日蘭辭典+

37 resultaten voor ‘vragen’
日蘭辭典 (trefwoord)
made
(まで) vz. tot; tot aan. ¶ 今 tot nu toe; tot dusverre. ¶ 昨年 tot verleden jaar. ¶ 百圓 tot honderd yen. ¶ 何行きましたか tot hoever ben je gegaan. ¶ tot zelfs ...... toe. ¶ 十人が九人 negen van de tien menschen. ¶ いつまでも voor eeuwig; voor altijd.¶ 先は御伺 deze is dienende om te informeeren hoe het u gaat.
mondō問答
zn. vragen en antwoorden o.; dialoog v.; samenspraak v.; catechismus (禪宗などの) m.
ka
part. (1) [疑問] is er?; bw. hoe? wat? vw. (2) [或は] of......of; nauwelijks......of. ¶ 成行はどうなることwat zal er van terecht komen? ¶ どうして分るものhoe zou ik het weten? ¶ 風呂が出來たかどうか vraag eens of het bad al klaar is. ¶ 君が歸るか歸らないかにあのが來た nauwelijks was je naar huis gegaan of hij kwam.
haji
zn. schande v. ¶ 恥を雪ぐ schande uitwisschen. ¶ 恥を知らぬ geen schaamte kennen; schaamteloos. ¶ に恥をかかす iemand beschaamd maken. ¶ 此の恥かきめ foei!; schandelijk!. ¶ 恩惠を乞ふを恥とする ik schaam mij om een gunst te vragen. ¶ 恥をかく schaamte op zich laden. ¶ 恥ぢる zich schamen; beschaamd zijn.
kakeruかける
(掛ける, 懸ける) (1) [吊す] ophangen; hangen. (2) [計量する] wegen. (3) [かけ渡す] bouwen; leggen; slaan. (4) [果す] opleggen; heffen. (5) [心配を] veroorzaken; bezorgen. (6) [, 時間を] besteden. (7) [錠を] sluiten. (8) [乘ずる] vermenigvuldigen. (9) [注ぎかける] besprenkelen. i.w. (10) [腰を] gaan zitten. t.w. (11) [を放す] in brand steken. (12) [掛を] afbetalen. (13) [交尾さす] laten paren. (14) [著せる] aankleeden; bekleeden met. (15) [上へ廣げる] overdekken met; overspreiden. (16) [鑑定に] onderwerpen aan. ¶ 電話線をかける telefoon aanleggen. ¶ 刷毛をかける afborstelen. ¶ かける vier met drie vermenigvuldigen. ¶ 電報をかける telegram zenden; telegrafeeren. ¶ 電話を掛ける telefoneeren; opbellen. ¶ 醫者かける dokter consulteeren. ¶ 氣に掛ける ter harte nemen. ¶ 問を掛ける vraag richten tot. ¶ 思を掛ける verliefd worden op. ¶ 讀み掛ける beginnen te lezen. ¶ に掛ける op het vuur zetten.
najiru詰る

t.w. verwijten; berispen; i.w. opheldering vragen over iemand’s gedrag.

kaiko解雇

zn. ontslag o. ¶ 解雇を求める ontslag vragen. ¶ 解雇する ontslag geven; ontslaan.

SUPPLEMENT (trefwoord)
haiはい
(tussenwerpsel) (1) [reactie die instemming betuigt met een voorafgaande uiting die bevestigend is of bevestiging impliceert] ja; jawel; jazeker; ik snap het; oké; akkoord. [reactie die instemming betuigt met een ontkennende vraag] nee; dat is [niet] zo; klopt. ¶ 「分かりますか」「はい、わかります」 ‘wakarimasu ka?’ ‘hai, wakarimasu’ ‘begrijp je het?’ ‘Ja, ik begrijp het’. ¶ 「分かりませんか」「はい、分かりません」 ‘wakarimasen ka?’ ‘hai, wakarimasen’ ‘begrijp je het niet?’ ‘nee, ik begrijp het niet’. ¶ 「入ってよろしいですか」「はい、どうぞ」 ‘haitte yoroshii desu ka?’ ‘hai dōzo’ ‘mag ik binnenkomen?’ ‘ja, alsjeblieft’. ¶ 「あなた達は学生ですか」 「はい、そうです」 anatatachi wa gakusei desu ka?’ ‘hai, sō desu’ ‘zijn jullie studenten?’ ‘ja, dat klopt’. ¶ 「今日来ませんか」 「はい‘kyō wa kimasen ka?’ ‘hai ‘komt hij vandaag niet?’ ‘nee’. ¶ 「明日も来てくれませんか」 「はい、伺います」 ashita mo kite kuremasen ka?’ ‘hai, ukagaimasu’ ‘[waarom] kom je morgen ook niet?’ ‘dat is goed, ik zal komen’. (2) [om aan te geven dat men luistert] oh?; ah; oh ja? (3) [om aan te geven dat men aanwezig is] hier ben ik! present! (4) [om de aandacht te trekken wanneer men iets wil geven of gaan zeggen of vragen] ¶ 「はい。こちらがレシートです」 hai. kochira ga reshiito desu’alstublieft, hier is uw bon’. ¶ 「はい、百円のおつりです」 hai, hyaku en no otsuri desu’alstublieft, 100 Yen wisselgeld’. ¶ 「はい、あなたの鍵です」 hai, anata no kagi desu’hier, je sleutels’. ¶ 「はい」「何ですか」 「ちょっと質問があるんですが」 hai’ ‘nan desu ka’ ‘chotto shitsumon ga arun desu ga’ ‘meneer?’ ‘wat is er?’ ‘ik wil iets vragen ...’
