日蘭辭典+

27 resultaten voor ‘verlenen’
日蘭辭典 (trefwoord)
kasu貸す
t.w. (1) [貸出] leenen; uitleenen. (2) [賃貸] verhuren. (3) [土地を] verpachten. (4) [を] leenen; voorschieten. i.w. (5) [を] het oor leenen; luisteren naar. ¶ 一夜の宿を貸す een nacht huisvesting verleenen. ¶ は貸すのだ dit huis is te huur.
inken引見
zn. onderhoud o.; audientie v. ¶ 引見する gehoor verleenen; onderhoud toestaan; audientie geven.
etsu
(謁) zn. gehoor o.; audientie v. ¶ 謁を賜ふ in gehoor ontvangen; audientie verlenen.
suke
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verlenen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
オーケーする ; OKするookeesuru [提案に] z'n fiat geven; verlenen; goedkeuren; akkoord gaan met; fiatteren
一助となるichijotonaru enigszins baten; hulp bieden; verlenen; te hulp komen; voor iets dienstig zijn; een steun zijn; een handje helpen; kunnen meehelpen; z'n duit in het zakje doen; z'n steentje bijdragen; dat zet zoden aan de dijk
下す ; 降すkudasu (1) neerlaten; laten zakken; strijken; (2) geven; schenken; verlenen; toekennen; (3) [命令を] uitvaardigen; [判決を] uitspreken; vellen; strijken; [結論を] trekken; (4) [自ら手を] doen; uitvoeren; verrichten; (5) [おなかを] buikloop; diarree hebben; [虫を] wormen hebben; (6) [敵を] verslaan; winnen van; overwinnen; kloppen
与えるataeru (1) geven; verlenen; toekennen; begiftigen; verstrekken; aandoen; bedelen; [影響を〜] uitoefenen; invloed hebben op
交付するkoufusuru (1) overhandigen; ter hand stellen; overreiken; overgeven; (2) uitreiken; afgeven; verstrekken; verlenen; [Belg.N.] afleveren
付与する ; 附与するfuyosuru geven; schenken; toekennen; verlenen; bekleden met; begiftigen met; uitreiken
伸べる ; 延べるnoberu (1) [手を] uitstrekken; uitsteken; aanreiken; toesteken; aanbieden; verlenen; (2) [床を] spreiden; uitspreiden; leggen
供与するkyouyosuru geven; verschaffen; leveren; bezorgen; toekennen; voorzien van; schenken; verlenen
叙するjosuru (1) verheffen tot; in; opnemen in; promoveren tot; verhogen tot; verlenen; (2) onder woorden brengen; verwoorden; dichten; beschrijven; verhalen
宛てがうategau (1) aanbrengen; aanleggen; zetten; leggen; houden aan; (2) toewijzen; aanwijzen; toekennen; toebedelen; bestemmen; reserveren; (3) geven; voorzien van; leveren; verschaffen; verlenen; aanreiken; bezorgen; aan de hand doen; [仕事を] gunnen; (4) voor iem. uitkiezen
引見するinkensuru in audiëntie ontvangen; audiëntie geven; verlenen; een onderhoud toestaan
御呉れるokureru (1) geven; verlenen; (2) […ておくれ] [drukt een verzoek uit]
手伝うtetsudau (1) helpen (bij); hulp bieden; verlenen; de helpende hand bieden; toesteken; een handje helpen; bijstaan; assisteren; [w.g.] handreiken; (2) meehelpen; meespelen; van invloed zijn; een rol spelen
手伝えるtetsudaeru (1) kunnen helpen (bij); hulp kunnen bieden; verlenen; de helpende hand kunnen bieden; toesteken; een handje kunnen helpen; kunnen bijstaan; (2) mee kunnen helpen; mee kunnen spelen; van invloed kunnen zijn; een rol kunnen spelen
授けるsazukeru (1) geven; verlenen; toekennen; uitreiken; bekleden met; begiftigen; bedelen; gunnen; toedienen; [終油の秘蹟を] van de laatste sacramenten voorzien; bedienen; [Belg.N.] berechten; [洗礼を] dopen; (2) onderrichten; onderwijzen; geven; doceren; instrueren
授与するjuyosuru verlenen; uitreiken; toekennen
施すhodokosu (1) geven; verlenen; [恩恵を] bewijzen; [注釈を] voorzien van; [面目を] aandoen; (2) uitvoeren; doen; [手段を] aanwenden; [策を] (onder)nemen; treffen; [洗礼を] toedienen
添えるsoeru (1) toevoegen; voorzien van; erbij doen; bijvoegen; (2) toevoegen; verlenen
肩入れするkatairesuru […に] steunen; steun geven; verlenen; ondersteunen; aanhangen; supporteren; backen; dekken; staan achter; de zijde kiezen van; bijstaan; begunstigen; patroneren; patroniseren
許す; 赦す; 聴すyurusu (1) door de vingers zien; dulden; vergeven; niet kwalijk nemen; pardonneren; verontschuldigen; (2) toelaten; vergunnen; erkennen; aanvaarden; toestaan; toestemming geven voor; verlenen; veroorloven; toestemmen in; inwilligen; verhoren; (3) [zijn aandacht] verslappen; zwichten voor; zich geven aan; [de tegenstander een winstpunt] gunnen; [iemand zijn vertrouwen] schenken; (4) erkennen [als uitmuntend]; accrediteren als
賜うtamau (1) [honoratieve variant van ataeru en kureru] zich verwaardigen te geven; schenken; verlenen; toestaan; toekennen; uitreiken; vereren met; (2) [honoratieve variant van yokosu] sturen; zenden; (3) [zelfverheerlijkende variant van ataeru] ± zo goed zijn te geven; (4) […たまえ] [drukt een bevel; uitnodiging uit]; (5) […~] [benadrukt de welwillendheid van het onderwerp (de schenker)]; (6) […~] [betoont eer aan het onderwerp]; (7) […せ~] [drukt buitengewoon respect uit]; (8) […~] [formuleert aan standgenoten of ondergeschikten een discreet bevel]; (9) [humiliatieve variant van もらう] ontvangen; krijgen; [i.h.b.] te eten; drinken krijgen; nuttigen; (10) [聞き; 見~] [drukt het ontvangen van een gunst of toelating uit] mogen; (11) [思い; 聞き; 見~] [drukt nederigheid uit t.o.v. de toegesprokene]
賜るtamawaru (1) krijgen; ontvangen; vereerd worden met; (2) zich verwaardigen te geven; schenken; verlenen
贈るokuru (1) schenken; ten geschenke geven; geven; aanbieden; (2) verlenen; [een prijs; onderscheiding; rang etc.] toekennen; uitreiken; uitdelen; decoreren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'verlenen', strategie: exact). 
2005-2023