日蘭辭典+

49 resultaten voor ‘voor’
日蘭辭典 (trefwoord)
tsuite就いて
(ついて) vz. (1) [關して] met betrekking tot; aangaande; wat betreft; omtrent; van; over; voor. (2) [每に] per. (3) [沿って] langs. (4) [共に] met. ¶ 是に就いて wat dit betreft; hieromtrent. ¶ 一斤について五十 vijftig sen per kin. ¶ について行く langs de rivier loopen; de rivier volgen. ¶ 兄について行く met zijn broer meegaan.
de
vz. (1) [時間の場合] in; over; op. (2) [場所の場合] in; op; te. (3) [手段の場合] door; door middel van; per; met. (4) [年齡の場合] op. (5) [材料の場合] van. (6) [乘物の場合] per; met. (7) [價格の場合] voor; tegen. (8) [原因の場合] door; in verband met; naar aanleiding van; wegens. (9) [用語の場合] in. ¶ 一箇月で出來ます het is over een maand klaar. ¶ 銀座で逢ふ in de Ginza elkaar ontmoeten. ¶ 東京in Tokyo. ¶ バタビヤで op Batavia. ¶ の前で voor. ¶ の外で buiten. ¶ ひきで door protectie. ¶ 手紙per brief. ¶ 時間で借りる per uur huren. ¶ 斤で賣る per pond verkoopen. ¶ 廿歳で op zijn twintigste jaar. ¶ 作る van hout maken. ¶ 汽車で per spoor; met den trein. ¶ 一圓で賣る voor een yen verkoopen. tegen een yen verkoopen. ¶ 氣で缺席する wegens ziekte afwezig zijn. ¶ 肺病で死ぬ aan tering sterven. ¶ 蘭語in het Hollandsch.
kuni
(国) zn. (1) [國家] staat m.; rijk o. (2) [國土] land o. (3) 行政區劃 provincie v. (4) [故鄕] geboorteplaats v. (5) [領地] gebied o. ¶ nationaal. ¶ voor het vaderland.
sen
bn. vroeger; vorig. ¶ に tevoren; vroeger. ¶ を越す iemand vóór zijn; te vlug af zijn. ¶ を越されたか、、残念な is hij mij vóór geweest? dat spijt me.
katsu勝つ
t.w. (1) [勝利] overwinnen; i.w. overwining behalen. t.w. (2) [優る] overtreffen. ¶ 戰に勝つ den slag winnen. ¶ 困難に克つ moeilijkheden te boven komen. ¶ にはが勝ち過ぎる het is te zwaar voor mij.
itazuraいたづら
(いたずら, 悪戯, 惡戲, 徒, 徒ら) zn. (1) [惡戲] ondeugendheid v.; kwajongensstreek m. (2) [徒爲] nutteloosheid v. (3) [淫蕩] geiligheid v.; gemeenigheid v.; wulpschheid v. ¶ いたづらな (惡戲な) ondeugend; kwajongensachtig; (徒爲な) nutteloos; noodeloos; (淫蕩な) geil; onzedelijk. ¶ いたづらに (面白半分に) voor de grap; uit gekheid; zoo maar; (徒爲に) vergeefs; nutteloos. ¶ いたづらをする (わるさする) gekheid maken; kwajongensstreek uithalen; stoeien; spelen. ¶ いたづら者 ondeugd; vrouw van losse zeden (不品行な) ¶ 徒になる op niets uitloopen. ¶ いたづら盛り de ondeugende leeftijd. ¶ いたづら兒 ondeugd; kwajongen.
kokoro-e心得
zn. (1) [知識、會得] kennis v.; begrip o. (2) [準則] aanwijzing v. mv. (3) [規則] voorschriften v. mv. (4) [覺悟 ] voorbereid v. (5) [官職の心得] vervanger m. ¶ 局長心得 waarnemend directeur. ¶ 一通り科料を心得て居る zij kan goed koken. ¶ 商人の心得 voorschriften voor kooplieden; wat een koopman behoort te weten.
tashinamu嗜む
i.w. (1) [好む] houden van; smaak hebben voor; gevoel hebben voor. (2) [愼み] zich weten te beheerschen; zich beschaafd gedragen; bescheiden zijn; zedig zijn.
kokoroeru心得る
t.w. (1) [會得する] weten; begrijpen; inzien. i.w. (2) [と思ふ] beschouwen als; houden voor. ¶ 心得ました ik heb u begrepen; ik zal er voor zorgen.
