日蘭辭典+

23 resultaten voor ‘verschaffen’
日蘭辭典 (trefwoord)
ataeru與へる
(与える) t.w. (1) [贈與] ten geschenke geven; schenken. (2) [授與] geven; verleenen; toestaan. (3) [分與] uitdeelen. (4) [供給] verschaffen. (5) [蒙らす] bezorgen; geven;
shikyū支給
zn. voorziening v.; verschaffing v. ¶ 支給する verschaffen; zorgen voor; voorzien van.
kinshu金主
zn. kapitalist m.; geldschieter m. ¶ 金主になる kapitaal verschaffen; geld fourneeren; financieren.
benzuru辨ずる
(弁ずる) t.w. (1) [辨別] onderscheiden; onderscheid maken. (2) [供給] verschaffen. (3) [處辨] afhandelen; uitvoeren; afdoen. ¶ 直ぐに外に出れば何でも用が辨じます als wij maar even de deur uitgaan kunnen we alles krijgen. ¶ お前を使にやっても用が辨じない als ik jou om een boodschap uitzend word die nooit behoorlijk uitgevoerd.
chōtatsu調達

zn. verschaffing v.; voorziening v.; levering v. ¶ 調達する verschaffen; voorzienen; leveren. ¶ 品物を調達する goederen leveren. ¶ を調達する geld verschaffen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verschaffen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
仕出すshidasu (1) beginnen te doen; aanvangen; aan de slag gaan met; starten met; (2) [料理を] cateren; maaltijden verzorgen; leveren; verschaffen; aan huis bezorgen; diners uitzenden; (3) vervaardigen; uitvinden; scheppen; creëren; in het leven roepen; instellen; (4) [身代を] verwerven; opbouwen; maken; (5) klaarspelen; voor elkaar krijgen; klaarkrijgen; gedaan krijgen; bewerkstelligen; tot stand brengen; uitvoeren
供するkyousuru (1) offeren; opdragen; (2) aanbieden; aanreiken; voorleggen; bieden; verschaffen; voorzien van; ter beschikking stellen; (3) aanwenden; gebruiken; besteden; bezigen; toepassen; (4) op een maal vergasten; op een diner trakteren; op een gastmaal onthalen; regaleren
供与するkyouyosuru geven; verschaffen; leveren; bezorgen; toekennen; voorzien van; schenken; verlenen
供給するkyoukyuusuru leveren; verschaffen; bevoorraden; voorzien van; aanvoeren
信用するshinyousuru geloven; geloof hechten; schenken (aan); geloof hebben in; vertrouwen (op); vertrouwen hebben; stellen (in); vertrouwen schenken; [form.] betrouwen op; [inform.] fiducie hebben (in); krediet geven; verschaffen; accrediteren
出すdasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew.; お酒を〜] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [トランプの札を〜] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を〜] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を〜] uithangen; (3) uiten; slaken; [音; サインを〜] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; [料理を〜] opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を〜] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を〜] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [ガスを〜] uitstoten; emitteren; [熱を〜] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を〜] uitzetten; [列車を〜] inleggen; (10) betalen; opbrengen; (11) veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [スピードを〜] halen; opdrijven; (12) [店; 支店を〜] openen; beginnen; (13) […~] naar buiten …; uit-; (14) […~] beginnen te …; het op een … zetten
収めるosameru (1) oogsten; de oogst binnenhalen; de vruchten plukken; maaien; (2) verwerven; verkrijgen; krijgen; in het bezit komen van; realiseren; verwezenlijken; de vruchten plukken van; (3) opdragen aan; toewijden aan; [神社へ] offeren aan; aanbieden; consacreren; (4) betalen; afrekenen; met geld over de brug komen; dokken; (5) leveren; verschaffen; voorzien; een leverancier zijn van; (6) opslaan; stockeren; een voorraad vormen van; (7) verzamelen; vergaren; bundelen; groeperen; hergroeperen; (8) tot een einde brengen; beëindigen; eindigen; besluiten; afsluiten; schikken; slechten; beslechten; afhandelen; (9) op zijn oorspronkelijke plaats terugstoppen; terugplaatsen; opbergen; wegbergen; [鳥が羽を] z'n vleugels vouwen; (10) aannemen; accepteren; aanvaarden
