute supisu no kiita mono wo tabetaku naru. Af en toe krijg ik trek in iets wat heet en gekruid is. (TTC)

In de tweede persoon is het gebruik van -taivooral beperkt tot vragen. ¶ 将来、何になりたいの? Shōrai, nani naritai no? Wat wil je worden in de toekomst? ¶ いったい何がしたいのか。 Ittai nani ga sitai no ka. Wat is het in hemelsnaam dan wat je wilt? (TTC)

In de derde persoon wordt meestal het hulpwerkwoord 〜がる -garu toegevoegd. ¶ 門のところにあなたに会いたがっている男性がいる。 Mon no tokoro ni anata ni aitagatte iru dansei ga iru. Er is een man bij de poort die je wil zien. ¶ 子猫は中に入りたがった。 Koneko wa naka ni hairitagatta. Het poesje wilde naar binnen. (TTC)

Echter, in diverse situaties kan -tai toch ook direct worden gebruikt in de derde persoon. Zoals in de verleden tijd, in directe citaten (‘X zei dat’), uitleg, van horen zeggen en veronderstellingen. (BEJD) ¶ 彼女はインドに行きたかったのだが。 Kanojo wa Indo ni ikitakatta no da ga. Zij had India willen bezoeken. (TTC) ¶ 彼女が温泉に行きたいと言って いるので、渋温泉に行く予定です。 Kanojo ga onsen ni ikitai to itte iru node, Shibu Onsen ni iku yotei desu. Aangezien mijn vriendin (zei dat ze) naar een Onsen toe wilde, gaan we naar Shibu Onsen.¶ 彼は離婚したいそうです… Kare wa rikonshitai sō desu... Ik heb gehoord dat hij wil scheiden... (Internet)

Het lijdend voorwerp in zinnen met -tai kan soms zowel met が ga als met を o gemarkeerd worden. Een subtiel betekenisverschil zou de keuze tussen die twee dan kunnen beperken. Aan が ga zou de voorkeur gegeven kunnen worden als de wens heel sterk is (iemand die klaar is met hardlopen zou kunnen zeggen: 水が飲みたい ik wil wat water drinken). Echter, in zinnen waarin een zinselement tussen het lijdend voorwerp en het werkwoord komt kan alleen を o gebruikt worden. Eveneens is alleen を o mogelijk bij passieve werkwoordsvormen, en wanneer het zelfstandige naamwoord dat gemarkeerd moet worden niet werkelijk een lijdend voorwerp is, maar bijvoorbeeld een plaatsbepaling (この電車を降りたい kono densha wo oritai ‘ik wil in deze trein stappen’, 公園を歩きたい kōen wo arukitai ‘ik wil in het park wandelen). Het hulpwerkwoord -garu staat ook alleen を o toe. (BEJD) ¶ 池田さんは新しい車を買いたがっています。 Ikeda-san wa atarashii kuruma wo kaitagatte imasu. Meneer Ikeda wil een nieuwe auto kopen. (TTC)

〜たい -tai wordt tenslotte niet in alle situaties gebruikt waar we in het Nederlands ‘willen’ zouden gebruiken. Niet in uitnodigingen: ‘wil je met me meegaan?’ staat geen -tai toe. In plaats daarvan iets als 私と一緒に行きませんか watashi to issho ni ikimasen ka (lett. ‘ga je niet met mij mee?’). Niet wanneer de spreker een voorwerp of een zaak wil: 領収書がほしいのですが ryōshūsho ga hoshii no desu ga ‘ik zou graag een bewijsje willen’ gebruikt het i-adjectief ほしい hoshii. Echter, wanneer je het Japanse werkwoord 持つ motsu gebruikt in de betekenissen van ‘hebben; bezitten’ kun je wel weer zoiets zeggen als もっと自信を持ちたい motto jishin wo mochitai ‘ik zou meer zelfvertrouwen willen hebben’, of 私は車を持ちたい watashi wa kuruma wo mochitai ‘ik zou een auto willen hebben’. Wanneer iemand wil dat iemand anders iets voor hem of haar iets doet kan het eerdergenoemde hoshii weer gebruikt worden, of -tai in combinatie met een werkwoord dat aangeeft dat je een dienst ‘ontvangt’. ¶ 明日のこの時間までに、全てのものを整頓してをいてほしい。 Ashita no kono jikan made ni, subete no mono wo seitonshite wo ite hoshii. Ik wil dat om deze tijd morgen alles in orde is. ¶ 直ちに大阪へ行ってもらいたい。 Tadachi ni Oosaka e itte moraitai. Ik wil dat je direct naar Osaka gaat. (TTC)
WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
shomō所望