otoru劣る
i.w. achterstaan bij; minder zijn dan; niet aan kunnen. ¶ 劣らぬ niet onderdoen voor; even goed zijn als.
kokorozashi
zn. (1) [意向] wil m.; meening v. (2) [意圖] bedoeling v. (3) [目的] doel o. (4) [親切] welwillendheid v.; vriendelijkheid v. (5) [贈物] geschenk o. ¶ 志を達する zijn doel bereiken; zijn wensch vervuld zien. ¶ 志を抱く een doel hebben. ¶ お志だけ澤山です ik neem gaarne den wil voor de daad.
dasu出す

t.w. (1) [突出] uitstrekken; uitsteken. (2) [取出] uithalen; voor den dag halen. (3) [を] aanwenden; inspannen. (4) [發送] verzenden; sturen. (5) [發行] uitgeven. (6) [食事を] opdienen; serveeren. (7) [解雇] ontslaan. (8) [差出] inzenden. (9) [拂ふ] betalen. (10) [開業] beginnen. (11) [產出] voortbrengen. (12) [口に] zeggen. (13) [供給] aanschaffen. ¶ 出す bladeren krijgen. ¶ 質物を出す pand terughalen. ¶ 狂言をだす comedie opvoeren. ¶ 寄附出す bijdrage schenken. ¶ 國旗を出す nationale vlag uitsteken. ¶ 切符をを出しなさい verzoeke uw kaartjes te vertoonen. ¶ 降り出す beginnen te regenen. ¶ 泣き出す beginnen te huilen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
teishō提唱
(zn., suru-ww) (1) Het bepleiten [voorstellen; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren] van een zaak; voorstel; verdediging; presentatie. ¶ 提唱する teishōsuru [een zaak; iets] bepleiten; voorstaan; voorstellen; verdedigen; presenteren. ¶ 提唱者 teishōsha voorsteller; pleiter; verdediger; presentator. ¶ 彼の学説が初めて提唱されたは、それを信じなかった。 Kare no gakusetsu ga hajimete teishōsareta toki wa, dare mo sore wo shinjinakatta. Toen zijn theorie voor het eerst werd gepresenteerd vond die geen enkele steun. ¶ 電力不足対策のスーパークールビズとして、ポロシャツやアロハシャツの着用が提唱された。Denryokubusoku taisaku no sūpākūrubizu to shite, poroshatsu ya arohashatsu no chakuyō ga teishōsarete. In het kader van de Super Cool Biz maatregel voor het bestrijden van energietekorten werd het dragen van poloshirts en alohashirts [hawaïshirts] bepleit. [NB Cool Biz en later Super Cool Biz waren initiatieven van de Japanse overheid om bedrijven te stimuleren het mogelijk te maken om de airco op een lagere temperatuur zetten door werknemers zich luchtiger te laten kleden] (2) (a) Het uitleggen [verklaren; uiteenzetten; behandelen] van iets; uitleg; verklaring; uiteenzetting; lezing. (b) specifiek het uitleggen van de doctrines in Zenboeddhisme. ¶ 提唱する teishōsuru uitleggen; verklaren; behandelen; uiteenzetten. ¶ 禅家の提唱 Zenke no teishō Catechetische vraag voor meditatie in Zen.
