日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘verleden’
日蘭辭典 (trefwoord)
ato
(1) [以] vz. na; bw. later. ¶ 四五日あと na vier of vijf dagen; vier of vijf dagen later. (2) [以前] bn. verleden. (3) [殘り] zn. rest v. ¶ 十年前 tien jaar geleden. ¶ あと月 verleden maand. ¶ later. ¶ から daarna. ¶ の achterst. ¶ に殘る achterblijven. ¶ の祭 mosterd na den maaltijd. ¶ achterwaarts; achteruit. ¶ は in de toekomst; in het vervolg; voortaan; verder. ¶ は言はずとも知れて居る de rest begrijp je wel, zonder dat ik het vertel. ¶ afstammeling. ¶ 相続人、opvolger. (4) [結果] zn. gevolg o. ato (跡)も見よ.
ōnen往年
zn. verleden o.; vroegere jaren o.mv.
daikako大過去

zn. meer dan volmaakt verleden tijd.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verleden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ヒストリーhisutorii geschiedenis; historie; verleden
去るsaru (1) verlaten; weggaan (bij; van); vertrekken (bij; van; uit); ervandoor gaan; [gew.] aangaan; ertussenuit knijpen; opstappen; heengaan (van); heenlopen; [i.h.b.] sterven; scheiden (van; uit); [m.b.t. echtgenoot; echtgenote] zich laten scheiden van; zich verwijderen van; aflopen van; weglopen van; verdwijnen; wegkomen; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [inform.] opdonderen; [inform.] ophoepelen; [inform.] opflikkeren; [inform.] oprukken; [w.g.] opdoeken; [studentent.] opzooien; [uitdr.] zich uit de voeten maken; (2) achter zich laten; op [x uur afstand enz.] liggen; afliggen van; verwijderd liggen van; (3) wijken; afnemen; wegtrekken; verdwijnen; overgaan; eindigen; ophouden te bestaan; aflopen; ten einde lopen; voorbijgaan; vergaan; (4) [m.b.t. seizoen; tijdruimte] verstrijken; voorbijgaan; vergaan; [i.h.b.] voorbijvliegen; verlopen; passeren; [fig.] omgaan; [fig.] omlopen; [fig.] omkomen; (5) verwijderen; afhalen; weghalen; wegwerken; uithalen; wegnemen; afdoen; afnemen; verbannen; zich af maken van; (6) zich ontdoen van; bannen; uitbannen; afzetten (van); laten varen; (7) [m.b.t. baan] opgeven; stoppen met; [m.b.t. ambt] neerleggen; verlaten; opzeggen; afstand doen van; bedanken voor; vaarwelzeggen; [m.b.t. toneel] afgaan (van); (8) totaal ~; volledig ~; compleet ~; geheel en al ~; volkomen ~ [voorafgegaan door een ren'yōkei]; (9) jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; ~ dezer; vorige ~; verleden ~; gepasseerde ~
ko (a) oud; (b) oudheid; verleden
履歴rireki (1) verleden; iemands antecedenten; loopbaan; carrière; staat van dienst; achtergrond; levensloop; persoonlijke geschiedenis; curriculum vitae; cv; levensgeschiedenis; (2) [nat.] hysteresis; (3) [comp.] geschiedenis
往年ounen vervlogen jaren; vroegere tijden; verleden; weleer; voorheen; vroeger
昔日sekijitsu vroeger dagen; lang vervlogen dagen; de dagen van olim; vroegere tijden; oude tijd; grootvaders tijd; vroeger; verleden; oudheid
saku vorige; verleden; jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; gister-
此の ; 斯のkono  ; (1) deze; dit; (2) huidig; tegenwoordig; van nu; onderhavig; (3) volgende; komende [Dit woord wordt vaak gevolgd door een woord dat naar tijd verwijst; zoals een dag van de week; een seizoen; etc.]; (4) verleden; vorig [Dit woord wordt vaak gevolgd door een woord dat naar tijd verwijst; zoals een dag van de week; een seizoen; etc.]
reki (1) ervaring; verleden; (a) chronologische opeenvolging; (b) opeenvolging; (c) geschiedenis; kroniek; (d) duidelijkheid; (e) kalender
素生 ; 素性 ; 素姓 ; 種姓sujou (1) afkomst; geboorte; afstamming; familie; huize; komaf; origine; descendentie; (2) identiteit; wie men is en waar men vandaan komt; (3) (iems.) verleden; achtergrond; antecedenten; voorgeschiedenis; [fig.] vorig leven
過去kako (1) verleden; vroeger tijd; verleden tijden; (2) [pregnant] verleden; vroegere gebeurtenissen; [i.h.b.] oude grieven; oud zeer; [fig.] oude koeien
過去のkakono afgelopen; voorbij; voorbijgegaan; verleden; verlopen; verstreken; vervlogen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.48 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'verleden', strategie: exact). 
2005-2022