日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘vorm’
日蘭辭典 (trefwoord)
jitai字體
(字体) zn. vorm van een karakter; lettervorm m.; schriftstijl m.; schrift o.
iyō異樣
(異様) zn. zonderling uiterlijk o.; vreemde vorm m. ¶ 異樣vreemd; zonderling; ongewoon.
sama
(様) zn. (1) [有樣] toestand m. (2) [體裁] uiterlijk o.; vorm m. (3) [敬稱] (男) heer m.; mijnheer m.; mevrouw (夫人) v.; jongeheer (十六歳以下の男) m.; (お孃さん) juffrouw v.; mejuffrouw v.; jongejuffrouw (十六歳以下の) v.
hyōmen表面
zn. oppervlakte v.; buitenkant (側面) m.; voorkant (前側) m.; bovenkant (上面) m. ¶ 表面oppervlakkig; schijnbaar; blijkbaar. ¶ 表面上 voor den vorm; voor den schijn; oppervlakkig beschouwd.
SUPPLEMENT (trefwoord)
taichō体調
n. fysieke conditie. ¶ 今日の体調はどうですか。Kyō no taichō wa dō desu ka?Hoe voelt u zich vandaag? ¶ 今日は体調が悪いKyō wa taichō ga warui.Ik ben niet in vorm vandaag. ¶ 今晩どうも体調がすぐれないのでなにも食べれそうもない。 Konban wa dōmo taichō ga sugurenai no de nani mo taberesō mo nai. Ik voel me vanavond niet bepaald geweldig en ik kan daarom denk ik ook niet eten.
painappuruパイナップル
zn. (een, de) ananas. ¶ パイナップルやレモンのような酸性の果実はすっぱい。 painappuru ya remon no yō na sansei no kajitsu wa suppai. Vruchten met een aciditeit zoals die van ananas en citroen zijn zuur. ¶ その果物は形はオレンジに似ていて、はパイナップルのようだ。 Sono kabutsu wa katachi wa orenji ni nite ite, aji wa painappuru no yō da. De vorm van de vruchten lijkt op die van sinaasappels maar ze smaken naar ananas.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vorm>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
sou (1) a. voorkomen; vorm; (2) b. wichelarij; -mantie; (3) c. onderling; wederzijds; (4) d. opvolging; opeenvolging; (5) e. provincie Sagami; ; (1) voorkomen; aanblik; aspect; uiterlijk; (2) kenmerk; kentrek; eigenschap; wichelteken; [boeddh.] lakṣaṇa [= onderscheidend kenmerk]; nimitta [= teken, merkteken]; (3) [spraakk.] aspect; vorm; (4) [chem.] fase; [natuurk.] aggregatietoestand; aggregaatstoestand; (5) [geol.] faciës
体裁 teisai (1) schijn; voorkomen; uitzicht; uiterlijk; uiterlijkheid; (2) vorm; format; stijl; wijze; (3) (schone) schijn; fatsoen; (4) omhaal; woordenkraam; woordenkramerij
姿 sugata gekleed als ~; gestoken in ~; ; (1) figuur; gedaante; gestalte; vorm; [arch.] gestaltenis; (2) voorkomen; verschijning; (3) toestand; staat; gesteldheid
一種 isshu (1) van een soort; van een bepaalde soort; een bepaalde soort van; (2) van hetzelfde soort; van hetzelfde type; ; (1) soort; type; aard; vorm; (2) dezelfde soort; hetzelfde type; dezelfde aard; dezelfde vorm; (3) eerste klasse
一体 ittai (1) [in combinatie met een vraagwoord] in hemelsnaam; in godsnaam; verdorie; nu eigenlijk; (2) om de waarheid te zeggen; per slot van rekening; strikt genomen; ; (1) (één) lichaam; eenheid; (2) standbeeld; sculptuur; (3) stijl; vorm; trant
形状 keijou vorm; gedaante; gestalte