奉るtatematsuru (1) [hum.] aanbieden; schenken; offreren; offeren; presenteren; verschaffen; [w.g.] reiken; (2) [scherts.] geven; opgeven; (3) pro forma benoemen; eershalve aanstellen; (4) [hon.] nuttigen; gebruiken; eten; drinken; nemen; innemen; (5) [hon.] aantrekken; omdoen; (6) [hon.] instappen; instijgen; (7) […~] [hum. hulpwerkwoord]; (8) laten aanbieden; doen geven; (9) sturen; afvaardigen; zenden
宛てがうategau (1) aanbrengen; aanleggen; zetten; leggen; houden aan; (2) toewijzen; aanwijzen; toekennen; toebedelen; bestemmen; reserveren; (3) geven; voorzien van; leveren; verschaffen; verlenen; aanreiken; bezorgen; aan de hand doen; [仕事を] gunnen; (4) voor iem. uitkiezen
展開するtenkaisuru (1) zich ontvouwen; zich uitrollen; zich uitvouwen; (2) [m.b.t. zaak; geval] zich ontwikkelen; evolueren; (3) [m.b.t. aanblik enz.] verschaffen; bieden; [m.b.t. tafereel] zich ontvouwen; [m.b.t. een nieuwe wending enz.] nemen; (4) [een theorie enz.] ontwikkelen; uitwerken; uitschrijven; expliciteren; uiteenzetten; uit de doeken doen; ontvouwen; (5) [m.b.t. troepen] deployeren; opstellen; inzetten; in slagorde scharen
拵えるkoshiraeru (1) maken; in elkaar steken; fabriceren; knutselend maken; vervaardigen; bereiden; in elkaar flansen; (2) bouwen; construeren; opbouwen; optrekken; (3) voorbereiden; prepareren; arrangeren; toebereiden; toebereidselen treffen; zich klaarmaken voor; zich gereedmaken voor; (4) inzamelen; ophalen; vergaren; verschaffen; voorzien; leveren [Het lijdend voorwerp van dit werkwoord is meestal een woord dat naar geld; financiële middelen; fondsen; etc. verwijst.]; (5) verzinnen; uitvinden; verdichten; fingeren; bedenken; uitdenken; fantaseren; uit zijn duim zuigen; (6) zich opkleden; zich mooi aankleden; zijn beste kleren aantrekken; zijn beste pak aantrekken; (7) zijn toilet maken; zich opknappen; zich mooi maken; make-up aanbrengen; het uiterlijk verzorgen
提供するteikyousuru aanbieden; bieden; leveren; verschaffen; voorzien van; zorgen voor; aanreiken; aanvoeren; aandragen; ter beschikking stellen; van dienst zijn met; ten dienste stellen van; [i.h.b.] doneren; [w.g.] fourneren
支給するshikyuusuru uitkeren; voorzien van; verschaffen; leveren; verstrekken; uitbetalen; betalen; toekennen
納めるosameru (1) opdragen aan; toewijden aan; offeren aan [een godheid]; aanbieden [aan een godheid]; consacreren; (2) oogsten; de oogst binnenhalen; de vruchten plukken; maaien; (3) verwerven; verkrijgen; krijgen; in het bezit komen van; realiseren; verwezenlijken; de vruchten plukken van; (4) betalen; afrekenen; met geld over de brug komen; dokken; (5) leveren; verschaffen; voorzien; een leverancier zijn van; (6) opslaan; stockeren; een voorraad vormen van; (7) verzamelen; vergaren; bundelen; groeperen; hergroeperen; (8) tot een einde brengen; beëindigen; eindigen; besluiten; afsluiten; (9) op zijn oorspronkelijke plaats terugstoppen; terugplaatsen; opbergen; wegbergen; [m.b.t. een vogel] zijn veren vouwen; (10) aannemen; accepteren; aanvaarden
納付するnoufusuru [税金を] betalen; opbrengen; [品物を] leveren; verschaffen
納入するnounyuusuru [税を] betalen; [品物を] leveren; afleveren; bestellen; bezorgen; afgeven; voorzien van; verschaffen
調達するchoutatsusuru (1) bevoorraden met; voorzien van; verwerven; verschaffen; aanbrengen; leveren; inslaan; aankopen; aanschaffen; inkopen; (2) [金を] werven; inzamelen; (3) [注文を] uitvoeren
賄うmakanau (1) [食事を] voorzien van; verschaffen; verzorgen; leveren; bezorgen; verstrekken; [i.h.b.] cateren; (2) instaan voor; dekken; (3) rondkomen met; het rooien met
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.58 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'verschaffen', strategie: exact). 
2005-2021