日蘭辭典+

43 resultaten voor ‘waar’
日蘭辭典 (trefwoord)
doko何處
(どこ) bw. waar? ¶ どこでも overal. ¶ どこへ waarheen? ¶ どこへか hier of daar heen; ergens heen. ¶ どこか hier of daar; ergens. ¶ 何處か他の處かに ergens anders; elders. ¶ 何處から waar vandaan?; van waar? ¶ どこ迄 tot waar. ¶ どこ迄も tot het uiterste; wijd en zijd; overal. ¶ どこ迄も…ない nimmer; nooit. ¶ 何處にか ergens. ¶ どこにも waar dan ook; overal. ¶ どこにもない nergens. ¶ 何處らに waar ergens?; waar ongeveer? ¶ どこがお可笑しい wat is er voor grappigs aan? ¶ どこへ行くのか waar ga je heen?; waar ga je naar toe?
shinri眞理
(真理) zn waarheid v.; werkelijkheid v. ¶ 眞理の waar; waarachtig; werkelijk.
shinjitsu眞實
(真実) waarheid v.; werkelijkheid v. ¶ 眞實waar; waarachtig.
aramashiあらまし
zn. hoofdinhoud m.; dat, waar het op neerkomt. ¶ あらましを語る vertellen, waar het op neerkomt; in groote trekken mededeelen. ¶ 大部分 voor het grootste gedeelte. ¶ あらましの algemeen; ruw. ¶ あらましの見積 ruwe schatting; schatting in ronde getallen; globale schatting.
jitsu
() zn. (1) [眞實] waarheid v.; werkelijkheid v.; ware toestand m. (2) [誠意] oprechtheid v. (3) [割算] factor m.; getal dat gedeeld kan worden op. ¶ を明かす de waarheid aan het licht brengen. ¶ を盡す oprechtheid toonen; vriendelijkheid bewijzen. ¶ は inderaad; feitelijk. ¶ を言へば om de waarheid te zeggen; ronduit gezegd; openhartig gesproken. ¶ werkelijk; waar; feitelijk. ¶ inderdaad; zeer (甚だ).. ¶ らしい aannemelijk; plausibel.
karaから
vz. (1) [分離] van; uit. (2) [より] van. (3) [出所] van; uit. (4) [起源] met; van. (5) [通過の意] langs (bw.); door; via. (6) [原料, 材料] van; uit; met. (7) [時] sinds; sedert; van; om. (8) [方角] in. (9) [原據] van uit. (10) [から] door; van. vw. (11) [原因] omdat; vz. door; ten gevolge van. (12) [距離] van. ¶ 上から van boven. ¶ から van den morgen tot den avond; den geheelen dag. ¶ 此の見地からすれば van dit standpunt bezien. ¶ 病氣だから wegens ziekte. ¶ 子供の時から sinds zijn jeugd. ¶ 九時から始まります het begint om negen uur. ¶ それはから出來てゐる dit is van ijzer gemaakt. ¶ 火事はどこから出たのか waar is de brand begonnen?
irassharuいらっしゃる
i.w. (1) [居る在る] zijn. (2) [行く] gaan. (3) [來る] komen. ¶ いらっしゃい kom binnen. ¶ よくいらっしゃいました welkom. ¶ どこへいらっしゃるのですか waar gaat u heen? ¶ 山田樣は在らっしゃいますか is mijnheer Yamada thuis?
hontō本當

(本当) zn. waarheid v.; werkelijkheid v.; feit o. ¶ 本當の waar; werkelijk; echt. ¶ 本當に waarlijk; inderdaad; in ernst. ¶ 本當にする voor ernst opnemen; gelooven. ¶ 本當を言へば ronduit gezegd; eerlijk gezegd. ¶ 何時が本當です wat is de juiste tijd nu? ¶ 本當ですか is het heusch waar? ¶ 本當か知らぬ zou het waar zijn?

tadashii正しい
bn. (1) [正當な] rechtvaardig; billijk. (2) [正直な] eerlijk. (3) [眞實な] waar. (4) [適當] juist. ¶ 正しい eerlijk man. ¶ 正しき語法 juist gebruik van woorden. ¶ 正しい方法 de goede manier; de ware weg. ¶ 血統の正しい van zuiver bloed.
dono何の
vnw. wat (如何なる)?; welk (何れの)? ¶ 何のwaar ergens? ¶ どの電車にお乘りですか welke tram moet u hebben? ¶ どのから見ても van welk standpunt ook beschouwd.
shina
zn. artikel o.; waar v.; kwaliteit (品質) v. ¶ 落ちる de kwaliteit is minderwaardig. ¶ を落す de kwaliteit verminderen; slechtere waar leveren. ¶ 見本違ふ de geleverde waar stemt niet overeen met het monster.
sanshutsu產出