shaberu喋る
(-r stam) (1) babbelen; kletsen; (niet serieus, vrijblijvend) praten; roddelen. ¶ 日本人遭遇して日本語めっちゃしゃべった。 Nihonjin to sōgōshite nihongo mettcha shabetta. Toevallig een Japanner ontmoet, we hebben tijdenlang gebabbeld. (twitter) (2) informatie doorvertellen die niet voor anderen bestemd is; zich iets laten ontvallen; zich verspreken; roddelen. ¶ しゃべってしまった shabette shimatta ik versprak me (twitter) ¶ 眠すぎて真実しゃべってしまった Nemusugite shinjitsu shabette shimatta Ik was te slaperig en liet me ontvallen hoe het werkelijk in elkaar zit. (twitter) ¶ あ、ごめんなさい。聞かれてもいない余計なことをしゃべってしまったと思って、ツイート消しちゃった。 A, gomen nasai. Kikarete mo inai yokei na koto wo shabette shimatta to omotte, twiito keshichatta. O, neem me niet kwalijk. Omdat ik dacht dat ik nodeloos uitweidde over dingen die me niet eens gevraagd waren had ik de tweet verwijderd. (twitter) (3) praten over iets. ¶ テレビでは、我が国の将来の問題を誰かが深刻なをしてしゃべっている。 Terebi de wa, wagakuni no shōrai no mondai wo dare ka ga shinkoku na kao wo shite shabette iru. Op TV is iemand met een ernstige blik over de problemen van ons land aan het praten. (4) (in) een taal praten; een taal spreken. (TTC) ¶ 彼ら英語をしゃべっていますか。 Karera wa eigo wo shabette imasu ka. Spreken ze Engels? (TTC) ¶ 彼はとうとう中国語をしゃべるようになりました。 Kare wa tōtō chūgokugo wo shaberu yō ni narimashita. Hij is eindelijk Chinees gaan praten. (twitter)
matomo真面
(Tevens 正面) (na-adj, znw) (1) precies voor; precies tegenover. ¶ 太陽がまともに照り付けている。 Taiyō ga matomo ni teritsukete iru. De zon schijnt recht in mijn gezicht. (TTC) (2) rechtgeaard; deugdzaam; rechtschapen; degelijk; deugdelijk; oprecht; serieus; ernstig. ¶ まともな思想家として評価されるべきである。 Matomo na shisōka to shite hyōkasareru beki de aru. We moeten hem als een serieuze denker op waarde schatten.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <voor>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
損得 sontoku winst of verlies; gewin of verlies; kosten-baten; voor- en nadelen; belangen
其の為に sonotameni (1) bijgevolg; derhalve; dus; alzo; zodoende; daardoor; vandaar; dientengevolge; tengevolge daarvan; ergo; gevolglijk; (2) daartoe; voor; met dat doel; daarvoor; te dien einde; (3) daarom; om die reden; op die grond; uit dien hoofde; op grond daarvan; naar aanleiding daarvan; [arch.] deswege
の為に notameni (1) voor; om; in het belang van; ten bate van; [afk.] t.b.v.; tot profijt van; ten voordele van; ten behoeve van; ten dienste van; ten gerieve van; ter wille van; -halve; ter benefice van; om bestwil van; om het belang van; ten faveure van; [i.h.b.] ter ere van; (2) voor; om; tot; opdat; ter wille van; omwille van; teneinde; met het oog op; met het doel; het idee; de bedoeling; het oogmerk om; (3) wegens; door; bij; vanwege; uit; -halve; om reden dat; om redenen van; aangezien; omdat; tengevolge van; ingevolge; als gevolg van; krachtens; op grond van; uit hoofde van; doordat; [veroud.] alzo; [arch.] doordien; [i.h.b.] dankzij; [i.h.b.] te wijten aan; (4) voor; met betrekking tot; in verband met
のに noni voor; om; ter ~; ten ~ [combinatie van het nominaliserende partikel no の met het doelaanduidende ni に]; ; was ~ (maar)!; had ~ (toch)!; ik wou dat ~ [drukt een teleurstelling, verzuchting e.d. uit]; ; hoewel; alhoewel; ofschoon; terwijl; daar waar; [veroud.] schoon; ondanks (het feit dat); niettegenstaande (dat); [w.g.] hoezeer ~; toch; ~ ten spijt; ~ maar; ~ en toch; in weerwil van; [arch.] trots [concessief-voegwoordelijk partikel dat aan de rentaikei van vervoegde woorden (katsuyōgo 活用語) gehecht wordt]
suji 11. [maatwoord voor langgerekte objecten zoals rivieren, obi's, lijnen, rookkolommen, wegen enz.]; ; (1) vezel; draad; [oneig.] zeen; [oneig.] pees; [oneig.] spier; (2) ader; (3) aanleg; talent; gave; (4) lijn; streep; voor; vore; (5) [geneal.] lijn; linie; afstamming; afkomst; komaf; descendentie; bloed; (6) draad; plot; intrige; verwikkeling; rode draad; verhaallijn; (7) rede; logica; ratio; zinnigheid; (8) [確かな; 信頼すべき~] zijde; bron; kringen; (9) traject; tracé; (10) 10. [囲碁; 将棋の] cruciale zet