形式 keishiki (1) vorm; (2) uiterlijk; uiterlijke gedaante; uiterlijke vorm; uiterlijke verschijning; schijn; (3) formaliteit; conventie; omgangsvorm; procedure; (4) (in de kunst) formalisme; (in de kunst) het nadruk leggen op de uiterlijke vorm; (5) (in de filosofie) een idee; (in de filosofie) een vorm
kei vorm; gedaante; uiterlijk
方式 houshiki [maatwoord voor methodes, manieren]; ; (1) methode; systeem; (2) manier; wijze; modus; formule; aanpak; opzet; procedure; formaliteit; (3) vorm
shiki (1) stijl; wijze; manier; vorm; trant; systeem; methode; (2) ceremonie; plechtigheid; (3) [wisk., chem.] formule; [wisk.] uitdrukking; [wisk., chem.] vergelijking
正式 seishiki formeel; vormelijk; officieel; plechtig; ceremonieel; [adv.] naar de vorm; [adv.] formaliter; [adv.] in (optima) forma; ; (vereiste; juiste) vorm; formaliteit; vormelijkheid; ceremonieel
体格 taikaku lichaamsbouw; lichaamsgestel; gestel; lichamelijke gesteldheid; fysiek; bouw; postuur; vorm; figuur; maat
tai [maatwoord voor goden- en boeddhabeelden, lijken e.d.]; ; (1) a. lichaam; ledematen; (2) b. gedaante; vorm; (3) c. figuur; voorwerp; (4) d. wezen; essentie; substantie; (5) e. orgaan; organisatie; (6) f. lichamelijke opvoeding; ; (1) lichaam; lijf; (2) staat; toestand; gesteldheid; (3) vorm; voorkomen; gedaante; stijl; (4) wezen; essentie; substantie; aard; natuur; (5) [taalk.] substantief; substantivum; (6) sterkte; kloekheid; ruggengraat; (7) [ikebana] bovenste leidtak; (8) [wisk.] lichaam
調子 choushi (1) toon; toonhoogte; (2) tempo; ritme; (op) dreef; (op) gang; (3) stijl; [stelk.] register; manier; wijze; stemming; (4) conditie; vorm; staat (van gereedheid); toestand; (in; niet in zijn normale) doen
パターン pataan [maatwoord voor patronen]; ; (1) patroon; manier; leest; wijze; [fig.] stramien; (2) patroon; mal; model; vorm; (3) patroon; dessin; tekening; motief; ontwerp; plan
フォーム fuxoomu (1) vorm; stijl; trant; (2) formulier; (3) schuim
katachi (1) vorm; voorkomen; gedaante; uiterlijk; (2) vorm; verschijningsvorm; formaliteit
kata (1) gietvorm; vorm; smeltvorm; matrijs; mal; matrix; (2) model; toonbeeld; voorbeeld; (3) stijl; vorm; mode; (4) patroon; tekening; (5) kata [van judo of karate]; de zuiverste vorm van budo-technieken uitgevoerd volgens vaste regels; (6) traditie; basis; vaste regel; formaliteit
恰好 kakkou passend bij; redelijk; billijk; matig; ; (1) vorm; voorkomen; presence; houding; uiterlijk; (2) postuur; een pose; een figuur; gedaante; gestalte; positie; (3) manier [van doen]; houding
塩梅 anbai (1) [cul.] smaak; kruiding; (2) toestand; mate; manier; wijze; (3) conditie; gezondheidstoestand; vorm; (4) regeling; schikking; arrangement; ordening
アーチ型 aachigata boogvorm; vorm; gedaante van een gewelf
在り方 arikata zijnswijze; vorm; toestand; hoedanigheid; conditie
アスペクト asupekuto (1) aanblik; voorkomen; aanzien; uiterlijk; aspect; (2) [spraakk.] aspect; vorm
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.48 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'vorm', strategie: exact). 
2005-2020