日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘vinden’
日蘭辭典 (trefwoord)
aritsuku有付く
(有り付く) t.w. vinden; aantreffen. ¶ 御馳走に有付く getracteerd worden;
yarikuri遣繰
(遣り繰り) zn. tijdelijk hulpmiddel o.; lapmiddel o. ¶ 遣繰する tijdelijk hulpmiddel vinden; zich voorloopig weten te redden.
ikaga如何
bw. hoe?; wat? ¶ 如何ですhoe gaat het ermee? hoe maakt u het?; hoe is het?. ¶ 如何お思ひになりますか wat zou je ervan zeggen? ¶ 昨夜は如何でしたか hoe was het gisterenavond?; hoe heb je het gisterenavond gehad? ¶ 今度芝居如何でしたか hoe vond je de comedie?; wat zeg je van de comedie? ¶ もう一つ如何ですか wil je er niet nog eentje nemen? ¶ 明日では如何ですか schikt het u morgen?
SUPPLEMENT (trefwoord)
teishō提唱
(zn., suru-ww) (1) Het bepleiten [voorstellen; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren] van een zaak; voorstel; verdediging; presentatie. ¶ 提唱する teishōsuru [een zaak; iets] bepleiten; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren. ¶ 提唱者 teishōsha voorsteller; pleiter; verdediger; presentator. ¶ 彼の学説が初めて提唱されたは、それを信じなかった。 Kare no gakusetsu ga hajimete teishōsareta toki wa, dare mo sore wo shinjinakatta. Toen zijn theorie voor het eerst werd gepresenteerd vond die geen enkele steun. ¶ 電力不足対策のスーパークールビズとして、ポロシャツやアロハシャツの着用が提唱された。Denryokubusoku taisaku no sūpākūrubizu to shite, poroshatsu ya arohashatsu no chakuyō ga teishōsarete. In het kader van de Super Cool Biz maatregel voor het bestrijden van energietekorten werd het dragen van poloshirts en alohashirts [hawaïshirts] bepleit. [NB Cool Biz en later Super Cool Biz waren initiatieven van de Japanse overheid om bedrijven te stimuleren het mogelijk te maken om de airco op een lagere temperatuur zetten door werknemers zich luchtiger te laten kleden] (2) (a) Het uitleggen [verklaren; uiteenzetten; behandelen] van iets; uitleg; verklaring; uiteenzetting; lezing. (b) specifiek het uitleggen van de doctrines in Zenboeddhisme. ¶ 提唱する teishōsuru uitleggen; verklaren; behandelen; uiteenzetten. ¶ 禅家の提唱 Zenke no teishō Catechetische vraag voor meditatie in Zen.
kansō感想
(znw, suru-ww) Iets over een bepaald onderwerp voelen en denken; een indruk hebben; gedachten hebben; gevoel hebben; reactie; ¶ …という感想抱く ...to iu kansō wo idaku denken dat; het gevoel hebben dat ¶ それの感想は? Sore no kansō wa? Wat denk je ervan? (TTC) ¶ ゲームについてのご感想は? Gāmu ni tsuite no go-kansō wa? Wat vindt u van het spel? (TTC) ¶ はその感想を述べた。 Kare wa sono shi no kansō wo nobeta. Hij vertelde wat voor indruk het gedicht op hem maakte. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vinden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
存じる zonjiru (1) denken; vinden; geloven; menen; houden voor; achten; beschouwen; aannemen; veronderstellen; (2) weten; kennen; begrijpen; bekend zijn met; beseffen; zich bewust zijn van; inzien
存じ上げる zonjiageru (1) kennen; weten; bekend zijn met; ergens van af weten; (2) denken; menen; vinden; achten; beschouwen; [gew.] peinzen
存ずる zonzuru (1) denken; vinden; geloven; menen; houden voor; achten; beschouwen; aannemen; veronderstellen; (2) weten; kennen; begrijpen; bekend zijn met; beseffen; zich bewust zijn van; inzien
臨む nozomu (1) uitkijken op; uitzien op; uitzicht bieden op; overzien; uitzicht hebben op; met de voorgevel liggen op; (2) [戦場に] gaan naar; [試験に] opgaan voor; gaan afleggen; (3) geconfronteerd worden met; staan tegenover; ondervinden; [死に] vinden; ; [voorafgegaan door に] ten aanzien van; jegens; tegenover; ten opzichte van; vis-à-vis