zn. wensch m.; hoop v. ¶ 所望の gehoopt; verlangd; begeerd. ¶ 所望する verlangen; begeeren; wenschen; hopen op.

kibō希望

zn. (1) [] hoop v. (2) [豫期] verwachting v. (3) [所望] bedoeling v.; wensch m.; verlangen o. ¶ の希望して in de hoop op; met de bedoeling om. ¶ 希望を棄てる de hoop opgeven. ¶ 希望に副う aan de verwachting beantwoorden. ¶ 希望する hopen; wenschen; verlangen; verwachten. ¶ 希望者 sollicitant. ¶ 希望者は自身來訪ありたし sollicitanten gelieven zich persoonlijk te vervoegen bij......

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verlangen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
したいshitai (graag) willen; wensen; zin hebben; verlangen
したがるshitagaru willen; wensen; verlangen; erop gebrand zijn te; popelen om
たいtai [drukt een wens; verlangen uit] (graag) willen; wensen; verlangen; begeren; zou graag …; erop uit zijn; erop gebrand zijn; van zins zijn; begerig om; zin hebben om; in
たがるtagaru [drukt een wens; verlangen uit] willen; wensen; verlangen; begeren; erop uit zijn; erop gebrand zijn
一心isshin (1) eensgezindheid; eendracht; concordia; uniteit; (2) toewijding; toegewijdheid; concentratie; volledige inzet; onverdeeldheid; eenheid des harten; gans z'n hart; hart en ziel; (3) wens; verlangen
女心onnagokoro (1) vrouwenhart; vrouwenziel; vrouwengemoed; vrouwenkarakter; vrouwenaard; vrouwennatuur; vrouwenluim; (2) verlangen; hunker van een vrouw; (3) vrouwenzucht; vrouwzucht; lust in vrouwen; begeerte naar vrouwen; vrouwenbegeerte; vrouwendrift
好み ; 好konomi (1) smaak; persoonlijke voorkeur; voorliefde; neiging; zwakheid; (2) neiging; drang; tendens; inclinatie; geneigdheid; (3) keuze; het kiezen; optie; voorkeur; preferentie; pré; (4) hoop; verwachting; wens; verlangen; (5) mode; trend; vogue; (6) [ton.] stijl in navolging van bepaald acteur
心待ちkokoromachi [~にする; に待つ] reikhalzend tegemoet zien; vol verlangen uitzien naar; zich verheugen op; verlangen; hunkeren naar; met smart zitten wachten op
心残りkokoronokori (1) spijt; tegenzin; onwil; (2) onvervuld gebleven wens; verlangen; (3) heimwee; (4) jammer; spijtig; betreurenswaardig; jammerlijk
志願shigan (1) (vrijwillige) aanmelding; sollicitatie; aanvraag; kandidaatstelling; (2) wens; verlangen
nen (1) gevoel; besef; gevoelen; (2) wens; verlangen
思いomoi (1) gedachte; gepeins; (2) zorg; zorgen; bezorgdheid; ongerustheid; (3) gevoel; gevoelen; (4) verlangen; wens; (5) liefde
思うomou (1) denken; (2) geloven; overtuigd zijn; vast vertrouwen op; (3) geneigd zijn; de neiging hebben tot; (4) beschouwen als; bezien als; vinden dat; houden voor; (zich) aanrekenen als; menen; achten; veronderstellen ~ te zijn; (5) verwachten; hopen; rekenen op; voorzien; (6) vrezen dat; bang zijn dat; bevreesd zijn dat; (7) zich verbeelden; zich voorstellen; zich indenken; zich een beeld vormen van; (8) veronderstellen; aannemen; gissen; berekenen; er van uit gaan dat; (9) zich herinneren; (10) van plan zijn te; de intentie hebben te; (11) wensen; verlangen; willen; begeren; (12) geïnteresseerd zijn in; belangstelling hebben voor; (13) beminnen; liefhebben; verliefd worden op; verliefd zijn op; verlangen naar; (14) zich afvragen of; (15) verdenken van; wantrouwen; mistrouwen; verdenken te
