日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘volledig’
日蘭辭典 (trefwoord)
shōryaku省略
zn. weglating v.; afkorting v. ¶ 省略する afkorten; verkorten; gedeeltelijk weglaten; ¶ 省略せぬ onverkort; volledig. ¶ 省略符 apostrophe.
kirei na綺麗な
bn. (1) [立派な] fraai; mooi; keurig. (2) [清潔な] zindelijk; schoon. (3) [潔白な] rein; onschuldig. (4) [完全な] volledig. ¶ 綺麗な mooi meisje. ¶ 綺麗な schoon water; helder water. ¶ 綺麗に mooi; netjes; volledig; geheel. ¶ 綺麗にする verfraaien; mooi maken; schoonmaken; reinigen.
zenbu全部
zn. geheel o.; alle deelen o.mv.; bw. geheel; totaal; volledig. ¶ 全部で totaal; alles tezamen; in het geheel. ¶ 全部揃って compleet. ¶ 全部に亙って geheel en al. ¶ 全部の volledig; al; geheel; compleet.
sorou揃ふ
(揃う) i.w. (1) [一致] het eens zijn; overeenstemen. (2) [集る] vergaderen; bijeenkomen. (3) [整ふ] volledig zijn; geordend zijn; in orde zijn. ¶ 揃った compleet; volledig; geordend. ¶ 揃はぬ onvolledig; niet compleet; niet in orde. ¶ 人數は揃ひましたか zijn wij compleet? zijn wij voltallig? ¶ 兄弟三人揃ひも揃って alle drie broers; de broers, alle drie.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <volledig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
揃える soroeru (1) (tot een geheel) samenbrengen; (een complete verzameling ~) bijeenbrengen; (al de ~) bijeenzoeken; volledig verzamelen; assorteren; bij elkaar krijgen; bijeenhalen; een volledige collectie ~ aanleggen; (2) in orde schikken; op volgorde leggen; ordenen; rangschikken; [i.h.b.] klaarzetten; [i.h.b.] netjes achterlaten; (3) uniformeren (qua ~); gelijk(vormig) maken; harmoniseren; juist stellen; [i.h.b.; drukk.] uitvullen; [i.h.b.] uitlijnen; [fig.] stroomlijnen; (4) completeren; volledig; voltallig maken; vervolledigen; aanvullen
残らず nokorazu al; alles; helemaal; heel; geheel; compleet; volledig; exhaustief; integraal; uitputtend; één en al; geheel en al; stuk voor stuk; tot de laatste [man, cent, druppel enz.]; zonder uitzondering; [arch.] gans
総て subete (1) al; alles; allemaal; (2) volledig; helemaal; integraal; ; al; alles; allemaal; [attr.] heel; [attr.] geheel; [attr.] gans
上から下まで uekarashitamade van boven tot onder; grondig; volledig
一々 ichiichi (1) een voor een; (2) alles; elk afzonderlijk; alles zonder uitzondering; iedereen; (3) in detail; in bijzonderheden; volledig; volkomen
見事; 美事 migoto (1) mooi; prachtig; fraai; keurig; excellent; schitterend; fantastisch; magnifiek; briljant; voortreffelijk; uitstekend; heerlijk; meesterlijk; reuze; (2) volkomen; volslagen; volledig; compleet; helemaal; afgerond; totaliter
尽く kotogotoku integraal; volledig; helemaal; allemaal; geheel; algeheel; heel; totaal; volkomen; [arch.] gans
全然 zenzen (1) helemaal niet; in het geheel niet; niet in het minst; geringste; absoluut niet; volstrekt niet; hoegenaamd niet; in genen dele [i.c.m. negatie]; (2) heel; erg; zeer; verschrikkelijk [in informeel taalgebruik]; (3) compleet; volstrekt; totaal; geheel; helemaal; geheel en al; volkomen; volslagen; volledig; op-en-top; in alle opzichten; door en door [affirmatief en nadrukkelijk]
全部 zenbu volledig; allemaal; algeheel; heel; totaal; volkomen; in alle opzichten; onverdeeld; [arch.] gans; ; geheel; al; algeheel; alle; alles; totaal; [inform.] het hele zootje; de hele bende; [attr.] compleet
丸々 marumaru (1) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (2) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal; ; ene; een zeker(e); niet nader genoemd(e); ; lege plek; blanco gedeelte; opengelaten plaats; leeg gelaten passage
丸々と marumaruto (1) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (2) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal
丸ごと marugoto volledig; integraal; in zijn geheel; met hom en kuit; met alles erop en eraan; [veroud.] gans en al
全く mattaku (1) geheel; geheel en al; heel; volledig; helemaal; straal; absoluut; volstrekt; rechtaf; volkomen; puur; totaal; volslagen; door en door ~; [attr.] ~ in het kwadraat; hartstikke; op-en-top; compleet; ten enenmale; ganselijk; gladweg; vlak; [volkst.] helendal; (2) werkelijk; inderdaad; waarlijk; echt; zonder meer; regelrecht; hoe ~!