tachiuchi太刀打ち
(1) de zwaarden kruisen; vechten met zwaarden; elkaar met zwaarden bevechten. ¶ 太刀打ちする tachiuchi suru te zwaard de strijd aangaan (met iemand). ¶ 太刀打ちの技 tachiuchi no waza de kunst van het zwaardvechten. (2) (fig.) oppositie; tegenstand. ¶ 太刀打ちする tachiuchi suru tegenstand bieden; wedijveren met; mededingen; de krachten meten; pareren. ¶ 太刀打できる tachiuchi dekiru opgewassen zijn (tegen); iemand de baas zijn. ¶ 太刀打できない tachiuchi dekinai niet opgewassen zijn (tegen); niet kunnen evenaren; het onderspit delven. ¶ 警察はそういう暴力と太刀打ち出来なかった。 Keisatsu wa sō yū bōryoku to tachiuchidekinakatta. De politie was niet in staat om dergelijk geweld het hoofd te bieden. (TTC) ¶ 来週から中間テストだ。一夜漬けじゃ、太刀打ちできない問題ばかりだぞ。今日から始めろよ。♂ Raishū kara chūkan tesuto da. Ichiya tsuke ja, tachiuchidekinai mondai bakari da zo. Kyō kara hajimeru yo. Vanaf volgende week zijn er tussentijdse examens. Die hebben alleen maar vragen die je echt niet de baas kunt met een enkel nachtje blokken! Je moet nu beginnen! (TTC) ¶ 良質のぶどうではフランス太刀打ちできるないRyōshitsu no budō sake de wa Furansu ni tachi uchidekiru kuni wa nai. Waar het kwaliteitswijn betreft is er geen land dat Frankrijk kan evenaren. (TTC) (3) een benaming voor het deel van een lans of een speer onder de punt; specifiek het bovendeel tussen de onderzijde van de punt (口金 kuchigane) en het iets lager gelegen deel, in het Japans aangeduidt als 血溜まり chidamari - ‘het verzamelpunt van het bloed’. Niet zelden is dit deel bekleed met stof.
shaberu喋る
(-r stam) (1) babbelen; kletsen; (niet serieus, vrijblijvend) praten; roddelen. ¶ 日本人遭遇して日本語めっちゃしゃべった。 Nihonjin to sōgōshite nihongo mettcha shabetta. Toevallig een Japanner ontmoet, we hebben tijdenlang gebabbeld. (twitter) (2) informatie doorvertellen die niet voor anderen bestemd is; zich iets laten ontvallen; zich verspreken; roddelen. ¶ しゃべってしまった shabette shimatta ik versprak me (twitter) ¶ 眠すぎて真実しゃべってしまった Nemusugite shinjitsu shabette shimatta Ik was te slaperig en liet me ontvallen hoe het werkelijk in elkaar zit. (twitter) ¶ あ、ごめんなさい。聞かれてもいない余計なことをしゃべってしまったと思って、ツイート消しちゃった。 A, gomen nasai. Kikarete mo inai yokei na koto wo shabette shimatta to omotte, twiito keshichatta. O, neem me niet kwalijk. Omdat ik dacht dat ik nodeloos uitweidde over dingen die me niet eens gevraagd waren had ik de tweet verwijderd. (twitter) (3) praten over iets. ¶ テレビでは、我が国の将来の問題を誰かが深刻なをしてしゃべっている。 Terebi de wa, wagakuni no shōrai no mondai wo dare ka ga shinkoku na kao wo shite shabette iru. Op TV is iemand met een ernstige blik over de problemen van ons land aan het praten. (4) (in) een taal praten; een taal spreken. (TTC) ¶ 彼ら英語をしゃべっていますか。 Karera wa eigo wo shabette imasu ka. Spreken ze Engels? (TTC) ¶ 彼はとうとう中国語をしゃべるようになりました。 Kare wa tōtō chūgokugo wo shaberu yō ni narimashita. Hij is eindelijk Chinees gaan praten. (twitter)
reitō冷凍