出る deru (1) naar buiten gaan; naar buiten komen; zich vertonen; uitbreken; uitgaan; uitkomen; verlaten; vandaan gaan (bij); vertrekken; [m.b.t. boot] afvaren; [i.h.b.] afstuderen (aan); [i.h.b.] aftrek vinden; weggaan; (2) verschijnen; opkomen; voor de dag komen; opduiken; te voorschijn komen; zich voordoen; rijzen; voorkomen; [aan de telefoon enz.] komen; [m.b.t. zon] opgaan; rijzen; doorkomen; [m.b.t. bloemknoppen enz.] uitkomen; uitlopen; [i.h.b.] ontdekt worden; [m.b.t. geesten, spoken] waren; (3) uitsteken; naar buiten steken; opsteken; uitspringen; oprijzen; (4) bijwonen; aanwezig zijn bij; gaan naar; deelnemen aan; meedoen aan; [voor het gerecht enz.] verschijnen; in [zaken; het bedrijfsleven; de politiek enz.] gaan; (5) [m.b.t. wegen] leiden naar; voeren naar; uitkomen op; tegenkomen; bereiken; aantreffen; vinden; stuiten op; (6) te buiten gaan; overschrijden; gaan over; passeren; (7) ontspruiten (aan); komen uit; voortkomen (uit); voortspringen uit; ontstaan uit; beginnen; ontspringen; ontsnappen; [fig.] opwellen; [lit.t.] ontwellen; zijn oorsprong ontlenen aan; zijn oorsprong vinden in; teruggaan op; afstammen van; afkomen van; stammen uit; voortspruiten uit; (8) verschijnen; uitkomen; uitgegeven worden; gepubliceerd worden; [i.h.b. de pers enz.] halen; (9) krijgen; verkrijgen; [arch.] bekomen; [m.b.t. gerecht] opgediend worden; geserveerd worden; [m.b.t. bedrag, premie] uitgekeerd worden; (10) 10. toenemen; rijzen; [m.b.t. wind] opsteken; aanwakkeren; [m.b.t. snelheid] optrekken; (11) 11. zich … gedragen; een … houding nemen; (12) 12. [m.b.t. thee] trekken
出合う deau (1) uitgaan om iem. te ontmoeten; rendez-vous geven; ergens met iem. afspreken; (2) toevallig tegenkomen; onverwachts ontmoeten; toevallig treffen; aantreffen; aanlopen tegen; oplopen (tegen); tegen het lijf lopen; [moeilijkheden e.d.] ondervinden; stuiten op; stoten op; (bij toeval) vinden; in de [problemen; moeilijkheden enz.] (verzeild) raken; (3) samenvloeien; samenvallen
su (1) zijn; bestaan; (2) zich voordoen; gebeuren; voorkomen; voorvallen; ; (1) doen; verrichten; bedrijven; (2) […~] doen; plegen; (3) in een bep. toestand brengen; maken tot; (4) […~] beschouwen; vinden; achten
就く tsuku (1) [werk enz.] vinden; [een functie; ambt; leeropdracht enz.] aanvaarden; [aan het bewind, op de troon enz.] komen; [de troon] bestijgen; beklimmen; [in een nieuwe baan enz.] beginnen; [bij het leger enz.] dienst nemen; [aan het werk enz.] tijgen; (2) [m.b.t. reis] aanvaarden; aanvangen; [in slaap] vallen; [m.b.t. de wacht] betrekken; [in de verdediging enz.] gaan; (3) les; college lopen (bij); studeren (bij); [de weg van de minste weerstand enz.] volgen
得る uru [na de ren'yōkei 連用形 van een ww.] kunnen; in staat zijn; bij machte zijn; ; krijgen; verkrijgen; behalen; verwerven; [hulp] vinden
分かる wakaru (1) begrijpen; verstaan; snappen; vatten; zien; inzien; beseffen; te weten komen; beetkrijgen; er achter komen; hoogte krijgen van; er wijs uit kunnen (worden); herkennen; onderkennen; kunnen volgen; begrijpelijk zijn; zich een begrip vormen van; (2) begrip kunnen opbrengen voor; begip tonen; begripvol zijn; redelijk zijn; (3) blijken (te zijn); duidelijk worden; aan het licht komen; vinden; weten; kennen; geïdentificeerd zijn; (4) waarderen; appreciëren; gevoel hebben voor; verstand hebben van; smaken
重視する juushisuru (veel) belang; betekenis; gewicht hechten aan; (grote; veel) waarde hechten aan; de nadruk leggen (op); nadruk geven; accentueren; (heel) belangrijk achten; vinden; benadrukken; beklemtonen; [uitdr.] zwaar tillen; [uitdr.] zwaar laten wegen
仕入れる shiireru (1) inslaan; in voorraad nemen; een voorraad … aanleggen; (2) een voorraad aanvullen; (3) zich verschaffen; aanschaffen; zich voorzien van; vinden; aankrijgen; [情報を] verzamelen
