日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘vuur’
SUPPLEMENT (titelwoord)
vuur

(znw, het)
hi (vlammen); honoo 炎 [焔] (vlammen; emotie) takibi たき [焚き, 焚] (open haard; kampvuur). ¶ De brandweermannen konden het vuur niet doven. Shouboushitachi wa honoo wo kesu koto ga dekinakatta. 消防士たちは炎を消すことができなかった。 ¶ We dansten rond het vuur. Bokutachi wa takibi no mawari wo odotte mawatta. たちはたきの周りを踊って回った。 (TCC)

日蘭辭典 (trefwoord)
hi
zn. (1) [] vuur o. (2) [災] brand m. (3) [焔] vlam v. ¶ を附ける een huis in brand steken. ¶ 煙草を附ける een sigaar aansteken. ¶ 附く in brand vliegen; beginnen te branden. ¶ 呼ぶ licht ontvlambaar zijn.
kakeruかける
(掛ける, 懸ける) (1) [吊す] ophangen; hangen. (2) [計量する] wegen. (3) [かけ渡す] bouwen; leggen; slaan. (4) [果す] opleggen; heffen. (5) [心配を] veroorzaken; bezorgen. (6) [, 時間を] besteden. (7) [錠を] sluiten. (8) [乘ずる] vermenigvuldigen. (9) [注ぎかける] besprenkelen. i.w. (10) [腰を] gaan zitten. t.w. (11) [を放す] in brand steken. (12) [掛を] afbetalen. (13) [交尾さす] laten paren. (14) [著せる] aankleeden; bekleeden met. (15) [上へ廣げる] overdekken met; overspreiden. (16) [鑑定に] onderwerpen aan. ¶ 電話線をかける telefoon aanleggen. ¶ 刷毛をかける afborstelen. ¶ かける vier met drie vermenigvuldigen. ¶ 電報をかける telegram zenden; telegrafeeren. ¶ 電話を掛ける telefoneeren; opbellen. ¶ 醫者かける dokter consulteeren. ¶ 氣に掛ける ter harte nemen. ¶ 問を掛ける vraag richten tot. ¶ 思を掛ける verliefd worden op. ¶ 讀み掛ける beginnen te lezen. ¶ に掛ける op het vuur zetten.
kaki火氣
(火気) zn. hitte v.; vuur o.
renpatsu連發
(連発) zn. aanhoudend vuur o.; kogelregen m. ¶ 連發銃 repeteer geweer. ¶ 連發射擊 voortgezette beschieting. ¶ 連發する aanhoudend vuren. ¶ 缺伸連發する voortdurend gapen.
nekketsu熱血

zn. hartstocht m.; geestdrift v.; ijver m.; vuur o.