思し召しoboshimeshi (1) uw mening; idee; inzicht; opinie; gedachte; (2) uw oordeel; discretie; beschikking; (3) uw goeddunken; believen; verlangen; wens; verwachting; wil; bedoeling; (4) goedheid; vriendelijkheid; welwillendheid; gunst; (5) voorliefde; genegenheid; voorkeur; smaak; neiging; interesse
恋しいkoishii (1) geliefd; bemind; lief; dierbaar; zeer gezien; (2) nostalgisch; vervuld van nostalgie; heimwee hebbend naar; verlangen; naar; missen
憧れakogare (1) hunker; verlangen; begeerte; smart; zucht; hang; hunkering; [gew.] smacht; (2) bewondering; admiratie; verering; adoratie
所望するshyomousuru wensen; verlangen; verzoeken; aanvragen; vragen om; willen
所望shyomou wens; verlangen; verzoek; aanvraag
望み ; 望nozomi (1) hoop; verwachting; [meton.; veroud.] betrouwen; (2) wens; verlangen; believen; (3) vooruitzicht; kans; veelbelovendheid; beloftevolheid
望むnozomu (1) een uitzicht hebben; (in de verte) zien; uitzien; overzien; overkijken; [w.g.] afogen; uitkijken; (2) wensen; willen; verlangen; begeren; verkiezen; believen; uit zijn op; staan naar; ambiëren; streven naar; dingen; verhopen; hopen; verwachten; uitkijken naar; vlassen op; talen naar; [Barg.; volkst.] spinzen (op)
欲 ; 慾yoku (1) zin in; verlangen; begeerte; lust; dorst naar; honger naar; appetijt; trek in; zucht; graagte; behoefte; (a) -gierigheid; -lust; -dorst; -honger; -zucht
欲しがるhoshigaru willen hebben; wensen; verlangen; begeren; behoefte hebben aan
欲情yokujou (1) begeerte; verlangen; (2) wellust; liefdeslust; zinnenlust; zinnelijke lust; seksuele begeerte; vleselijke lusten; zinnelijkheid; passie; zinlijkheid; geilheid
欲望yokubou verlangen; begeerte; zucht; begerigheid; lust
欲求yokkyuu verlangen; begeerte; wens; behoefte; zucht
注文chuumon (1) bestelling; order; opdracht; leveringsopdracht; (2) verzoek; aanvraag; vraag; wens; verlangen; [i.h.b.] beding
注文する ; 註文するchuumonsuru (1) bestellen; een order plaatsen (voor); laten aanrukken; (2) verzoeken; aanvragen; vragen; wensen; verlangen; [i.h.b.] bedingen
要望youbou wens; verlangen; verzoek
要望するyoubousuru vragen; verlangen; wensen
要求youkyuu (1) vordering; eis; claim; opvraging; aanspraak; pretentie; opeising; vindicatie; (2) vereiste; verlangen; vraag; behoefte; de noden; het gevergde
要求するyoukyuusuru (1) vorderen; eisen; claimen; bedingen; aanspraak maken op; pretenderen; opeisen; vindiceren; verzoeken; aanspreken om; (2) vereisen; verlangen; gebieden; kosten; vergen; vragen; nodig hebben
願い ; 願negai (1) wens; verlangen; hoop; (2) verzoek; vraag; bede; smeekbede; gebeden; smekingen; (3) aanvraag; sollicitatie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 32 treffers (zoekopdracht: 'verlangen', strategie: exact). 
2005-2021