向け; 向; 平 muke bestemd voor ~; bedoeld voor ~; gericht op ~; voor ~
打ち込む uchikomu (1) drijven in; indrijven; aandrijven; slaan in; inslaan; aanslaan; heien in; inheien; hameren in; inhameren; [fig.] prenten in; [fig.] inprenten; [m.b.t. beton] storten in; [m.b.t. data] invoeren; stoppen in; intikken; intypen; (2) opgaan in; zich er geheel aan wijden; zich met hart en ziel toeleggen op; zich overgeven aan; zich geven aan; dwepen met; [m.b.t. liefde] vallen op; voor; zwaar verliefd worden op; smoor; stapel; verzot; gek; dol zijn op; weg zijn van; (3) slaand doen komen in; [sportt.] smashen in; [w.g.] inschieten; [mil.] vuren (in; op); [mil.] schieten in; [m.b.t. kogel] jagen in; [meton.] (lood) pompen in; (4) [m.b.t. kendo] (onverhoeds) aanvallen; treffen; (5) [m.b.t. go] z'n schijf binnen de formatie van de tegenspeler plaatsen; terrein van de tegenspeler invallen; (6) [honkb.] een werper uitschakelen; vele hits scoren
凹み kubomi holte; uitholling; kuil; kom; deuk; holligheid; [畝間の] voor; vore
法律上 houritsujou wettelijk gezien; voor; volgens de wet; juridisch; rechtelijk; van rechtswege; de jure; ex jure; rechtens
he (1) […~] [duidt een richting aan] naar; naar … toe; richting …; tot; op … af; voor; (2) […~] [duidt een plaats van handeling aan]; (3) […~] [duidt degene aan tot wie de handeling gericht is] naar
ペテン peten bedrog; bedriegerij; misleiding; verlakkerij; bedotterij; beduvelarij; voor-de-gek-houderij; oplichterij; flessentrekkerij; fraude; zwendel; zwendelarij
を支持して woshijishite tot steun van; ten gunste van; t.g.v.; voor; ten faveure van; ten behoeve van
shiwa (1) rimpel; [i.h.b.] frons; [i.h.b.] groef; [fig.] voor; (2) kreuk; kreukel; frommel; plooi; vouw
shita voorbereidend ~; voorafgaand ~; preliminair; voor-; ; (1) [adv., loc.] beneden; [adv., loc.] omlaag; [adv., loc.] neer; [loc.] onder (aan); [m.b.t. trap enz.] voet; (2) [m.b.t. leeftijd] jonger (dan); [m.b.t. studiejaren] lager; beneden [de achttien jaar enz.]; (3) [attr.] ondergeschikte; [attr.] lagergeplaatste; [attr.] mindere; [i.h.b.] basis; [i.h.b.] achterban; (4) [abl.] meteen (toen)
事前の jizenno voorafgaand; voor-; preliminair
事前 jizen voor-; pre-; voorafgaand
mizo (1) sloot; greppel; gracht; watergang; (2) [下水用の] afwateringssloot; wetering; watering; afvoerkanaal; geul; watervoor; goot; riool; (3) groef; groeve; gleuf; voor; cannelure; sponning; (4) [fig.] kloof; breuk; gat; gap; dispariteit; afstand; distantie
功罪 kouzai voor- en nadelen; het voor en tegen; lusten en lasten; sterke en zwakke punten; goede en slechte eigenschappen
姓名 seimei voor- en familienaam; (volledige) naam
前後 zengo tegen; rond; omstreeks; omtrent; om en (na)bij; circa; (zo) ongeveer; zo'n; zowat; in de buurt van; ; (1) voor- en achterkant; voor- en achterzijde; [loc.] voor en achter; [loc.] voor- en achteraan; [loc.] ervoor en erachter; [loc.] voor- en achterwaarts; (2) voor en na; tevoren en daarna; ervoor en erna; voor- en achteraf; [i.h.b.] consequenties
zen (1) [kwantor voor bureautafels, leunspanen, dientafels, mimi's e.d.]; (2) [kwantor voor shintoïstische godheden of heiligdommen]; ; (1) oud-; ex-; gewezen; voormalig; vorig; vroeger; (2) voor-; pre-; vorig; ; vroeger; eerder; voordien; tevoren; ervoor; voordezen
前方に zenpouni voor; vooraan; voorop; vooruit; voorwaarts; naar voren; frontwaarts
対する taisuru (1) staan; liggen tegenover; uitzien op; uitkijken op; zich gesteld; geplaatst zien voor; zich in tegenwoordigheid bevinden van; bejegenen; omgaan met; [m.b.t. klanten] bedienen; [i.h.b. meetk.] onderspannen; (2) daartegenover; daarentegen; vergeleken met; [i.h.b.] in tegenstelling tot; (3) jegens; tegen; tegenover; ten aanzien van; naar (~ toe); voor; tot; (4) het opnemen tegen; tegenstreven
