日蘭辭典+

46 resultaten voor ‘vervelend’
日蘭辭典 (trefwoord)
akiaki suru厭々する
(厭き厭きする) i.w. meer dan genoeg hebben van; walgen van; bn. vervelend; vervelend; stomvervelend.
mendō面倒
zn. last o.; moeilijkheid v.; ergenis v.; verwikkeling v. ¶ 御面倒ながら het spijt mij u lastig te vallen, maar ...... ¶ 面倒を見る zich moeite getroosten. ¶ 面倒をかける last bezorgen. ¶ 面倒moeilijk; lastig; ingewikkeld. ¶ 面倒くさい ergerlijk; hinderlijk; vervelend.
taikutsu退屈
zn. verveling v. ¶ 退屈する zich vervelen. ¶ 退屈な vervelend; taai; saai. ¶ 退屈させる vervelen.
kyōmi興味
zn. belangstelling v.; belangen o. ¶ 興味ある interessant; boeiend; belangwekkend. ¶ 興味持つ belang stellen in; behagen scheppen in; zich interesseeren voor. ¶ 興味なき vervelend; saai; niet belangwekkend.
kudoiくどい
(諄い) bn. (1) [冗長] vervelend; taai; saai; langdradig. (2) [味の] zwaar; niet luchtig.
iya嫌、厭
zn. afkeer m.; ergernis v.; verveling v. ¶ 嫌な onaangenaam; ergerlijk; vervelend. ¶ 嫌な stank. ¶ いやな天氣 beroerd weer. ¶ 嫌な beroerde vent; lamme vent. ¶ 厭になる iets moede zijn; het land hebben aan. ¶ 貸して呉れ嫌か leen me wat, of wil je het niet? ¶ 嫌ですよ laat dat toch!; je hindert me; niet doen!
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vervelend>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
詰まらない tsumaranai (1) saai; vervelend; oninteressant; stom; eentonig; monotoon; taai; geesteloos; zouteloos; slaapverwekkend; glansloos; kleurloos; vaal; (2) onbelangrijk; onbetekenend; onbeduidend; min; nietig; banaal; te verwaarlozen; nietszeggend; flauw; triviaal; nietswaardig; waardeloos; (3) teleurstellend; onbevredigend; tegenvallend; ontgoochelend; dat zet geen zoden aan de dijk; het heeft geen zin; (4) dwaas; onnozel; onzinnig; [inform.] lullig; stom; mal
難しい; 六借しい; 六箇敷; 六ヶ敷 muzukashii (1) misnoegd; ontstemd; nors; stuurs; grimmig; bedrukt; somber; ernstig; (2) moeilijk; vervelend; lastig; hard; zwaar; heel [bv. hele klus]; (3) ernstig; kritiek; zwaar; bedenkelijk; precair; (4) ingewikkeld; gecompliceerd; complex; netelig; delicaat; (5) ongemakkelijk [karakter]; streng; strikt; lastig; hard; moeilijk te voldoen; kieskeurig; veeleisend
鬱陶しい uttoushii (1) [~天気] somber; betrokken; bewolkt; miezerig; druilerig; triestig; triest; deprimerend; donker; grauw; beklemmend; dof; (2) vervelend; storend; irritant; ergerlijk; onaangenaam
煩い urusai (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; (2) de neiging tot vitten hebbend; de neiging tot klagen hebbend; klagerig; kleinzielig; pietluttig; (3) moeilijk; veeleisend; hoge eisen stellend; kieskeurig; niet gauw tevreden over; lastig; (4) vervelend; irritant; hinderlijk; ergerlijk; onaangenaam; onhebbelijk; lastig; (5) opdringerig
うんざりさせる unzarisaseru vervelend; saai; afknappend; misselijkmakend; ; tegenstaan; doen afknappen; vervelen; beu maken; misselijk maken
忌々しい imaimashii vervelend; ergerlijk; irritant; storend; verdrietelijk; degoutant; verhipt; bliksems; akelig; naar; misselijk; hatelijk; sarrig
iya afkerig; wars; ergerlijk; vervelend; onaangenaam; onplezierig; naar; akelig; ; afkeer; aversie; ergernis; verveling
嫌な iyana afkerig; wars; ergerlijk; vervelend; onaangenaam; onplezierig; naar; akelig
嫌み iyami (1) onaangenaam; naar; vervelend; [Belg.N.] ambetant; onplezierig; ergerlijk; aanstootgevend; aanstotelijk; odieus; misselijk; [i.h.b.] vrijpostig; brutaal; (2) geaffecteerd; gemaakt; gekunsteld; ; (1) hatelijkheid; venijnigheid; nijdigheid; steek; piek; hak; belediging; beschimping; bespotting; grievende; kwetsende; sarcastische opmerking; sarcasme; (2) afkeer; weerzin
嫌らしい iyarashii (1) onaangenaam; onplezierig; naar; akelig; vervelend; walgelijk; weerzinwekkend; (2) onfatsoenlijk; onbehoorlijk; ongepast; onbetamelijk; onwelvoeglijk; onoorbaar; ondeugend; aanstootgevend; obsceen; indecent; liederlijk; schuin; vuil; schunnig; smerig; scabreus; [gew.] schouw