(znw, suru-ww) het koelen of invriezen van voedingsmiddelen en dergelijke om bederf tegen te gaan; 冷凍する reitōsuru koelen; invriezen. ¶ 冷凍庫 reitōko vriezer; vriesvak. ¶ 冷凍 機 reitōki vriezer (specifiek de machine). ¶ 冷凍車 reitōsha koelwagen. ¶ 冷凍食品 reitō shokuhin diepvriesvoedsel; diepvriesproducten. ¶ 冷凍野菜 reitō yasai diepvriesgroenten. ¶ 冷凍食品は必ず解凍してから切って下さい。 Reitō shokuhin wa kanarazu kaitōshite kara kitte kudasai. Bevroren voedsel beslist pas snijden nadat het ontdooid is. (gebruiksaanwijzing) ¶ [Q] すみません凄くアホみたいな質問なんですけどいいですか・・・ 冷凍車っていつも冷凍機使う荷物ばかりじゃ無いですか? [A] ウチは常温で運ぶ荷物もありますよ [Q] Sumimasen, sugoku aho mitai na shitsumon nan desu kedo ii desu ka... Reitōsha tte itsumo reitōki tsukau nimotsu bakarai ja nai no desu ka? [A] Uchi wa jōon de hakobu nimotsu mo arumasu yo [Q] Neemt u me niet kwalijk, mag ik een vraag stellen die enorm stom lijkt? Vervoert de koelwagen altijd lading waarvoor de vriezer gebruikt wordt? [A] Wij hebben ook lading die op normale temperatuur vervoerd wordt. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vragen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
勧める susumeru (1) aanraden; raden; de raad geven (te); adviseren; aanmoedigen; [i.c.m. 熱心に] aanmanen; aanbevelen; voorstellen; vragen; (2) bevorderen; stimuleren; in de hand werken; (3) aanbieden; geven; schenken
訴える uttaeru (1) [jur.] iem. voor de rechter dagen; iem. voor de rechtbank slepen; een proces; geding tegen iem. aanspannen; een zaak tegen iem. aanhangig maken; een zaak aan de rechter voorleggen; een zaak in de handen van justitie geven; er een zaak van maken; een procedure tegen iem. aanspannen; iem. een proces aandoen; tegen iem. een proces beginnen; iem. voor het gerecht brengen; dagen; iem. in rechte vervolgen; aanspreken; in rechte optreden tegen; gerechtelijke stappen ondernemen; naar de rechter gaan; stappen; gaan procederen; litigeren; zich partij stellen; een eis; (rechts)vervolging; (rechts)vordering instellen tegen; ageren tegen; (2) [jur.] een klacht; aanklacht indienen tegen; aanklagen; beschuldigen; een beschuldiging uitspreken; reclameren; zich beklagen over; zijn beklag doen over; [ook m.b.t. pijn] klagen over; een zaak aankaarten; ter tafel brengen; te berde brengen bij; onder de aandacht brengen van; (3) een beroep doen op; een appel doen aan; appelleren aan; bepleiten; eisen; vragen; verzoeken; oproepen tot; (4) zijn toevlucht nemen tot; overgaan tot; inroepen; aanwenden; een beroep doen op; (5) werken op; aangrijpen; appelleren aan; roeren; treffen; een gevoelige snaar raken
募集する boshuusuru rekruteren; werven; [leden e.d.] aanbrengen; [medewerkers e.d.] aantrekken; [krijgsvolk e.d.] aanwerven; ronselen; vragen; inwachten
何卒 nanitozo alstublieft; alsjeblieft; gelieve; wees zo goed; mag ik (u) vragen
招待する shoutaisuru uitnodigen; [arch.] uitnoden; nodigen; noden; [form.] inviteren; (op bezoek; te eten) vragen; [i.h.b.] uitvragen
質問する shitsumonsuru vragen; een vraag stellen; doen; ondervragen; interrogeren; [pol.] interpelleren
請う kou vragen; aanvragen; [援助を] aankloppen om
請求する seikyuusuru eisen; claimen; vorderen; vereisen; invorderen; manen; aanvragen; vragen; verzoeken; aanzoeken
取る toru (1) nemen; vatten; pakken; grijpen; hanteren; (2) krijgen; ontvangen; winnen; halen; aannemen; aanvaarden; (3) kiezen; uitkiezen; pikken; (4) vragen; aanrekenen; innen; (5) begrijpen; interpreteren; opvatten; (6) wegnemen; verwijderen; weghalen; (7) vangen; oogsten; binnenhalen; (8) afnemen; afpakken; stelen; pikken; (9) vergen; vereisen; (10) 10. boeken; reserveren; vastleggen; (11) 11. innemen; bezetten
どうぞ douzo (1) gelieve; alstublieft; asjeblief; toe; wees zo goed; mag ik (u) vragen; graag; (2) ga je gang; zeker; welzeker; begin maar; ga voort; [radiotechn.] over
