日蘭辭典+

39 resultaten voor ‘vorm’
日蘭辭典 (trefwoord)
jitai字體
(字体) zn. vorm van een karakter; lettervorm m.; schriftstijl m.; schrift o.
iyō異樣
(異様) zn. zonderling uiterlijk o.; vreemde vorm m. ¶ 異樣vreemd; zonderling; ongewoon.
sama
(様) zn. (1) [有樣] toestand m. (2) [體裁] uiterlijk o.; vorm m. (3) [敬稱] (男) heer m.; mijnheer m.; mevrouw (夫人) v.; jongeheer (十六歳以下の男) m.; (お孃さん) juffrouw v.; mejuffrouw v.; jongejuffrouw (十六歳以下の) v.
hyōmen表面
zn. oppervlakte v.; buitenkant (側面) m.; voorkant (前側) m.; bovenkant (上面) m. ¶ 表面oppervlakkig; schijnbaar; blijkbaar. ¶ 表面上 voor den vorm; voor den schijn; oppervlakkig beschouwd.
SUPPLEMENT (trefwoord)
taichō体調
n. fysieke conditie. ¶ 今日の体調はどうですか。Kyō no taichō wa dō desu ka?Hoe voelt u zich vandaag? ¶ 今日は体調が悪いKyō wa taichō ga warui.Ik ben niet in vorm vandaag. ¶ 今晩どうも体調がすぐれないのでなにも食べれそうもない。 Konban wa dōmo taichō ga sugurenai no de nani mo taberesō mo nai. Ik voel me vanavond niet bepaald geweldig en ik kan daarom denk ik ook niet eten.
painappuruパイナップル
zn. (een, de) ananas. ¶ パイナップルやレモンのような酸性の果実はすっぱい。 painappuru ya remon no yō na sansei no kajitsu wa suppai. Vruchten met een aciditeit zoals die van ananas en citroen zijn zuur. ¶ その果物は形はオレンジに似ていて、はパイナップルのようだ。 Sono kabutsu wa katachi wa orenji ni nite ite, aji wa painappuru no yō da. De vorm van de vruchten lijkt op die van sinaasappels maar ze smaken naar ananas.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vorm>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アスペクトasupekuto (1) aanblik; voorkomen; aanzien; uiterlijk; aspect; (2) [spraakk.] aspect; vorm
アーチ型aachigata boogvorm; vorm; gedaante van een gewelf
パターンpataan (1) patroon; manier; leest; wijze; [fig.] stramien; (2) patroon; mal; model; vorm; (3) patroon; dessin; tekening; motief; ontwerp; plan; (4) [maatwoord voor patronen]
フォルムfuxorumu (1) vorm; (2) forum
フォームfuxoomu (1) vorm; stijl; trant; (2) formulier; (3) schuim
一体ittai (1) (één) lichaam; eenheid; (2) standbeeld; sculptuur; (3) stijl; vorm; trant; (4) [in combinatie met een vraagwoord] in hemelsnaam; in godsnaam; verdorie; nu eigenlijk; (5) om de waarheid te zeggen; per slot van rekening; strikt genomen
一種isshyu (1) soort; type; aard; vorm; (2) dezelfde soort; hetzelfde type; dezelfde aard; dezelfde vorm; (3) eerste klasse; (4) van een soort; van een bepaalde soort; een bepaalde soort van; (5) van hetzelfde soort; van hetzelfde type
体形taikei (1) vorm; figuur; bouw; fysiek; (2) lichaamstype; lichaamsvorm; lichaamsbouw; [geneesk.] habitus; somatotype
体格taikaku lichaamsbouw; lichaamsgestel; gestel; lichamelijke gesteldheid; fysiek; bouw; postuur; vorm; figuur; maat
体裁teisai (1) schijn; voorkomen; uitzicht; uiterlijk; uiterlijkheid; (2) vorm; format; stijl; wijze; (3) (schone) schijn; fatsoen; (4) omhaal; woordenkraam; woordenkramerij
体 ; 躰tai (1) lichaam; lijf; (2) staat; toestand; gesteldheid; (3) vorm; voorkomen; gedaante; stijl; (4) wezen; essentie; substantie; aard; natuur; (5) [taalk.] substantief; substantivum; (6) sterkte; kloekheid; ruggengraat; (7) [ikebana] bovenste leidtak; (8) [wisk.] lichaam; (9) [maatwoord voor goden- en boeddhabeelden; lijken e.d.]; (a) lichaam; ledematen; (b) gedaante; vorm; (c) figuur; voorwerp; (d) wezen; essentie; substantie; (e) orgaan; organisatie; (f) lichamelijke opvoeding