認める mitomeru (1) opmerken; zien; bespeuren; bekennen; waarnemen; in de gaten hebben; getuige zijn van; (2) [schuldig enz.] bevinden; vinden; achten; menen; oordelen; beschouwen; aanzien; houden voor; van mening zijn dat; (3) toegeven; erkennen; inzien; aanvaarden; accepteren; aannemen; honoreren; goedkeuren; toelaten; toestaan; sanctioneren; (4) erkennen; waarderen; appreciëren
見做す minasu beschouwen; aanzien; bezien; houden voor; achten; zien; opvatten; vinden; aanmerken; (zich) aanrekenen
見える mieru (1) zichtbaar zijn; gezien kunnende worden; te zien zijn; in zicht zijn; verschijnen; zien; (2) kunnen zien; in staat zijn te zien; (3) vinden; aantreffen; waarnemen; (4) komen; aankomen; opdagen; arriveren [beleefdheidsvorm voor kuru 来る]; (5) eruitzien (als); lijken; toeschijnen; voorkomen; de indruk wekken
見出す miidasu vinden; erachter komen; te weten komen; ontdekken; aantreffen; bemerken; bespeuren
見付かる; 見つかる mitsukaru (1) gevonden worden; betrapt worden; ontdekt worden; uitkomen; terechtkomen; terechtgebracht worden; blijken; aan het licht komen; tot de ontdekking komen dat; te weten komen dat; (2) (kunnen) vinden; aantreffen
見付ける; 見つける mitsukeru (1) vinden; achter [de oorzaak enz.] komen; achterhalen; ontdekken; waarnemen; betrappen; bemerken; aantreffen; [fig., niet alg.] opschoppen; te weten komen; bespeuren; [inform.] opduikelen; in het oog krijgen; [geen ziel enz. te] bekennen; ontwaren; constateren; [Belg.N.] detecteren; [Belg.N., w.g.] repereren; (2) [een baan enz.] zoeken; [baantjes enz.] nazitten; jagen op ~; ; gewend zijn te zien
接する sessuru (1) grenzen (aan); aanliggen (tegen); palen (aan); liggen (aan); reiken tot aan; komen tegen; belendend; contigu; naburig zijn; (2) zich bezighouden met; behandelen; omgaan met; omspringen met; [m.b.t. clientèle] bedienen; dienen; zorgen voor; (3) in aanraking; contact komen met; te maken krijgen met; ontmoeten; ervaren; tegen het lijf lopen; stoten op; stuiten op; vinden; aantreffen; tegenkomen; betrokken raken bij; [een ongeval enz.] krijgen; [m.b.t. nieuws] vernemen; (4) [ook m.b.t. wisk.] raken (aan); aanraken; ; in aanraking; contact brengen met; aanbrengen; zetten; plaatsen tegen
遂げる togeru volbrengen; uitvoeren; tot stand brengen; tot een goed einde brengen; voltooien; volvoeren; vervullen; realiseren; verwezenlijken; [目的を] bereiken; [進歩を] boeken; [死を] vinden
捜し出す sagashidasu ontdekken; erachter; te weten komen; vinden; opsporen; achterhalen; terugvinden
発見する hakkensuru ontdekken; vinden; spotten; komen achter; [i.h.b.] aantreffen; [i.h.b.] stoten op
考え出す kangaedasu (1) bedenken; uitdenken; uitvinden; vinden; uitkienen; verzinnen; ontwerpen; uitdokteren; uitknobbelen; (2) beginnen te denken aan
拾う hirou (1) rapen; oppakken; oprapen; opnemen; oppikken; [een verloren voorwerp] vinden; [i.h.b.] verzamelen; [i.h.b.] bijeenzamelen; [i.h.b.] samenlezen; [i.h.b.] vergaren; [lit.t.] lezen; [informatie] sprokkelen; [i.h.b., sportt.] opvangen; (2) uitpikken; uitkiezen; selecteren; (3) ternauwernood behouden; iets uit de brand redden; iem. uit de brand helpen; zich ontfermen
挙げる ageru (1) houden; organizeren; (2) geven; vinden; opsommen; noemen; aanhalen; (3) [腕を] opsteken; [頭を] oprichten; (4) [委員に] benoemen; aanstellen; (5) verenigen; samenbrengen; verenen
相性がいい aishougaii het goed met elkaar (kunnen) vinden; goed (kunnen) opschieten met; goed overweg kunnen met; goed over de baan kunnen met; het samen goed kunnen vinden; [Belg.N.] goed overeenkomen met; goed bij elkaar passen; elkaar liggen; accorderen; goed boteren tussen; klikken tussen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.54 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'vinden', strategie: exact). 
2005-2019