嘆願する tangansuru smeken; dringend verzoeken; vragen; bidden; afsmeken; imploreren; [i.h.b.] petitioneren; rekestreren; rekwestreren
頼む tanomu (1) vertrouwen (op); steunen op; zich verlaten op; rekenen op; een beroep doen op; (2) vragen; verzoeken; bidden (om); [i.h.b.] vragen te zorgen voor; [i.h.b.] opdragen te; (3) laten komen; roepen; (erbij) halen; inhuren; iem. in dienst nemen; in de arm nemen; [i.h.b.] bestellen; [i.h.b.] reserveren
招く maneku (1) wenken; gebaren; (2) noden; nodigen; uitnodigen; [op bezoek, te eten enz.] vragen; inviteren; (3) teweegbrengen; veroorzaken; uitlokken; [argwaan enz.] wekken; [commentaar e.d.] ontlokken; [misnoegen, toorn e.d.] opwekken; [vragen e.d.] oproepen; op zich laden; zich ~ op de hals halen; vragen om [problemen e.d.]; solliciteren naar [moeilijkheden e.d.]; [onheil e.d.] over zich afroepen
注文する chuumonsuru (1) bestellen; een order plaatsen (voor); laten aanrukken; (2) verzoeken; aanvragen; vragen; wensen; verlangen; [i.h.b.] bedingen
誘う sasou (1) uitnodigen; inviteren; op bezoek vragen; te eten vragen; [pregn.] vragen; nodigen; noden; (2) ophalen; meenemen; oppikken; (3) uitlokken; teweegbrengen; veroorzaken; oproepen; (op)wekken; (4) (aan)lokken; verlokken (tot); in verleiding brengen om; verleiden (tot); tronen (tot)
聞く kiku (1) luisteren; horen; beluisteren; luisteren naar; aanhoren; (2) luisteren naar iemand; gehoorzamen; (3) vragen; (4) bevragen; raadplegen
疑問 gimon (1) vragen; twijfels; (2) vragen; ondervraging
呼び出す; 呼出す yobidasu (1) oproepen; dagen; [voor het gerecht] ontbieden; dagvaarden; citeren; [bij; tot zich] roepen; (2) uitnodigen naar; inviteren; vragen; (3) opbellen
要請する youseisuru verzoeken om; aanvragen; vragen
要求する youkyuusuru (1) vorderen; eisen; claimen; aanspraak maken op; pretenderen; opeisen; vindiceren; verzoeken; aanspreken om; (2) vereisen; verlangen; gebieden; kosten; vergen; vragen; nodig hebben
呼ぶ; 喚ぶ yobu (1) roepen; (2) noemen; betitelen; uitmaken voor; heten; (3) laten komen; roepen; (laten) halen; [een taxi] aanroepen; (4) uitnodigen; inviteren; vragen; nodigen; (5) wekken; aantrekken; uitlokken; oproepen
押し紙 oshigami (1) aangeplakt blaadje met opmerkingen; vragen; (2) vloeipapier; (3) poster; aanplakbiljet; affiche; (4) het kranten-pushen [= het opleggen van een grotere afname aan verkoopagenten om zo het oplagecijfer te manipuleren]
お願いする onegaisuru verzoeken; vragen; bidden [bescheidenheidsvorm (kenjōgo 謙譲語)]
案内する annaisuru (1) gidsen; leiden; geleiden; begeleiden; loodsen; de weg wijzen; rondleiden; voorgaan; escorteren; brengen naar; voeren naar; (2) berichten; inlichten; informeren; op de hoogte brengen; stellen; in kennis stellen; (3) uitnodigen; nodigen; noden; [arch.] uitnoden; [form.] inviteren; vragen
アースクする aasukusuru vragen; navraag doen
仰ぐ aogu (1) opkijken; de ogen opslaan; omhoogzien; (2) opzien tegen; opkijken naar; tegen; bewonderen; hoogachten; eerbiedigen; respecteren; (3) [助言を] vragen; verzoeken om; inwinnen; (4) rekenen op; zich wenden tot; steunen op; afhangen van; afhankelijk zijn van; (5) [毒を] innemen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.86 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'vragen', strategie: exact). 
2005-2019