日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘verlies’
日蘭辭典 (trefwoord)
tenpo填補
zn. aanvulling v.; (填充) opvulling v.; vulling v. ¶ 填補する aanvullen. ¶ 缺損を填補する tekort aanvullen; verlies dekken. Noot: 填充 = 充填.
ichimon一文
zn. een duit m. ¶ 一文無し geen duit; geen cent. ¶ 一文吝み misplaatste zuinigheid op kleinigheden. ¶ 一文吝みの百失ひ groot verlies leiden door misplaatste zuinigheid.
kōmuru蒙る
t.w. (1) [受ける] krijgen; ontvangen. (2) [損害等を] lijden; ondergaan. (3) [被る] dragen. ¶ を蒙る gunsten ontvangen. ¶ を蒙る beschuldigd worden. ¶ 損害を蒙る verlies leiden. ¶ を蒙る straf ondergaan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verlies>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
マイナスmainasu (1) [wisk.] min; minus; [i.h.b.] minteken; aftrekking; [i.h.b.] subtractie; (2) negatief; [meteorologie] onder nul; onder het vriespunt; (3) nadeel; minpunt; min; (4) deficit; tekort; manco; verlies; passief (saldo); rode cijfers; (5) minuspool; minpool; kathode; elektronegatief ~
ロスrosu (1) verlies; gemis; (2) Los Angeles; [afk.] L.A.
叩きhataki (1) het slaan; het kloppen; het meppen; [i.h.b.] het stoffen; (2) stoffer; [i.h.b.] plumeau; (3) slechte kritiek; slechte reputatie; slechte naam; (4) mislukking; flop; (5) verlies; strop; (6) [sumō-jargon] het neersmijten van de tegenstander
喪失soushitsu verlies
失いushinai verlies; kwijtraking
引けhike (1) sluiting; beëindiging; einde van de werktijd; het verlaten (van school; bedrijf); terugkeer naar huis; [i.h.b.] het te bed gaan; (2) achterstand; verlies; nederlaag; mislukking; (3) [beurst.] beurssluiting; slotkoers; slotnotering; (4) gêne; bedeesdheid; schroom; verlegenheid; minderwaardigheidsgevoel; (5) weeffout; (6) reductie; korting; rabat
son (1) verlies; strop; (2) nadeel; schade; tegenvaller; drawback; handicap; damnum; (3) nadelig; ongunstig; onvoordelig; verliesgevend; verloren [investering enz.]; niet-lonend; ondankbaar; nutteloos; vergeefs; zonder resultaat; onrendabel
損失sonshitsu verlies; strop
損害songai schade; beschadiging; [fig.] averij; verlies; [i.h.b.] verlies aan mensenlevens; [i.h.b.] verliezen; [i.h.b.] slachtoffers
hai (1) nederlaag; verlies; (2) [maatwoord voor nederlagen; verloren partijen; wedstrijden]
欠損kesson tekort; deficit; verlies
流出ryuushyutsu uitstroming; uitvloeiing; uitstorting; afvloeiing; verlies
減りheri (1) vermindering; afneming; daling; teruggang; reductie; (2) slijtage; verlies; derving
ana (1) gat; opening; holte; spleet; bres; perforatie; porie; [針の] oog; (2) holte; kuil; put; uitholling; (3) hol; grot; spelonk; nis; [dierk.] leger; kuil; burcht; (4) [mijnb.] schacht; (5) [fin.] put; verlies; deficit; tekort; derving; (6) leemte; hiaat; lacune; gebrek; gemis; defect; euvel; onvolkomenheid; het ontbrekende; mankement; tekortkoming; zwak punt; zwakke plek; (7) schuilplaats; stek; stekkie; wijkplaats; (8) aanrader voor insiders; weinig bekende toplocatie; verborgen parel; (9) [paardenrennen; keirin] verrassende uitslag; (10) [paardenrennen; keirin] dark horse; outsider; niet-favoriete mededinger; (11) [ton.] zitplaatsen gelijkvloers; parterre; (12) graf; (13) [Edo-Barg.] inside-information
紛失funshitsu verlies
負け ; 負make (1) verlies; nederlaag; [m.b.t. budo] make; (2) korting; afslag; iets extra's; extraatje; douceurtje; toegift; toemaatje
赤字akaji (1) tekort; deficit; nadelig saldo; negatieve balans; minus; verlies; rode cijfers; roodstand; rood; passief; [w.g.] negatief; [Belg.N.; fin.] mali; (2) rode letter; rood teken
ashi (1) [anat.] been; poot; [inform.] stelt; [烏賊; 蛸の] arm; tentakel; (2) [anat.] voet; (3) mannelijk geslachtsdeel; derde been; (4) [fig.] poot; onderstel; stut; [山の] voet; [旗の] vlucht; (5) [wisk.] voet; voetpunt; (6) onderste gedeelte van een Chinees karakter; (7) ashikanamono [= metalen ringen aan een zwaardschede ter bevestiging van rijgsnoeren]; (8) stap; tred; schrede; pas; gang; loop; tempo; (9) [paardensport] [馬の] gang; snelheid; (10) [scheepv.] vaart; snelheid; (11) [scheepv.] levend werk [= deel van een schip dat zich in het water bevindt]; diepgang; (12) [scheepv.] stabiliteit; stijfheid; (13) [客の] bezoek; aanloop; opkomst; klandizie; (14) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (15) aanwijzing; spoor; aanknopingspunt; (16) [雨; 雲; 風の] drift; gesteldheid; (17) vervoer; transport; vervoermiddel; transportmiddel; [meton.] gelegenheid; (18) transportkosten; vervoerkosten; vervoerprijs; reiskosten; (19) geld; geldmiddelen; middelen; (20) [武士の] dotatie; apanage; toelage; (21) rente; interest; intrest; (22) verlies; derving; tekort; gebrek; [i.h.b.] schuld; (23) [beurst.] koers; marktbeweging; trend; tendens; (24) [食べ物の] houdbaarheid; (25) [餅の] kleverigheid; plakkerigheid; (26) [酒の] kwaliteit; karakter; (27) [網目の] maaswijdte; (28) [柿葺きで] overstek [= afstand waarmee de ene dakspaan over de andere uitsteekt]; (29) poppenspeler die het voetenwerk van een marionet bedient; (30) prostituee; liefje; (31) circa …; ongeveer …
遺失ishitsu verlies; achterlating; derving
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.5 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'verlies', strategie: exact). 
2005-2022