日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘vrucht’
日蘭辭典 (trefwoord)
naruなる
i.w. vrucht dragen
kajitsu果実
zn. vrucht v.; vruchten v.mv.; opbrengst v.
kinomi木の實
(木の実) zn. vrucht v.; bes v.; noot (堅果) v.
SUPPLEMENT (trefwoord)
painappuruパイナップル
zn. (een, de) ananas. ¶ パイナップルやレモンのような酸性の果実はすっぱい。 painappuru ya remon no yō na sansei no kajitsu wa suppai. Vruchten met een aciditeit zoals die van ananas en citroen zijn zuur. ¶ その果物は形はオレンジに似ていて、はパイナップルのようだ。 Sono kabutsu wa katachi wa orenji ni nite ite, aji wa painappuru no yō da. De vorm van de vruchten lijkt op die van sinaasappels maar ze smaken naar ananas.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vrucht>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
フルーツfuruutsu vrucht; fruit
上がり高agaridaka (1) oogst; opbrengst; productie; output; debiet; (2) winst; inkomsten; vrucht; baten; recette; ontvangsten; rendement; omzet
効果kouka (1) effect; werking; uitwerking; (2) efficiëntie; doelmatigheid; doeltreffendheid; (3) resultaat; vrucht; opbrengst; nuttig effect; gevolg; (4) [judo] koka
収穫shyuukaku (1) oogst; pluk; [landb.] beschot; beslag; (2) [fig.] opbrengst; rendement; [fig.] vrucht
shi (1) kind; [i.h.b.] jongen; (2) deugdzame man; meester; [i.h.b.] Confucius; (3) zǐ [± traktaat; één van de vier categorieën boeken in het Klassiek Chinees]; (4) burggraaf; (5) rente; interest; (6) [go-spel] schijf waarmee men go speelt; (7) jij; je; (8) -er; -or; -aar; -eur [maakt van een zelfst. naamw. een nomen agentis]; (9) [Nara; Heian-gesch.] [achtervoegsel bij namen van edelvrouwen]; (10) [honoratief achtervoegsel bij persoonsnamen]; (11) [achtervoegsel na de eigen naam ten teken van bescheidenheid]; (a) kind; zoon; dochter; telg; (b) ei; vrucht; (c) deeltje; (d) heer; leraar; meester; (e) man; mens; (f) vrouwe …; (g) ding; zaak; iets; (h) burggraaf; (i) [astrol.] rat
mi (1) vrucht; fruit; ooft; bes; noot; nootje; (2) zaad; pit; kruim; (3) ingrediënt; toevoegsel; specie [bv. balletjes gehakt; julienne; soldaatjes; blokjes tofoe enz.]; (4) inhoud; substantie; betekenis
成功seikou (1) succes; welslagen; réussite; positief resultaat; vrucht; goede uitslag; gelukkige afloop; opgang; (2) maatschappelijk succes
成果seika resultaat; uitslag; uitkomst; gevolg; opbrengst; vrucht
木の実kinomi (1) boomvrucht; vrucht; boomfruit; fruit; (2) noot; (3) bes
木の実konomi (1) boomvrucht; vrucht; boomfruit; fruit; (2) noot; (3) bes
果実kajitsu [plantk.] fruit; vrucht; [jur.] vruchten
果物kudamono vrucht; fruit
ka (1) gevolg; consequentie; resultaat; effect; vergelding; [boeddh.] phala; (2) verlichting; inzicht; (3) vrucht; fruit; (4) [maatwoord voor fruitsoorten]
産物sanbutsu (1) product; voortbrengsel; opbrengst; (2) resultaat; vrucht
結実ketsujitsu (1) vruchtvorming; vruchtzetting; (2) vervulling; verwezenlijking; realisatie; (3) vrucht; resultaat
結果kekka (1) resultaat; uitslag; uitkomst; positieve uitkomst; opbrengst; vrucht; (2) gevolg; uitvloeisel; consequentie; resultaat; (3) werking; uitwerking; effect; resultaat; (4) einde; slot; afloop; ontknoping
胎児taiji [geneesk.] conceptus; embryo; vrucht; foetus; ongeboren vrucht; kind; leven; baby; [jur.] ongeborene; [uitdr.] hansje-in-de-kelder
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'vrucht', strategie: exact). 
2005-2022