日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘voorbereiding’
日蘭辭典 (trefwoord)
sensō戰爭
(戦争) zn. (1) [戰亂] oorlog m.; strijd m. (2) [戰鬪] slag m.; gevecht o. ¶ 戰爭する oorlog voeren; strijden; vechten; slag leveren. ¶ 戰爭中に in den oorlog; gedurende den strijd; al vechtende. ¶ 戰爭準備 toerusting tot den strijd; bewapening; voorbereiding tot den oorlog. ¶ 戰爭利益 oorlogswinst. ¶ 戰爭出る ten strijde trekken. ¶ 戰爭狂 oorlogspsychose. ¶ 戰爭好き oorlogszuchtig; krijgslustig.
SUPPLEMENT (trefwoord)
hoshū補習
(zn; -suru ww.) Het geven van onderwijs buiten de reguliere schooltijden voor het bijbrengen van extra kennis; aanvullend onderwijs; aanvullende les; bijles. ¶ 補習する hoshūsuru bijles geven; aanvullend onderwijs geven. ¶ 補習教育 hoshū kyōiku aanvullend onderwijs; voortgezet onderwijs. ¶ 先生も連休をエンジョイしたかったが、どっかの6人組の補習やら準備やらで連休無かったぞ! Sensei mo renkyū wo enjoi shitakatta ga, dokka no roku-ningumi no hoshū yara junbi yara de renkyū nakatta zo! Ik had ook van de vakantieperiode willen genieten, maar door aanvullende lessen, voorbereidingen en wat al niet voor een zekere ploeg van zes personen had ik helemaal geen vakantie! (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <voorbereiding>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アレンジarenji (1) ordening; schikking; opstelling; samenstelling; arrangement; (2) regeling; voorbereiding; organisatie; klaarmaking; arrangement; (3) [muz.; theat.] arrangement; bewerking
セッティングsettingu het zetten; voorbereiding; voorbereidingen; schikkingen; preparatie; toebereidselen
リザーブrizaabu (1) reservering; reservatie; bespreking; plaatsbespreking; boeking; (2) reserve; voorbereiding
レールreeru (1) rail; spoorstaaf; spoor; spoorlijn; spoorweglijn; [カーテンの] gordijnroede; (2) [fig.] voorbereiding
下地shitaji (1) grondslag; basis; fundering; fundament; grondwerk; grondslag; (2) aanleg; geneigdheid; neiging; hang; tendens; (3) grondslagen; grondbeginselen; basisvorming; elementaire kennis; basiskennis; (4) regeling vooraf; voorbereiding; voorafgaande schikkingen; (5) grondlaag; grondcouche; (6) shoyu; Japanse sojasaus
下準備shitajunbi regeling vooraf; voorbereiding; voorafgaande schikkingen; grondwerk; voorbereidende werkzaamheden
下読みshitayomi voorafgaande lezing; het doornemen; voorbereiding
下調べshitashirabe (1) vooronderzoek; (2) voorbereiding
予備yobi (1) reserve; voorbereiding; (2) voorbedachtheid; boos opzet
予習yoshyuu voorbereiding; lesvoorbereiding; schoolwerk
仕込みshikomi (1) training; opleiding; vorming; scholing; opvoeding; (2) opslag; inslag; het opslaan; inslaan; [Belg.N.] het stockeren; (3) voorbereiding; toebereiding; het klaarmaken
作成 ; 作製sakusei (1) opstelling; aanmaak; bereiding; voorbereiding; preparatie; (2) vervaardiging
備えsonae (1) voorbereiding; voorziening; (2) voorzorg; preventie; toerusting; verdediging
手回しtemawashi (1) handaandrijving; (2) voorbereiding; schikkingen; voorzorgen
手筈tehazu (1) plan; programma; regeling; schikking; afspraak; (2) voorbereiding; voorbereidsel; voorzorgen
打ち合わせuchiawase (1) vooroverleg; voorberaad; voorafgaand overleg; beraad; voorlopige bespreking; schikking vooraf; voorbereiding; (2) overslag (van een jas; kimono); (3) match; het passen bij elkaar; (4) [muz.; koto-muz.] samenspel van koto en shamisen (of van twee shamisens) met een halve maat verschil; (5) [muz.; koto-muz.] ensemble van twee of drie composities
整備seibi (1) voorbereiding; preparatie; voorzorg; inrichting; uitrusting; outillering; toerusting; uitmonstering; voorziening; [i.h.b.] ontwikkeling; (2) onderhoud; instandhouding; nazorg; servicing; servicebeurt; onderhoudsbeurt; kleine beurt
準備junbi voorbereiding; toebereiding; klaarmaking; toebereidselen; voorbereidsel; voorziening; voorzorg; preparatie; preparatieven
献立kondate (1) menu; menukaart; spijskaart; (2) programma; plan; voorbereiding
用意youi (1) voorbereiding; voorbereidsel; preparatie; toebereidsel; preparatieven; (2) zorgzaamheid; gereedheid; (3) klaar? [frase bij de start van een wedstrijd om tot paraatheid te manen]
賄いmakanai (1) maaltijdverstrekking; dinerverzorging; catering; kost; (2) maaltijdverstrekker; cateraar; (3) voorbereiding; bereiding; verzorging; beheer; (4) tafelbediening; bediening aan tafel; (5) kelner; serveerster; (6) lapmiddel; noodoplossing; (7) last; zorg; (8) [scheepv.] purser; (9) maal voor restaurantpersoneel; stafmaaltijd
足固めashigatame (1) oefenen; trainen van de wandelspieren; wandeloefening; (2) [judo; worstelen] beenklem; (3) voorbereiding; grondwerk; (4) horizontale vloerbalk; vloerligger; (5) opkikkertje geserveerd tijdens een partijtje kemari 蹴鞠
足馴らしashinarashi (1) loopoefening; wandeloefening; (2) opwarming; voorbereiding; training
造成zousei [宅地の] ontwikkeling; aanleg; bebouwing; voorbereiding; ontginning
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.52 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 24 treffers (zoekopdracht: 'voorbereiding', strategie: exact). 
2005-2022