諄い kudoi (1) vervelend; saai; langdradig; wijdlopig; breedvoerig; breedsprakerig; (2) lastig; vermoeiend; (3) opdringerig; de neiging hebbend zich aan anderen op te dringen; (4) zwaar; niet luchtig; (5) (van kleur) opzichtig; (van kleur) schreeuwerig
悔しい kuyashii (1) ergerlijk; vervelend; aanstotelijk; irritant; ergernis opwekkend; (2) betreurenswaardig; jammerlijk; tragisch; te betreuren; bedroevend
平板 heiban (1) platte; vlakke plank; smalle plaat; lat; planchet; [landmeetkunde] meettafel; meettafeltje; (2) monotonie; eentonigheid; ; monotoon; eentonig; mat; dof; slaapverwekkend; oninteressant; vervelend; saai
煩わしい wazurawashii (1) lastig; moeilijk; vervelend; problematisch; moeitevol; (2) ingewikkeld; complex; gecompliceerd; intricaat; [fig.] tortueus
心気 shinki irriterend; irritant; vervelend; ; (1) stemming; gemoed; humeur; mood; gevoel; sentiment; (2) irritatie; sombere stemming
仕方がない shikataganai (1) er is niets aan te doen; er is niets tegen te doen; er zit niks anders op; er blijft (je; ons enz.) niets anders over; er is geen andere keus; (men enz.) kan niet anders; we hebben geen andere uitweg; er is geen enkel alternatief; er staat geen andere weg open; je kan er niet onderuit; onvermijdelijk; onontkoombaar; inevitabel; onvermijdbaar; onafwendbaar; daar helpt geen lievemoederen aan; dat zet geen zoden aan de dijk; heeft geen zin; (2) hopeloos; onmogelijk; onverbeterlijk; verstokt; er is niets te beginnen met; er is geen land te bezeilen met; stelt niets voor; niet te doen; [i.h.b.] irritant; [i.h.b.] vervelend; (3) […て~] kan het niet helpen (dat); kan het niet laten (te); kan er niets aan doen; […たくて~] ernaar smachten te; snakken naar
仕方無い shikatanai (1) er is niets aan te doen; er is niets tegen te doen; er zit niks anders op; er blijft (je; ons enz.) niets anders over; er is geen andere keus; (men enz.) kan niet anders; we hebben geen andere uitweg; er is geen enkel alternatief; er staat geen andere weg open; je kan er niet onderuit; onvermijdelijk; onontkoombaar; inevitabel; onvermijdbaar; onafwendbaar; daar helpt geen lievemoederen aan; dat zet geen zoden aan de dij; heeft geen zin; (2) hopeloos; onmogelijk; onverbeterlijk; verstokt; er is niets te beginnen met; er is geen land te bezeilen met; stelt niets voor; niet te doen; [i.h.b.] irritant; [i.h.b.] vervelend; (3) […て~] kan het niet helpen (dat); kan het niet laten (te); kan er niets aan doen; […たくて~] ernaar smachten te; snakken naar
焦れったい jirettai (1) vervelend; irritant; irriterend; ergerlijk; tergend; provocerend; (2) ongeduldig; geërgerd; geprikkeld; geïrriteerd
困難 konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; ; (1) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (2) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (3) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N., spreekt.] ambetant; (4) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
困った komatta (1) gênant; lastig; verlegen makend; pijnlijk; vervelend; naar; [Belg.N., spreekt.] ambetant; (2) [生活に] behoeftig; noodlijdend; nooddruftig
単調な tanchouna monotoon; eentonig; slaapverwekkend; geestdodend; saai; vervelend; glansloos; stom; eenvormig; [veroud.] eenzelvig
単調 tanchou monotoon; eentonig; slaapverwekkend; geestdodend; saai; vervelend; glansloos; stom; eenvormig; [veroud.] eenzelvig
退屈 taikutsu vervelend; saai; eentonig; oninteressant; weinig inspirerend; duf; stom; taai; langdradig; taedieus; slaapverwekkend; monotoon; geesteloos; glansloos; geestdodend; ; (1) verveling; [form., w.g.] taedium; (2) vervelendheid; saaiheid; eentonigheid; monotonie; langdradigheid; taaiheid; geesteloosheid; oninteressantheid; dufheid; glansloosheid; slaapverwekkendheid
大儀 taigi (1) inspannend; zwaar; moeilijk; lastig; bewerkelijk; vervelend; vermoeiend; afmattend; (2) moe; vermoeid; afgemat; lusteloos; mat; (3) bedankt voor de moeite; goed gewerkt; (4) zeer duur; ; (1) grootschalige hofceremonie; (2) grootse plechtigheid; ceremonie; (3) zaak van gewicht; iets belangrijks; bijzonder voorval
