日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘verwachting’
日蘭辭典 (trefwoord)
ate
(当て) zn. (1) [信賴] vertrouwing v. (2) [目的] doel o. (3) [期待] verwachting v.; hoop v. (4) [手掛り] leidraad m. ¶ 當になる betrouwbaar; geloofwaardig. ¶ 當もなく doelloos. ¶ 當が外れる zijn doel missen; teleurgesteld worden. ¶ 當にする vertrouwen op. ¶ を當にして op grond van.
ategoto當事
(当て事) zn. hoop v.; verwachting v.
ninshin妊娠
zn. zwangerschap v.; bevruchting (受胎) v. ¶ 不染妊娠 onbevlekte ontvangenis. ¶ 妊娠する zwanger worden. ¶ 妊娠せる zwanger; (俗) in blijde verwachting; in gezegende omstandigheden.
igai意外
bw. buiten verwachting; boven verwachting; onverwachts; toevallig. ¶ 意外onverwachtsch; onverwacht; toevallig; onvermoed; onverhoopt. ¶ 意外の事 verrassing. ¶ 意外愉快 onverhoopt genoegen. ¶ 意外結果 onverwacht resultaat; onvoorzien gevolg.
SUPPLEMENT (trefwoord)
tekkiriてっきり
bw. (spreektaal) een stellige verwachting; gebruikt wanneer een aanname tegen verwachting in niet uitkomt (gewoonlijk in een zin met vormen van ‘ik dacht’ als 思ってた of 思いこんでた). ¶ てっきり日本語が話せると思ってた。 Tekkiri, kare wa nihongo ga hanaseru to omotte ta. Ik dacht dat hij Japans kon. ¶ てっきり今日彼女誕生日だと思ってた。 Kyō ga kanojo no tanjōbi da to omotte ta. Ik zou zweren dat het haar verjaardag was vandaag. ¶ てっきりあなた我々といっしょに来られるものと思っていました。 Tekkiri anata ga wareware to issho ni korareru mono to omotte imashita. Ik had aangenomen dat je met ons mee zou komen. (TTC) (yamasv)
WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
kibō希望

zn. (1) [] hoop v. (2) [豫期] verwachting v. (3) [所望] bedoeling v.; wensch m.; verlangen o. ¶ の希望して in de hoop op; met de bedoeling om. ¶ 希望を棄てる de hoop opgeven. ¶ 希望に副う aan de verwachting beantwoorden. ¶ 希望する hopen; wenschen; verlangen; verwachten. ¶ 希望者 sollicitant. ¶ 希望者は自身來訪ありたし sollicitanten gelieven zich persoonlijk te vervoegen bij......

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verwachting>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
想定 soutei (1) veronderstelling; hypothese; onderstelling; aanneming; (2) verwachting; anticipatie
望み nozomi (1) hoop; verwachting; [meton., veroud.] betrouwen; (2) wens; verlangen; believen; (3) vooruitzicht; kans; veelbelovendheid; beloftevolheid
展望 tenbou (1) uitzicht; gezicht; (2) vooruitzicht; verwachting; kansen; aspect; (3) kijk; visie; opvatting; zienswijze; mening; observatie
積り tsumori (1) voornemen; intentie; plan; bedoeling; opzet; oogmerk; van zins ~; [veroud.] voorhebben; (2) verwachting; overtuiging; (onder de) indruk (dat); (in de ) veronderstelling (dat); (3) zich wijsmakend dat ~; zich inbeeldend dat; als ware ~; (4) raming; schatting; (5) laatste glaasje op een receptie; afzakkertje
見当 kentou circa ~; ongeveer ~; om en bij de ~; rond de ~; in de buurt van ~; bij benadering ~; ; (1) doel; doelwit; doeleinde; mikpunt; (2) richting; (3) verwachting; vooruitzicht; perspectief; (4) schatting; raming; begroting; taxatie; (5) veronderstelling; onderstelling; vermoeden; hypothese; presumptie
見通し mitooshi (1) vergezicht; weids uitzicht; panorama; (2) vooruitzicht; verwachting; aspect; (3) doorzicht; inzicht; begrip
心積もり kokorozumori (1) verwachting; berekening; anticipatie; (2) paraatheid; mentale voorbereiding
好み konomi (1) smaak; persoonlijke voorkeur; voorliefde; neiging; zwakheid; (2) neiging; drang; tendens; inclinatie; geneigdheid; (3) keuze; het kiezen; optie; voorkeur; preferentie; (4) hoop; verwachting; wens; verlangen; (5) mode; trend; vogue; (6) [ton.] stijl in navolging van bepaald acteur
前途 zento (1) toekomst; vooruitzicht; verwachting; mogelijkheden; (2) verdere reis; verder traject; [m.b.t. treinkaartje] verdere rit
楽しみ tanoshimi (1) plezier; pret; vreugde; vermaak; amusement; aardigheid; leukheid; genot; geneugte; schik; lust; genoegen; behagen; [veroud.] verlustiging; (2) verwachting; hoop; blijdschap; [form.] verheugenis; verheuging; dat waar iem. naar uitkijkt; uitziet
ki (1) periode; (2) anticipatie; verwachting; (3) tijdperk; tijdvak; (4) tijdstip
期待 kitai verwachting; hoop; afwachting
予想 yosou verwachting; afwachting; vooruitzicht; anticipatie; schatting; raming
予期 yoki verwachting; afwachting; anticipatie
眼鏡 megane (1) bril; oogglas; fok; [Barg.] glinster; (2) inzicht; verwachting
目処 medo (1) doel; streefdoel; oogmerk; bedoeling; (2) vooruitzicht; verwachting; perspectief; hoop; (3) [針の] oog
okite (1) regel; voorschrift; wet; gebod; bepaling; verordening; statuut; (2) maatregel; beschikking; instructie; (3) regeling; behandeling; omgang; procedure; regelgeving; reglement; code; (4) overeenkomst; afspraak; (5) verwachting; plan; voornemen; (6) houding; stemming; instelling; gemoedsgesteldheid; (7) lot; bestemming
当て ate (1) doel; streefdoel; bedoeling; oogmerk; plan; (2) verwachting; vooruitzicht; uitzicht; mogelijkheid; (3) betrouwbaarheid; vertrouwen; krediet; geloofwaardigheid
yume (1) droom; droombeeld; dagdroom; fantasiebeeld; verbeelding; dromerij; rêverie; luchtkasteel; (2) iets vergankelijks; iets ijdels; iets leegs; iets loos; iets vergeefs; iets onwezenlijks; (3) waan; illusie; waanvoorstelling; waandenkbeeld; hersenschim; waanidee; chimère; (4) wensbeeld; wensdroom; (schone) verwachting; vrome hoop; utopie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'verwachting', strategie: exact). 
2005-2019