日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘verwachten’
日蘭辭典 (trefwoord)
atekomu當込む
(当て込む) t.w. rekenen op; verwachten.
matsu待つ
t.w. (1) [待つ] wachten; afwachten; i.w. wachten op. t.w. (2) [期待する] verwachten. i.w. (3) hopen op. ¶ 伏して待つ op wachten. ¶ 明日まで待つ tot morgen wachten. ¶ 好機を待つ gelegenheid afwachten. ¶ すこし待て wacht even. ¶ 待つ身は長い als men wacht, valt de tijd lang. ¶ 言を待たず onnoodig te zeggen ......; het spreekt van zelf dat...... ¶ ではお待ち申して居ります ik verwacht u dus.
omou思ふ
(思う) i.w. (1) [考へる] denken. (2) [沈思] peinzen. t.w. (3) [志す] bedoelen. (4) [希望] hopen. (5) [懸念] vreezen. (6) [觀察] beschouwen. (7) 感ずる (8) [想像] veronderstellen. (9) [信じる] gelooven. (10) [豫期] verwachten. (11) [愛情] liefhebben. i.w. (12) [追想] zich herinneren. ¶ 思ふに mij dunkt. ¶ いゝと思ふ goed vinden. ¶ 正しいと思ふする doen, wat men meent, dat recht is. ¶ 何とも思はぬ niets geven om; zich niets aantrekken van. ¶ 我子を思ふ verlangen naar zijn kind.
hatashite果して

(果たして) bw. zooals te verwachten was; en inderdaad. ¶ 果して然らば in dat geval; als dat zoo is, dan.

WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
kibō希望

zn. (1) [] hoop v. (2) [豫期] verwachting v. (3) [所望] bedoeling v.; wensch m.; verlangen o. ¶ の希望して in de hoop op; met de bedoeling om. ¶ 希望を棄てる de hoop opgeven. ¶ 希望に副う aan de verwachting beantwoorden. ¶ 希望する hopen; wenschen; verlangen; verwachten. ¶ 希望者 sollicitant. ¶ 希望者は自身來訪ありたし sollicitanten gelieven zich persoonlijk te vervoegen bij......

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verwachten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
望む nozomu (1) een uitzicht hebben; (in de verte) zien; uitzien; overzien; overkijken; [w.g.] afogen; uitkijken; (2) wensen; willen; verlangen; begeren; verkiezen; believen; uit zijn op; staan naar; ambiëren; streven naar; dingen; verhopen; hopen; verwachten; uitkijken naar; vlassen op; talen naar; [Barg., volkst.] spinzen (op)
期する gosuru (1) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (2) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (3) [再会を] beloven; afspreken
期す gosu (1) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (2) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (3) [再会を] beloven; afspreken
楽しみにする tanoshiminisuru z'n hoop vestigen op; verwachten; rekenen op; hopen op; zich verheugen op; tegemoet zien; uitkijken naar
待つ matsu (1) wachten (op); verbeiden; afwachten; beiden; opwachten; verwachten; tegemoet zien; uitzien naar; in afwachting zijn van; inwachten; [Barg., volkst.] darren; [arch.] vertoeven; (2) rekenen op; staat maken op; aangewezen zijn op; behoeven; vergen
期す kisu (1) [時期; 期限を] vastleggen; bepalen; prikken; (2) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (3) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (4) [再会を] beloven; afspreken
期する kisuru (1) [時期; 期限を] vastleggen; bepalen; prikken; (2) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (3) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (4) [再会を] beloven; afspreken
期待する kitaisuru verwachten; hopen op; uitkijken naar
予想する yosousuru verwachten; voorzien; anticiperen; zien aankomen dat; rekening houden met; schatten; ramen
予期する yokisuru verwachten; afwachten; uitzien naar; tegemoet zien; anticiperen
図る hakaru (1) plannen; beramen; beogen; het aanleggen op; streven naar; nastreven; (2) pogen; proberen; een poging doen tot; (3) verwachten; rekening houden met; rekenen op; voorzien
踏む fumu (1) trappen (op); treden (in); de voet zetten op; betreden; begaan; bewandelen; (2) doorlopen [van procedure enz.]; volgen; (3) schatten; ramen; taxeren (op); begroten (op); waarderen (op); appreciëren; rekenen; verwachten
思う omou (1) denken; (2) geloven; overtuigd zijn; vast vertrouwen op; (3) geneigd zijn; de neiging hebben tot; (4) beschouwen als; bezien als; vinden dat; houden voor; (zich) aanrekenen als; menen; achten; veronderstellen ~ te zijn; (5) verwachten; hopen; rekenen op; voorzien; (6) vrezen dat; bang zijn dat; bevreesd zijn dat; (7) zich verbeelden; zich voorstellen; zich indenken; zich een beeld vormen van; (8) veronderstellen; aannemen; gissen; berekenen; er van uit gaan dat; (9) zich herinneren; (10) 10. van plan zijn te; de intentie hebben te; (11) 11. wensen; verlangen; willen; begeren; (12) 12. geïnteresseerd zijn in; belangstelling hebben voor; (13) 13. beminnen; liefhebben; verliefd worden op; verliefd zijn op; verlangen naar; (14) 14. zich afvragen of; (15) 15. verdenken van; wantrouwen; mistrouwen; verdenken te
想う omou (1) hopen; wensen; verwachten; voorzien; (2) gissen; vermoeden; raden naar; (3) veronderstellen; vooronderstellen; aannemen; uitgaan van; (4) zich herinneren; voor de geest roepen; voor de geest halen; voor zich halen; (5) sympathie voelen voor; sympathiseren met; een warm hart toedragen; genegenheid voelen voor; waardering gevoelen voor
考える kangaeru (1) denken; nadenken; (2) vermoeden; van mening zijn dat; (3) van plan zijn te doen; denken te gaan doen; (4) verwachten; hopen; (5) concluderen; (6) oordelen dat; denken dat; (7) beschouwen als; denken dat; aanmerken als; zien als; achten; zich aanrekenen als; tot; (8) voorzichtig zijn; goed nadenken; (9) in overweging nemen
当てにする atenisuru rekenen op; hopen op; verwachten; vertrouwen op; zich in het vooruitzicht stellen; z’n hoop vestigen op; [niet alg.] betrouwen op
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'verwachten', strategie: exact). 
2005-2019