日蘭辭典+

10 resultaten voor ‘verzenden’
日蘭辭典 (trefwoord)
tegami手紙
zn. brief m. ¶ 手紙の往復 briefwisseling; correspondentie. ¶ 手紙出す brief verzenden. ¶ 手紙秤 brievenweger.
dasu出す

t.w. (1) [突出] uitstrekken; uitsteken. (2) [取出] uithalen; voor den dag halen. (3) [を] aanwenden; inspannen. (4) [發送] verzenden; sturen. (5) [發行] uitgeven. (6) [食事を] opdienen; serveeren. (7) [解雇] ontslaan. (8) [差出] inzenden. (9) [拂ふ] betalen. (10) [開業] beginnen. (11) [產出] voortbrengen. (12) [口に] zeggen. (13) [供給] aanschaffen. ¶ 出す bladeren krijgen. ¶ 質物を出す pand terughalen. ¶ 狂言をだす comedie opvoeren. ¶ 寄附出す bijdrage schenken. ¶ 國旗を出す nationale vlag uitsteken. ¶ 切符をを出しなさい verzoeke uw kaartjes te vertoonen. ¶ 降り出す beginnen te regenen. ¶ 泣き出す beginnen te huilen.

azukeru預ける

t.w. (1) [委託] toevertrouwen; opdragen; overlaten. (2) [銀行に] deponeeren; op deposito zetten. ¶ 荷物預ける bagage in bewaring geven; bagage als passagiersgoed verzenden (旅客荷として送る).

SUPPLEMENT (trefwoord)
nengajō年賀状
(de) nieuwjaarskaart年賀状を出す nengajō wo dasu een nieuwjaarskaart verzenden. ¶ お年賀状ありがとう o-nengajō arigatō Bedankt voor je nieuwjaarskaart.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verzenden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
出荷する shukkasuru verzenden; verschepen; afzenden; expediëren
仕向ける shimukeru (1) aansporen; aanmoedigen; aandringen; aanzetten; ertoe bewegen; brengen; leiden; nopen; dwingen; (2) sturen; zenden; verzenden; versturen; (3) behandelen; bejegenen
出す dasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew., お酒を] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [トランプの札を] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を] uithangen; (3) uiten; slaken; [音; サインを] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [ガスを] uitstoten; emitteren; [熱を] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を] uitzetten; [列車を] inleggen; (10) 10. betalen; opbrengen; (11) 11. veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [スピードを] halen; opdrijven; (12) 12. [店; 支店を] openen; beginnen; ; (1) 13. […~] naar buiten …; uit-; (2) 14. […~] beginnen te …; het op een … zetten
搬送する hansousuru (1) verzenden; transporteren; vervoeren; overbrengen; overdragen; overleveren; overzenden; (2) uitzenden
送る okuru (1) zenden; sturen; opsturen; verzenden; versturen; (2) uitgeleide doen; uitleiden; wegbrengen; naar buiten leiden; uitlaten; (3) begeleiden; vergezellen; escorteren; onder bewaking zenden; [i.h.b.] chaperonneren; (4) [月日を] besteden; spenderen; [生活を] leiden; doorbrengen; (5) [送り仮名を] okurigana toevoegen
送り出す okuridasu (1) uitsturen; sturen; zenden; wegsturen; wegzenden; laten uitrukken; (2) versturen; verzenden; opsturen; (3) [sumō-jargon] stotend in de rug de ring uit werken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'verzenden', strategie: exact). 
2005-2019