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:The Tanaka Corpusそして
¶ それを取ってきてそしてに入れて下さい。 Sore wo totte kite soshite hi ni irete kudasai. Pak en breng die en doe ze in het vuur.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vuur>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
点く tsuku (1) [m.b.t. licht; vuur; lucifer] aangaan; gaan branden; ontbranden; [i.c.m. 火が] vuur; vlam vatten; ontvlammen; in brand raken; (2) aangaan; in werking treden
懸命 kenmei (1) ernstig; serieus; geestdriftig; bezield; ijverig; enthousiast; vol toewijding; vol vuur; (2) levensgevaarlijk; gevaar voor het leven opleverend; halsbrekend; dodelijk; letaal; de dood veroorzakend; ; (1) uit alle macht; zo goed als men kan; ernstig; op ernstige wijze; geestdriftig; bezield; ijverig; enthousiast; vol toewijding; met veel toewijding; vol vuur; met veel vuur; (2) levensgevaarlijk; met gevaar om het leven te verliezen; halsbrekend; met gevaar voor het leven; dodelijk; letaal; ; (1) ernst; serieusheid; geestdrift; bezieling; ijver; enthousiasme; elan; toewijding; vuur; (2) levensgevaar; gevaar om het leven te verliezen; gevaar voor het leven; zaak van leven of dood
元気 genki (1) energie; vitaliteit; levenskracht; fut; pit; pittigheid; veerkracht; kracht; (2) geestkracht; wilskracht; energieke vastbeslotenheid; (3) gezondheid; welzijn; kracht; energie; (4) moed; dapperheid; flinkheid; onverschrokkenheid; vermetelheid; vuur; kloekheid; (5) vrolijkheid; opgeruimdheid; blijheid; lichte stemming; ; (1) energiek; levendig; vol levenskracht; vol fut; pittig; veerkrachtig; krachtig; (2) vol van geestkracht; vol van wilskracht; vastbesloten; vastberaden; vast van wil; kordaat; (3) gezond; niet ziek; verkerend in een toestand van fysiek en psychisch welbevinden; verkerend in een toestand van volkomen welzijn; (4) moedig; dapper; onverschrokken; koen; flink; vermetel; vol vuur; kloek; (5) 10. vrolijk; opgeruimd; in lichte stemming; blij
炎; 焔 honoo (1) vlam; (2) [fig.] gloed; vuur; brand
shou (1) a. wezen; ziel; (2) b. bezieling; vuur; ijver
sei (1) ziel; geest; (2) spirit; energie; fut; pit; vitaliteit; levendigheid; (3) essentie; wezen; kwintessens; (4) sperma; zaad; ; gedetailleerd; omstandig; nauwkeurig; minutieus; ; (1) a. fijn; nauwkeurig; (2) b. rijst pellen; (3) c. raffineren; (4) d. puurheid; essentie; het zuiverste; (5) e. wezen; ziel; (6) f. energie; fut; pit; (7) g. bezieling; vuur; ijver; elan; drive
精力 seiryoku (1) energie; vitaliteit; levendigheid; vuur; vurigheid; temperament; fut; pit; dynamiek; kracht; elan; (2) potentie; seksueel vermogen
パワー pawaa (1) kracht; power; vermogen; sterkte; macht; [veroud.] mogendheid; (2) energie; fut; pit; uithoudingsvermogen; uithouding; drive; dynamiek; vuur; animo
発射 hassha (1) schot; vuur; lancering; afvuring; het vuren; het schieten; [veroud.] losbranding; (2) uitzending [van radiogolven]; uitstraling; straling; radiatie; emissie
ファイア fuxaia vuur; brand
フレーム fureemu (1) frame; raam; omlijsting; lijst; kader; kozijn; chambranle; [Belg.N.] chambrant; [眼鏡の] montuur; (2) frame; raamwerk; geraamte; gestel; draagstel; skelet; [自転車の] fietskader; [自動車の] chassis; (3) [filmk.] kader; beeld; beeldje; beeldraam; (4) [comp.] frame; (5) tuinbouwbak; bak; (6) [bowling] frame [= tiende deel van een bowlingpartij]; (7) [fil.] frame; gestructureerd geheel; (8) vlam; vuur; (9) [internet] flame [= sneer naar; aanval op andere internetgebruiker]; scheldpartij; (10) 10. Frame; ; 11. frame [= opname-eenheid van een vijftigste seconde]
熱心 nesshin vurig; (vol)ijverig; enthousiast; gloedvol; innig; geestdriftig; fel; hartstochtelijk; driftig; fervent; passioneel; gepassioneerd; gretig; verwoed; dat het een aard heeft; ; gloed; ijver; geestdrift; enthousiasme; vuur; passie; verve; vurigheid; hartstochtelijkheid; driftigheid; innigheid; felheid; voortvarendheid; gretigheid; graagte; ferventie; elan; animo; entrain
netsu (1) hitte; warmte; [w.g.] heetheid; (2) temperatuur; (hoge) lichaamstemperatuur; [pregn.] verhoging; [i.h.b.] koorts; temp; koortsgloed; koortshitte; de pip; brand; het gloeien (van een lichaamsdeel); (3) passie; gloed; vuur; ijver; vurigheid; enthousiasme; rage; manie; -koorts; -woede; [fig., lit.t.] brand; [veroud.] drift; (4) warmte-energie
熱中 netchuu passie; geestdrift; enthousiasme; begeestering; bevlogenheid; absorptie; bezieling; gloed; ijver; elan; vuur
熱愛 netsuai brandende liefde; passie; hartstocht; vuur; hartstochtelijke genegenheid
熱心さ nesshinsa enthousiasme; ijver; geestdrift; vuur; passie; hartstocht; bezieling
ka vuur
火柱 hibashira (1) vuurkolom; vuurzuil; zuil van vlammen; vuur; (2) hallucinair voorteken van brand
hi (1) vuur; [volkst.] fik; vuurtje; [volkst.] fikkie; [i.h.b.] vlam; (2) brand; hens; (3) licht; lichtje; gloed
アーダー aadaa vuur; ijver; gloed; passie
aka 22. volkomen …; op-en-top …; geheel en al …; ; (1) rood [= de kleur █]; (2) roodbruin [= de kleur █]; (3) [hofdamesjargon] azuki; adukiboon; (4) baby; kindje; (5) rode rijst; (6) roodkoper; (7) sake; (8) [cul.] roodbruine miso; (9) tekort; deficit; rode cijfers; roodstand; rood; (10) 10. laatste tram; laatste trein; (11) 11. laatste bus; (12) 12. rood licht; rood verkeerslicht; stoplicht; (13) 13. [sportt.] rode ploeg; (14) 14. [pol.] rood; [i.h.b.] een rooie; (15) 15. [kaartsp.] twaalf rode kaarten in het mekuri-kaartspel; (16) 16. [kaartsp.] aka [= naam van elk van de drie vijfpuntenkaarten in het hanafuda-kaartspel; voorgesteld door een rode papierstrook over een patroon van resp. pijnboomen; pruimenbomen en sierkersen]; [meton.] stel van drie aka-kaarten; (17) 17. [Barg.] brand; vuur; [i.h.b.] vuurtje; lucifer; (18) 18. [Barg.] inbraak na het openbranden van het slot; (19) 19. [Barg.] bloed; [i.h.b.] menstruatie; [vulg.] de rooie loop; (20) 20. [Barg.] diefstal van metaalgeld; (21) 21. [krantenjargon] kosteloze advertentie; gratis krant
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'vuur', strategie: exact). 
2005-2019