日蘭辭典+

23 resultaten voor ‘voorbereiding’
日蘭辭典 (trefwoord)
sensō戰爭
(戦争) zn. (1) [戰亂] oorlog m.; strijd m. (2) [戰鬪] slag m.; gevecht o. ¶ 戰爭する oorlog voeren; strijden; vechten; slag leveren. ¶ 戰爭中に in den oorlog; gedurende den strijd; al vechtende. ¶ 戰爭準備 toerusting tot den strijd; bewapening; voorbereiding tot den oorlog. ¶ 戰爭利益 oorlogswinst. ¶ 戰爭出る ten strijde trekken. ¶ 戰爭狂 oorlogspsychose. ¶ 戰爭好き oorlogszuchtig; krijgslustig.
SUPPLEMENT (trefwoord)
hoshū補習
(zn; -suru ww.) Het geven van onderwijs buiten de reguliere schooltijden voor het bijbrengen van extra kennis; aanvullend onderwijs; aanvullende les; bijles. ¶ 補習する hoshūsuru bijles geven; aanvullend onderwijs geven. ¶ 補習教育 hoshū kyōiku aanvullend onderwijs; voortgezet onderwijs. ¶ 先生も連休をエンジョイしたかったが、どっかの6人組の補習やら準備やらで連休無かったぞ! Sensei mo renkyū wo enjoi shitakatta ga, dokka no roku-ningumi no hoshū yara junbi yara de renkyū nakatta zo! Ik had ook van de vakantieperiode willen genieten, maar door aanvullende lessen, voorbereidingen en wat al niet voor een zekere ploeg van zes personen had ik helemaal geen vakantie! (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <voorbereiding>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
造成 zousei [宅地の] ontwikkeling; aanleg; bebouwing; voorbereiding; ontginning
手回し temawashi (1) handaandrijving; (2) voorbereiding; schikkingen; voorzorgen
手筈 tehazu (1) plan; programma; regeling; schikking; afspraak; (2) voorbereiding; voorbereidsel; voorzorgen
打ち合わせ uchiawase (1) vooroverleg; voorberaad; voorafgaand overleg; beraad; voorlopige bespreking; schikking vooraf; voorbereiding; (2) overslag (van een jas; kimono); (3) match; het passen bij elkaar; (4) [muz.; koto-muz.] samenspel van koto en shamisen (of van twee shamisens) met een halve maat verschil; (5) [muz.; koto-muz.] ensemble van twee of drie composities
下地 shitaji (1) grondslag; basis; fundering; fundament; grondwerk; grondslag; (2) aanleg; geneigdheid; neiging; hang; tendens; (3) grondslagen; grondbeginselen; basisvorming; elementaire kennis; basiskennis; (4) regeling vooraf; voorbereiding; voorafgaande schikkingen; (5) grondlaag; grondcouche; (6) shoyu; Japanse sojasaus
下準備 shitajunbi regeling vooraf; voorbereiding; voorafgaande schikkingen; grondwerk; voorbereidende werkzaamheden
下読み shitayomi voorafgaande lezing; het doornemen; voorbereiding
下調べ shitashirabe (1) vooronderzoek; (2) voorbereiding
準備 junbi voorbereiding; toebereiding; klaarmaking; toebereidselen; voorbereidsel; voorziening; voorzorg; preparatie; preparatieven
仕込み shikomi (1) training; opleiding; vorming; scholing; opvoeding; (2) opslag; inslag; het opslaan; inslaan; [Belg.N.] het stockeren; (3) voorbereiding; toebereiding; het klaarmaken
献立 kondate (1) menu; menukaart; spijskaart; (2) programma; plan; voorbereiding
整備 seibi (1) voorbereiding; preparatie; voorzorg; inrichting; uitrusting; outillering; toerusting; uitmonstering; voorziening; [i.h.b.] ontwikkeling; (2) onderhoud; instandhouding; nazorg; servicing; servicebeurt; onderhoudsbeurt; kleine beurt
賄い makanai (1) maaltijdverstrekking; dinerverzorging; catering; kost; (2) maaltijdverstrekker; cateraar; (3) voorbereiding; bereiding; verzorging; beheer; (4) tafelbediening; bediening aan tafel; (5) kelner; serveerster; (6) lapmiddel; noodoplossing; (7) last; zorg; (8) [scheepv.] purser; (9) maal voor restaurantpersoneel; stafmaaltijd
作成 sakusei (1) opstelling; aanmaak; bereiding; voorbereiding; preparatie; (2) vervaardiging
レール reeru (1) rail; spoorstaaf; spoor; spoorlijn; spoorweglijn; [カーテンの] gordijnroede; (2) [fig.] voorbereiding
予備 yobi (1) reserve; voorbereiding; (2) voorbedachtheid; boos opzet
予習 yoshuu voorbereiding; lesvoorbereiding; schoolwerk
用意 youi klaar? [frase bij de start van een wedstrijd om tot paraatheid te manen]; ; (1) voorbereiding; voorbereidsel; preparatie; toebereidsel; preparatieven; (2) zorgzaamheid; gereedheid
足固め ashigatame (1) oefenen; trainen van de wandelspieren; wandeloefening; (2) [judo; worstelen] beenklem; (3) voorbereiding; grondwerk
足馴らし ashinarashi (1) loopoefening; wandeloefening; (2) opwarming; voorbereiding; training
アレンジ arenji (1) ordening; schikking; opstelling; samenstelling; arrangement; (2) regeling; voorbereiding; organisatie; klaarmaking; arrangement; (3) [muz.; theat.] arrangement; bewerking
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.41 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'voorbereiding', strategie: exact). 
2005-2019