日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘veroveren’
日蘭辭典 (trefwoord)
aichaku愛着
zn. liefde v. ¶ 愛着さす de liefde winnen van; het hart veroveren van. ¶ 愛着する liefhebben.
urikomi賣込
(売り込み) zn. verkoop m. ¶ 賣込商 commissiehandel. ¶ 賣込の上手 goede verkooper. ¶ 賣込む verkoopen; markt veroveren; afzetgebied vinden.
nuku拔く
t.w. (1) [引拔く] uitrekken. i.w. [抽出] uittreksel maken. t.w. (3) [引用] aanhalen; citeeren. (4) [取除] verwijderen; uitzonderen. (5) [省略] weglaten. (6) [抽んでる] overtreffen; i.w. uitblinken; uitmunten. t.w. [攻落] veroveren; innemen. (8) [追ひ越す] inhalen. [色を脱く] verkleuren; verschieten. ¶ 空氣を拔く lucht eruit pompen. ¶ 難解の所を脱く moeilijke passages overslaan. ¶ 釘を拔く spijker uittrekken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <veroveren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
乗っ取るnottoru (1) overnemen; zich meester maken van; een greep doen naar; grijpen naar; veroveren; in handen krijgen; innemen; bemachtigen; (2) kapen; gijzelen
克服するkokufukusuru overwinnen; de baas worden; te boven komen; bedwingen; de zege behalen over; onderwerpen; onder zijn gezag brengen; op de knieën krijgen; onder het juk brengen; veroveren; in bezit nemen
入賞nyuushyou het behalen; winnen; veroveren; in de wacht slepen van een prijs; bekroning; prijswinning
入賞するnyuushyousuru een prijs behalen; winnen; veroveren; in de wacht slepen; bekroond worden
奪取するdasshyusuru veroveren; buitmaken; in bezit nemen; toe-eigenen; innemen; afhandig maken; roven; wegkapen
征伐するseibatsusuru (1) onderwerpen; veroveren; bedwingen; (2) afstraffen; kastijden; bestraffen; tuchtigen
征服するseifukusuru (1) veroveren; conquesteren; onderwerpen; onder het juk brengen; (2) [山を] bedwingen; beteugelen; [困苦を] te boven komen
打ち取るuchitoru (1) [sportt.] verslaan; het winnen van; [honkb.] [三振に] (met 3 maal slag) uitgooien; (2) met geweld overvallen; overrompelen; met geweld nemen; zich meester maken van; innemen; veroveren; bemachtigen; (3) gokkend verwerven; (4) vangen; vatten; grijpen; pakken; snappen; verschalken
打ち落とすuchiotosu (1) [首を] afslaan; afhakken; afhouwen; (2) [涙を] plengen; (3) [城を] veroveren; stormenderhand innnemen
抜くnuku (1) dringen in; doordringen; penetreren; (2) inhalen; voorbijstevenen; achter zich laten; het verder brengen dan; overtreffen; voorbijstreven; te boven gaan; de loef afsteken; uitsteken boven; overvleugelen; [i.h.b. sportt.] verslaan; (3) uittrekken; trekken; [een fles enz.] opentrekken; (4) eruit halen; te voorschijn halen; uitlichten; uitpikken; uitkiezen; selecteren; uitzoeken; [i.h.b.] pikken; [i.h.b.] stelen; (5) verwijderen; wegnemen; lichten; uithalen; [i.h.b. van bad; ballon enz.] laten leeglopen; lozen; (6) besparen; daarlaten; overslaan; weglaten; achterwege laten; (7) [een blanco plek enz.] uitsparen; openlaten; (8) innemen; veroveren; (9) ten einde toe ~; uit-; af-; ~ tot de lust daartoe voorbij is [gebruikt als werkwoordelijk suffix]; (10) overslaan; (11) masturberen
落とし入れるotoshiireru (1) verschalken; verstrikken; strikken; vangen; verlokken; verleiden; inlokken; in de val lokken; [人を困難に] in een hachelijke situatie brengen; (2) [砦を] innemen; veroveren; onderwerpen; overweldigen; zich meester maken; (3) [硬貨を] inwerpen; ingooien
落とすotosu (1) laten vallen; neergooien; naar beneden gooien; droppen; (2) verliezen; zonder dat men er zich van bewust is iets laten vallen; al gaande ongemerkt laten vallen; kwijtraken; (3) [een vlek] verwijderen; uitwassen; wegwassen; [een baard] afscheren; wegscheren; afschrapen; wegschrapen; (4) innemen; veroveren; doen vallen; bemachtigen; zich meester maken van; (5) weglaten; schrappen; ontdoen van; laten uitvallen; (6) zachter gaan praten; [zijn stem] verstillen; verzachten; [zijn blik] naar de beneden richten; [zijn blik] naar de grond richten; [zijn blik] neerslaan; (7) (zich) verlagen; zich vernederen; degraderen; ontaarden; in waarde verminderen; [het vertrouwen] verliezen; (8) verslechteren; slechter maken; (9) [een duivel; een kwade geest etc.] uitdrijven; [een ziekte; een kwaal etc.] verdrijven; genezen; (10) afdingen; afbieden; pingelen; (11) [een persoon] laten ontsnappen; laten ontkomen; laten vluchten; (12) vangen; in de val laten lopen; te pakken krijgen; (13) [een kandidaat] verwerpen; niet selecteren; niet slagen [voor een examen]; (14) [m.b.t. rakugo 落語] [een verhaal] tot een komisch einde brengen; [een verhaal] eindigen met een rake opmerking; (15) [een schaduw] werpen
陥れるotoshiireru (1) verschalken; verstrikken; strikken; vangen; verlokken; verleiden; inlokken; in de val lokken; [人を困難に] in een hachelijke situatie brengen; (2) [砦を] innemen; veroveren; onderwerpen; overweldigen; zich meester maken
鹵獲するrokakusuru buitmaken; prijs maken; veroveren; zich meester maken van; bemachtigen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.56 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'veroveren', strategie: exact). 
2005-2022