tame (1) voor; ten behoeve van; ten dienste van; ten gerieve van; ten voordele van; -halve; [i.h.b.] ter ere van [meestal voorafgegaan door een taigen + の; が; of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (2) voor; om; tot; opdat; ter wille van; omwille van; teneinde; met het oog op; met het doel; het idee; de bedoeling; het oogmerk om [meestal voorafgegaan door een taigen + の; が, of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (3) wegens; door; bij; vanwege; uit; om reden dat; aangezien; omdat; tengevolge van; ingevolge; als gevolg van; krachtens; op grond van; uit hoofde van; doordat; [veroud.] alzo; [arch.] doordien; [i.h.b.] dankzij; [i.h.b.] te wijten aan [meestal voorafgegaan door een taigen + の; が; of volgend op een yōgen in de rentaikei]; (4) voor; met betrekking tot; in verband met [meestal voorafgegaan door een taigen + の; が, of volgend op een yōgen in de rentaikei]; ; belang; behoeve; bestwil; voordeel; profijt
mae (1) 11. [wordt gevoegd achter een meishi of een dōshi in de ren'yōkei; geeft een zekere portie aan]; (2) 12. -heid [suffix dat de hoedanigheid van het grondwoord (steeds een menselijke eigenschap) benadrukt]; ; (1) voor; voren; (2) voorkant; front; voorzijde (van een lichaam); [i.h.b.] borststuk; (3) voorstuk; voorste deel; kop; hoofd; (4) confrontatie; het onder ogen hebben; (5) [in] aanwezigheid [van]; [in het] bijzijn [van]; [in het] aanschijn [van]; [in het] aangezicht [van]; [ten] overstaan [van]; tegenover ~; tegen ~; (6) geleden; tevoren; terug; voor; voorheen; vroeger; voordien; (7) (onmiddellijk) voorafgaand (aan); voor; vorig; voormalig; voorgaand; bovenstaand; eerder; eerstgenoemd (van twee); (8) eerdere veroordeling; (9) in overeenstemming met; zoals ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前]; (10) 10. Vrouwe ~ [(arch.) in de constructie ~ no mae ~の前; suffix ter betiteling van een adellijke dame]
前に maeni (1) voor; vooraan; ervoor; voorop; (2) tevoren; vooraf; ervoor; (3) eerder; voorheen; voordien; vroeger; eertijds; (4) op voorhand; van tevoren; vooruit; bij voorbaat
利害 rigai belang; interesse; voor- en nadelen
長短 choutan (1) (relatieve) lengte; (2) sterke en zwakke punten; goede en slechte eigenschappen; kwaliteiten en gebreken; lusten en lasten; voor- en nadelen; de voors en tegens
ki (1) a. wagenspoor; (2) b. lijn; regel; norm; ; wagenspoor; rijspoor; voor
善し悪し yoshiashi goed of slecht; goede en slechte eigenschappen; kwaliteit; geschiktheid; goed en kwaad; het voor en het tegen; voor- en nadeel; lusten en lasten
面前で menzende in aanwezigheid van; in (het) bijzijn van; ten overstaan van; [afk.] t.o.v.; ten aanschouwen van; voor; onder iems. ogen; voor iems. neus; waar iem. bij stond; in tegenwoordigheid van; tegenover; praesente
hashi 11. […~に] terwijl; en daarnaast; ; (1) uiteinde; einde; tip; staart; (2) rand; kant; boord; zoom; marge; grens; uithoek; hoek; [gew.] uitkant; (3) eindje; fragment; stukje; (4) flard; gedeelte; (5) begin; eerste; (6) [bouwk.] buitenkant; buitenzijde; voor; voorgedeelte; [i.h.b.] straatzijde; straatkant; (7) aanhef; voorwoord; voorbericht; inleiding; (8) aanvang; start; begin; (9) bescheiden positie; status; (10) 10. lagere prostituee
禍福 kafuku voor- en tegenspoed; geluk en ongeluk; wel en wee; ups en downs; ups-and-downs; mazzel en pech; [Belg.N.] meeval en tegenslag
ate (1) per ~; (2) voor ~; geadresseerd aan ~; gericht aan ~
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.84 sec. jiten.nl: 15 treffers, warandict: 34 treffers (zoekopdracht: 'voor', strategie: exact). 
2005-2019