退屈な taikutsuna vervelend; saai; eentonig; oninteressant; weinig inspirerend; duf; stom; taai; langdradig; taedieus; slaapverwekkend; monotoon; geesteloos; glansloos; geestdodend
殺風景 sappuukei (1) saai; kleurloos; oninteressant; vervelend; eentonig; vaal; (2) ongezellig; kil; troosteloos; somber; doods
喧しい yakamashii (1) lawaaierig; luidruchtig; rumoerig; roezig; schreeuwerig; kabaal makend; herrie makend; veel leven makend; kakofonisch; schetterig; roezemoezig; lawaaiig; luid; gehorig; krakeelachtig; tumultueus; tapageus; bruyant; (2) [m.b.t. procedure] lastig; vervelend; omslachtig; log; ergerlijk; [inform.] flikkers; (3) zeurderig; drammerig; zanikachtig; zeverend; (4) veeleisend; kieskeurig; nauwgezet; kies; vies; (angstvallig) precies; pietluttig; pietepeuterig; kritisch; moeilijk; vitterig; muggenzifterig; vitziek; (5) streng; strikt; rigoureus; gestreng; rigide; strak; star; [m.b.t. programma] straf; [m.b.t. gelovige] steil; stringent; (6) controversieel; omstreden; beladen; geruchtmakend; ophefmakend; verhit
厄介な yakkaina lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend
厄介 yakkai lastig; moeilijk; zwaar; vervelend; storend; hinderlijk; onereus; [inform.] flikkers; drukkend; [m.b.t. werk] bezwarend; moeizaam; vermoeiend; ; (1) last; ongerief; overlast; ongemak; lastpost; moeite; soesa; [veroud.] pijne; bezwaar; [form.] onus; hinder; gehaspel; (2) zorg; hoede; toezicht; oppassing; verzorging; opvang; ontferming [betreft ook de personen of kosten daaraan verbonden]; (3) het leven van; het teren op; klaploperij; parasitisme; biets; (4) persoon ten laste; afhankelijke; tafelschuimer; kostganger; kostgangster; commensaal; inquilien; klaploper; profiteur; parasiet; bietser; (5) yakkai [In de Edo-periode door de pater familias gealimenteerde collaterale bloedverwanten. Bv. zijn jongere broers die op kosten van het ouderlijk huis leefden en als erfgenaam grootgebracht werden.]
面倒臭い mendoukusai lastig; moeilijk; vervelend; ellendig; verdrietelijk; [vulg.] klote
面倒臭い mendokusai; mendoukusai lastig; moeilijk; vervelend; ellendig; verdrietelijk; [vulg.] klote
面倒 mendou lastig; moeilijk; vervelend; onereus; ellendig; [inform.] flikkers; ingewikkeld; netelig; problematisch; ; (1) moeite; last; [form.] onus; [veroud.] pijne; ongemak; vervelend gedoe; [inform.] gekloot; (2) moeilijkheden; problemen; complicaties; (3) verzorging; zorg; zorgzaamheid; oppassing
面倒な mendouna lastig; moeilijk; vervelend; onereus; ellendig; [inform.] flikkers; ingewikkeld; netelig; problematisch
面倒臭い mendokusai lastig; moeilijk; vervelend; ellendig; verdrietelijk; [vulg.] klote
迷惑 meiwaku lastig; storend; vervelend; ongelegen; moeilijk; onereus; hinderlijk; [inform.] flikkers; ergerlijk; problematisch; bezwaarlijk; verdrietelijk; irritant; ; last; hinder; ongemak; [form.] onus; een lastig iets; een vervelend iets; moeite; ongerief; [veroud.] pijne; ongelegenheid; bezwaar
腹立たしい haradatashii irritant; aanstootgevend; aanstotelijk; ergerlijk; vervelend; provocerend; tergend; sarrig; hatelijk; treiterig
不肖 fushou (1) dwaas; stom; dom; mal; onnozel; (2) onwaardig; nietswaardig; (3) ongelukkig; onfortuinlijk; onzalig; (4) geduldig; lijdzaam; volhardend; (5) lastig; vervelend; moeilijk; (6) onwillig; aarzelend; weigerachtig; ; ik; ondergetekende
不愉快な fuyukaina onaangenaam; onplezierig; onprettig; vervelend
不愉快 fuyukai onaangenaam; onplezierig; onprettig; vervelend; ongemakkelijk; oncomfortabel
愛敬のない aikyounonai onvriendelijk; ongenietbaar; onaangenaam; onaantrekkelijk; bars; bits; [Belg.N.] bitsig; onaardig; slechtgezind; onsympathiek; antipathiek; bot; kortaf; zuur; nors; stuurs; vervelend; naar; onhebbelijk; onbeminnelijk; ongezellig; onplezierig; onvrolijk; koel
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.42 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 40 treffers (zoekopdracht: 'vervelend', strategie: exact). 
2005-2019