日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘vol’
日蘭辭典 (trefwoord)
anshin安心
zn. gemoedsrust v.; vertrouwen o. ¶ 安心の出來ぬ人物 iemand, met wien men zich niet op zijn gemak gevoelt. ¶ 安心な rustig. ¶ 安心さす geruststellen. ¶ 安心する gerust zijn; vol vertrouwen zijn. ¶ ほっと安心する een zucht van verlichting slaken. ¶ これで大きに安心到しました dit is mij een pak van het hart.
darakeだらけ
bw. vol met; bevuild door; bedekt met. ¶ だらけ bezweet. ¶ 鼠だらけの家 huis vol muizen. ¶ 間違だらけ boek vol fouten. ¶ だらけ bloedbevlekt. ¶ 借金だらけ over de ooren in de schuld.
kyakudome客止
(客止め) zn. afwijzing van bezoekers omdat de zaal vol is.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vol>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一杯 ippai [meestal voorafgegaan door woorden die verwijzen naar een tijdsperiode] de gehele ~; de volledige ~; de ganse ~; ; (1) vol; (2) veel; talrijk; overvloedig; ; (1) een kopje (vol met); een glas (vol met); een kom (vol met); een schaal (vol met); een lepel (vol met); (2) een rondje [alcoholische drank]; [fig.] een slokje; een borrel; een glaasje; een dronk; (3) volheid
一杯の ippaino (1) vol; (2) veel; talrijk; overvloedig
芳醇 houjun welriekend en welsmakend; aromatisch; [~なワイン] vol; gecorseerd; bouquetrijk; robuust
こくのある kokunoaru [~酒] vol; rijk; gecorseerd; krachtig; lijvig; pittig; rond op de tong; [~料理] stevig; flink
円い marui (1) rond; circulair; [~顔; 月] vol; (2) sferisch; bolrond; bol; (3) minzaam; aardig; rustig; kalm
丸々した marumarushita vol; bol; rond; mollig; bolrond
丸々 marumaru (1) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (2) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal; ; ene; een zeker(e); niet nader genoemd(e); ; lege plek; blanco gedeelte; opengelaten plaats; leeg gelaten passage
丸々と marumaruto (1) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (2) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal
満員の maninno vol; afgeladen; uitverkocht; volgeboekt; geheel bezet; [Belg.N.] volzet
太い futoi (1) dik; zwaar; fors; vet; flink; (2) [van stem e.d.] diep; vol; zwaar; (3) driest; boud; vermetel; stoutmoedig; (4) brutaal; vrijpostig; schaamteloos; onbeschaamd
深い fukai (1) diep; dicht; dik; (2) [van gevoelens, gedachten enz.] diep; intens; diepgaand; diepliggend; diepzinnig; grondig; innig; intiem; (3) [van kleuren, aroma's enz.] donker; zwaar; vol
膨らか fukuraka mollig; vlezig; goedgevuld; bol; vol
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.37 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'vol', strategie: exact). 
2005-2019