日蘭辭典+

11 resultaten voor ‘vermijden’
日蘭辭典 (trefwoord)
sogai疎外
zn. vermijding v. ¶ 疎外する op een afstand houden.
manukareru免れる
i.w. ontloopen; ontkomen aan; verlost zijn van; t.w. vermijden. ¶ 免れ難い onvermijdelijk; onontkoombaar. ¶ 危い免れる ontkomen aan een gevaar.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vermijden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
免れる manugareru (1) ontsnappen aan; ontkomen aan; bespaard blijven van; ontlopen; (2) vermijden; uit de weg gaan; ontwijken
避ける sakeru (1) vermijden; mijden; ontwijken; uit de weg gaan; schuwen; (2) zich onttrekken aan; omzeilen; zich onthouden van; afzien van; achterwege laten; nalaten; (3) uit de buurt blijven (van); wegblijven (van); met een boog erom heenlopen
忌避する kihisuru (1) ontwijken; vermijden; mijden; ontlopen; omzeilen; zich onttrekken aan; uit de weg gaan; schuwen; (2) [jur.] wraken; diskwalificeren; bezwaar aantekenen tegen
嫌う kirau niet houden van; haten; verfoeien; niet fijn vinden; schuwen; vermijden; verafschuwen; detesteren; abhorreren
憚る habakaru (1) moeizaam vorderen; (2) gewichtig doen; grootdoen; zich nadrukkelijk doen gelden; invloed; macht uitoefenen; de baas spelen; (3) woekeren; om zich heen grijpen; zich verbreiden; ; [外聞を] beducht zijn voor; duchten; schromen; ontzien; vrezen; schuwen; bang zijn te; terugschrikken; vermijden; mijden; zich generen; terughoudend zijn; aarzelen; scrupules hebben
防ぐ; 禦ぐ; 拒ぐ fusegu (1) afweren; weren; afhouden; weghouden; buitensluiten; buitenlaten; afwenden; afschutten; afschermen; pareren; (2) (zich) verdedigen tegen; (zich) verweren tegen; (zich) beschermen tegen; (zich) beschutten tegen; (3) vermijden; voorkomen
躱す kawasu (1) [身を] opzij springen; wegduiken; (2) [質問を] ontwijken; ontduiken; uit de weg gaan; zich afmaken van; omzeilen; vermijden; mijden; proberen te ontkomen (aan); proberen te ontsnappen (aan); (3) [攻撃を] afkeren; afweren
回避する kaihisuru vermijden; mijden; ontwijken; schuwen; ontduiken; zich onttrekken aan; uit de weg gaan; omzeilen; eluderen
逃げる nigeru (1) vluchten; weglopen; wegvluchten; wegvliegen; wegrennen; ervandoor gaan; op de loop gaan; op de vlucht slaan; wegwezen; het op een lopen zetten; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [fig.] deserteren; [fig.] afbrassen; [lit.t.] vlieden; [uitdr.] de benen nemen; [uitdr.] benen maken; [uitdr.] zich uit de voeten maken; [uitdr.] 'm smeren; [uitdr.] 'm piepen; [uitdr.] het hazenpad kiezen; [uitdr.] zijn hielen laten zien; [uitdr.] de hielen lichten; [uitdr.] de plaat poetsen; [uitdr., inform.] de kuierlatten nemen; [uitdr., volkst.] van de wiek gaan; [uitdr., volkst.] riedel nemen; (2) ontsnappen; ontkomen; wegkomen; ontglippen; ontvluchten; uitraken; (3) ontlopen; uit de weg gaan; ontwijken; zich onttrekken aan; [uitdr.] de ruimte kiezen; [lit.t.] ontvlieden; ervan afkomen; vermijden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.66 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'vermijden', strategie: exact). 
2005-2019