日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘vriendelijkheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
arigata-meiwaku有難迷惑
(有り難迷惑、ありがた迷惑) zn. gunst, waarop geen prijs gesteld wordt; lastige vriendelijkheid v.
jitsu
() zn. (1) [眞實] waarheid v.; werkelijkheid v.; ware toestand m. (2) [誠意] oprechtheid v. (3) [割算] factor m.; getal dat gedeeld kan worden op. ¶ を明かす de waarheid aan het licht brengen. ¶ を盡す oprechtheid toonen; vriendelijkheid bewijzen. ¶ は inderaad; feitelijk. ¶ を言へば om de waarheid te zeggen; ronduit gezegd; openhartig gesproken. ¶ werkelijk; waar; feitelijk. ¶ inderdaad; zeer (甚だ).. ¶ らしい aannemelijk; plausibel.
aisō愛想
zn. vriendelijkheid v.; beleefdheid v.; hartelijkheid v. ¶ 愛想づかし onhebbelijkheid; onvriendelijkheid.
kokorozashi
zn. (1) [意向] wil m.; meening v. (2) [意圖] bedoeling v. (3) [目的] doel o. (4) [親切] welwillendheid v.; vriendelijkheid v. (5) [贈物] geschenk o. ¶ 志を達する zijn doel bereiken; zijn wensch vervuld zien. ¶ 志を抱く een doel hebben. ¶ お志だけ澤山です ik neem gaarne den wil voor de daad.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vriendelijkheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お陰 ; 御陰okage (1) het iets verschuldigd zijn aan iemand; het in het krijt staan bij iemand; (2) gunst; begunstiging; vriendelijkheid; genade; beschermheerschap; de genade des hemels; (3) hulp; bijstand; assistentie; behulpzame invloed; (4) steun; ondersteuning
会釈eshyaku (1) begroeting; groet; (2) knik; knikje (als begroeting); lichte buiging; reverence; reverentie; nijging; knicks; (3) inleving; tact; empathie; (4) begrip; consideratie; (5) toelichting; uitleg; verantwoording; rekenschap; (6) [~こぼる; こぼす] liefheid; vriendelijkheid; goede luim; (7) [boeddh.] het doorprikken van valse tegenstellingen
労りitawari (1) ontferming; medeleven; vriendelijkheid; voorkomendheid; (2) waardering; dankbaarheid; appreciatie; achting; (3) verdienste; (4) zorgzaamheid; zorg; behartiging; attentheid; (5) ziekte; kwaal
好意 koui goede wil; goodwill; welwillendheid; welwillende gezindheid; welgezindheid; begunstiging; gunst; faveur; genegenheid; sympathie; vriendelijkheid; goede bedoeling
心尽くしkokorozukushi (1) goedheid; vriendelijkheid; attentie; (2) acht; zorg; bekommernis; bezorgdheid; zorgzaamheid; attentheid; consideratie; (3) ijver; inspanning; moeite; goede diensten; vriendelijke bemoeienis
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
kokorozashi (1) wil; wens; (2) intentie; opzet; voornemen; zin; streven; ambitie; aspiratie; (3) vriendelijkheid; welwillendheid; goedheid; attentheid; (4) kleinigheid; aardigheid; presentje; klein geschenk; kleine attentie
思し召しoboshimeshi (1) uw mening; idee; inzicht; opinie; gedachte; (2) uw oordeel; discretie; beschikking; (3) uw goeddunken; believen; verlangen; wens; verwachting; wil; bedoeling; (4) goedheid; vriendelijkheid; welwillendheid; gunst; (5) voorliefde; genegenheid; voorkeur; smaak; neiging; interesse
on (1) gunst; zegening; zegen; weldaad; (2) vriendelijkheid; aardigheid; goedheid; hartelijkheid; welwillendheid; (3) verplichting [ten opzichte van een weldoener]; het gebonden zijn door een ontvangen gunst; het in het krijt staan bij iemand
恩恵onkei (1) gunst; weldaad; zegen; baat; zegening; begunstiging; genade; (2) welwillendheid; vriendelijkheid
愛想aiso (1) vriendelijkheid; minzaamheid; voorkomendheid; heusheid; (2) compliment; beleefdheidsbetuiging; loftuiting; [fig.] pluim; (3) versnapering; spijs; drank waarmee men iem. onthaalt; onthaal; traktatie; (4) rekening; bon
愛敬 ; 愛嬌aikyou (1) charme; aantrekkelijkheid; beminnelijkheid; bekoorlijkheid; lieflijkheid; innemendheid; lieftalligheid; aanminnigheid; aanlokkelijkheid; aanvalligheid; [w.g.] aimabiliteit; (2) vriendelijkheid; minzaamheid; liefheid; gemoedelijkheid; affabiliteit; suaviteit
慇懃ingin (1) beleefdheid; hoffelijkheid; wellevendheid; voorkomendheid; welgemanierdheid; courtoisie; galanterie; (2) vriendschap; vriendelijkheid; (3) intimiteit; intieme omgang; [i.h.b.] geslachtsgemeenschap; (4) beleefd; hoffelijk; wellevend; voorkomend; welgemanierd; galant; (5) vriendelijk; (6) intiem
懇意koni (1) vriendelijkheid; vriendelijke aard; gunstige gezindheid; (2) vriendschap; amicaliteit; familiariteit; intimiteit; (3) vriendelijk; amicaal; familiair; intiem
昵懇jikkon (1) familiariteit; gemoedelijkheid; gemeenzaamheid; ongedwongenheid; vriendelijkheid; vertrouwelijkheid; intimiteit; innigheid; (2) familiair; familiaar; gemoedelijk; gemeenzaam; ongedwongen; vriendelijk; vertrouwelijk; intiem; innig; close
親切shinsetsu (1) iets aardigs; vriendelijke daad; gunst; goedheid; welwillendheid; vriendelijkheid; voorkomendheid; (2) aardig; vriendelijk; goed; beminnelijk; attent; voorkomend; lief; gemoedelijk; humaan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.6 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'vriendelijkheid', strategie: exact). 
2005-2021