去る saru (1) verwijderen; afhalen; weghalen; wegwerken; uithalen; wegnemen; afdoen; afnemen; verbannen; zich af maken van; (2) zich ontdoen van; bannen; uitbannen; afzetten (van); laten varen; (3) [m.b.t. baan] opgeven; stoppen met; [m.b.t. ambt] neerleggen; verlaten; opzeggen; afstand doen van; bedanken voor; vaarwelzeggen; [m.b.t. toneel] afgaan (van); ; (1) verlaten; weggaan (bij; van); vertrekken (bij; van; uit); ervandoor gaan; [gew.] aangaan; ertussenuit knijpen; opstappen; heengaan (van); heenlopen; [i.h.b.] sterven; scheiden (van; uit); [m.b.t. echtgenoot; echtgenote] zich laten scheiden van; zich verwijderen van; aflopen van; weglopen van; verdwijnen; wegkomen; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [inform.] opdonderen; [inform.] ophoepelen; [inform.] opflikkeren; [inform.] oprukken; [w.g.] opdoeken; [studentent.] opzooien; [uitdr.] zich uit de voeten maken; (2) achter zich laten; op [x uur afstand enz.] liggen; afliggen van; verwijderd liggen van; (3) wijken; afnemen; wegtrekken; verdwijnen; overgaan; eindigen; ophouden te bestaan; aflopen; ten einde lopen; voorbijgaan; vergaan; (4) [m.b.t. seizoen, tijdruimte] verstrijken; voorbijgaan; vergaan; [i.h.b.] voorbijvliegen; verlopen; passeren; [fig.] omgaan; [fig.] omlopen; [fig.] omkomen; ; totaal ~; volledig ~; compleet ~; geheel en al ~; volkomen ~ [voorafgegaan door een ren'yōkei]; ; jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; ~ dezer; vorige ~; verleden ~; gepasseerde ~
宛ら sanagara toch; desondanks; ondanks dat; ; (1) onveranderd; intact; status quo; als tevoren; (2) integraal; onverkort; volledig; (3) net; precies; als ware
きっぱりと kipparito (1) kordaat; ronduit; stellig; beslist; uitdrukkelijk; resoluut; (2) helemaal; volledig; compleet; eens en voorgoed; definitief
思い切り omoikiri (1) heftig; hevig; krachtig; energiek; (2) afschuwelijk; afgrijselijk; vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend; gruwelijk; (3) naar hartelust; zonder zich te beperken; (4) met alle macht; uit alle macht; (5) grondig; door en door; compleet; volledig; ; (1) berusting; gelatenheid; geestestoestand waarbij men alle hoop opgegeven heeft; het afzien van iets; (2) besluit; beslissing; voornemen
思いっ切り omoikkiri (1) heftig; hevig; krachtig; energiek; (2) afschuwelijk; afgrijselijk; vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend; gruwelijk; (3) naar hartelust; zonder zich te beperken; (4) met alle macht; uit alle macht; (5) grondig; door en door; compleet; volledig
完納する kannousuru integraal; volledig; tot de laatste cent betalen; volstorten
kan (1) a. compleet; volledig; (2) b. voltooien; afmaken; besluiten; ; einde; slot [bij eind van een boek of film]
完全な kanzenna perfect; compleet; volledig; integraal; volkomen; volslagen; volstrekt; totaal; gaaf; ongeschonden; volmaakt; afgerond; intact
完全に kanzenni perfect; compleet; volledig; geheel; integraal; volkomen; volmaakt; volslagen; volstrekt; absoluut; totaal; afgerond; intact; ongeschonden; [w.g.] restloos
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.64 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'volledig', strategie: exact). 
2005-2020