在り方arikata zijnswijze; vorm; toestand; hoedanigheid; conditie
kata (1) gietvorm; vorm; smeltvorm; matrijs; mal; matrix; (2) model; toonbeeld; voorbeeld; (3) stijl; vorm; mode; (4) patroon; tekening; (5) kata [van judo of karate]; de zuiverste vorm van budo-technieken uitgevoerd volgens vaste regels; (6) traditie; basis; vaste regel; formaliteit
塩梅anbai (1) [cul.] smaak; kruiding; (2) toestand; mate; manier; wijze; (3) conditie; gezondheidstoestand; vorm; (4) regeling; schikking; arrangement; ordening
姿sugata (1) figuur; gedaante; gestalte; vorm; [arch.] gestaltenis; (2) voorkomen; verschijning; aanzicht; (3) toestand; staat; gesteldheid; (4) gekleed als …; gestoken in …
shiki (1) stijl; wijze; manier; vorm; trant; systeem; methode; (2) ceremonie; plechtigheid; (3) [wisk.; chem.] formule; [wisk.] uitdrukking; [wisk.; chem.] vergelijking
形容keiyou (1) beschrijving; kenmerking; afschildering; (2) vorm; toestand; uiterlijk; voorkomen; figuur
形式keishiki (1) vorm; (2) uiterlijk; uiterlijke gedaante; uiterlijke vorm; uiterlijke verschijning; schijn; (3) formaliteit; conventie; omgangsvorm; procedure; (4) (in de kunst) formalisme; (in de kunst) het nadruk leggen op de uiterlijke vorm; (5) (in de filosofie) een idee; (in de filosofie) een vorm
形態keitai (1) vorm; gedaante; (2) [psych.] gestalt; (3) [biol.; taalk.] morfologie
形成するkeiseisuru vormen; formeren; maken; vorm; gestalte geven
形状keijou vorm; gedaante; gestalte
形相keisou (1) vorm; gedaante; uiterlijk; voorkomen; (2) [fil.] eidos
形象keishyou (1) vorm; gedaante; (2) beeld; voorstelling
形象化するkeishyoukasuru vorm; gestalte geven aan; belichamen; verbeelden; voorstellen; concretiseren; incarneren
katachi (1) vorm; voorkomen; gedaante; uiterlijk; (2) vorm; verschijningsvorm; formaliteit
kei vorm; gedaante; uiterlijk
恰好 ; 格好kakkou (1) vorm; voorkomen; presence; houding; uiterlijk; (2) postuur; een pose; een figuur; gedaante; gestalte; positie; (3) manier [van doen]; houding; (4) passend bij; redelijk; billijk; matig
方式houshiki (1) methode; systeem; (2) manier; wijze; modus; formule; aanpak; opzet; procedure; formaliteit; (3) vorm; (4) [maatwoord voor methodes; manieren]
様式youshiki (1) stijl; vorm; (2) wijze; manier; patroon
正式seishiki (vereiste; juiste) vorm; formaliteit; vormelijkheid; ceremonieel; formeel; vormelijk; officieel; plechtig; ceremonieel; [adv.] naar de vorm; [adv.] formaliter; [adv.] in (optima) forma
sou (1) voorkomen; aanblik; aspect; uiterlijk; (2) kenmerk; kentrek; eigenschap; wichelteken; [boeddh.] lakṣaṇa [= onderscheidend kenmerk]; nimitta [= teken; merkteken]; (3) [spraakk.] aspect; vorm; (4) [chem.] fase; [natuurk.] aggregatietoestand; aggregaatstoestand; (5) [geol.] faciës; (1) voorkomen; vorm; (2) wichelarij; -mantie; (3) onderling; wederzijds; (4) opvolging; opeenvolging; (5) provincie Sagami
調子choushi (1) toon; toonhoogte; (2) tempo; ritme; (op) dreef; (op) gang; (3) stijl; [stelk.] register; manier; wijze; stemming; (4) conditie; vorm; staat (van gereedheid); toestand; (in; niet in zijn normale) doen
zou (1) [dierk.] olifant; [inform.] jumbo; [veroud.; lit.t.] elefant; Elephantidae; (a) olifant; slurfdieren; (b) vorm; patroon; afbeelding; (c) inlegsel; inlegwerk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 33 treffers (zoekopdracht: 'vorm', strategie: exact). 
2005-2022