(産出) zn opbrengst v.; productie v. ¶ 產出する produceeren. ¶ 產出物 product; voortbrengsel. ¶ 產出力 productievermogen; vruchtbaarheid. ¶ 產出地 plaats van herkomst; plaats, waar iets voorkomt.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <waar>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ねたneta (1) materiaal; stof; ingrediënt; (2) fonds; middel; instrument; (3) gegevens; data; informatie; materiaal; (4) goed; waar; spul; artikel; product; (5) apparaat; mechaniek; toestel; instrument; (6) [volkst.] bewijs; spoor; bewijsmateriaal; (7) [Jap.barg.] maaltijd; maal; eten; voedsel; (8) [cul.] sushi-ingrediënt; [i.h.b.] vis
グッズguzzu waar; koopwaar; goederen; artikelen
何処 ; 何所doko waar
何方izukata (1) waar; (2) waarheen; waarnaar; (3) wat; welk; (4) wie
何方dochira (1) waar; (2) wie; (3) welk; welke [van beide]; welk; welke [van de twee]
何方dotchi (1) waar; (2) welk; welke [van beide]
品物shinamono (1) goed; waar; spul; artikel; [verzameln.] goederen; waren; (2) [i.h.b.] handelsartikel; product
shina (1) goed; waar; spul; [m.b.t. handel] artikel; [verzameln.] goederen; [verzameln.] waren; [i.h.b.] voorraad; (2) kwaliteit; (3) iets; ding; [i.h.b.] gift; [i.h.b.] cadeau; [m.b.t. menu] gerecht
hin (1) goed; artikel; waar; [cul.] gang; (2) (mate van) verfijning; waardigheid; fatsoen; kwaliteit; oorbaarheid
商品shyouhin handelswaar; koopwaar; handelsartikel; voorwerp van handel; waar; product; artikel; goederen; koopmansgoederen; waren; marktgoederen
外貨gaika (1) vreemd geld; vreemde valuta; deviezen; geldsoorten; buitenlandse betaalmiddelen; reisdeviezen; (2) buitenlandse waren; waar; goederen; vreemde waren; waar; goederen; ingevoerde goederen
実のjitsuno werkelijk; waar; reëel; echt; eigenlijk
実感jikkan (1) wat iem. werkelijk voelt; waar; reëel gevoel; werkelijke gevoelens; (2) realiteitsgevoel; realiteitszin; [i.h.b.] authenticiteit; (3) realiteitsbesef; realiteitsbewustzijn
実然jitsuzen waar; echt; onvervalst
新着品shinchakuhin nieuwaangekomen goederen; waren; waar; recente aanwinsten
本当のhontouno (1) echt; waar; waarachtig; werkelijk; feitelijk; eigenlijk; wezenlijk; effectief; reëel; onvervalst; authentiek; natuurlijk; (2) juist; correct; precies
本格的honkakuteki (1) echt; authentiek; regulier; waar; zuiver; serieus; onvervalst; regelrecht; rasecht; werkelijk; op-en-top; formeel; [Belg.N.] in regel; genuïen; volslagen; (2) op dreef; op gang; op schot; op weg; op volle toeren
本格的なhonkakutekina echt; authentiek; regulier; waar; zuiver; serieus; onvervalst; regelrecht; rasecht; werkelijk; op-en-top; formeel; [Belg.N.] in regel; genuïen; volslagen
本真honma (1) [Kansai-gew.] waarheid; werkelijkheid; (2) [Kansai-gew.] waar; waarlijk; werkelijk; echt
正しいtadashii (1) correct; juist; goed; zuiver; waar; recht; [m.b.t. antwoord e.d.] kloppend; (2) correct; juist; gepast; aangewezen; terecht; passend; gerecht; billijk; gerechtvaardigd; rechtmatig; (3) braaf; goed; deugdzaam; rechtschapen
物資busshi (1) goederen; waar; artikelen; voorraad; [i.h.b.] koopwaar; handelsartikelen; (2) materiaal; middelen; hulpbronnen; ressources
butsu (1) spul; waar; goed [volkstaal voor shinamono 品物 (artikel)]; (2) poen; centen; ping-ping [volkstaal voor genkin 現金 (cash)]
mono (1) ding; voorwerp; zaak; goed; stuk; artikel; waar; iets; object; brok; spul; materiaal; (2) aangelegenheid; kwestie; historie; affaire; materie; onderwerp; punt; (3) eigendom; bezit; have; goed; (4) kwaliteit; (5) rede; wat redelijk is; (6) -werk; -stuk; (7) -wekkend; -aanjagend; -barend; -gevend; wat ~ veroorzaakt
真のshinno (1) waar; werkelijk; feitelijk; (2) echt; waarachtig; authentiek
真のmakotono waar; echt; waarachtig; authentiek; feitelijk; factueel
真実のshinjitsuno waar; waarachtig; werkelijk
ma (1) het ware; waarheid; werkelijkheid; (2) oprecht ~; eerlijk ~; rechtvaardig ~; waar ~; (3) recht ~; juist ~; vlak ~; precies ~; exact ~; puur ~; zuiver ~; (4) gewone ~; echte ~ [prefix voor planten- en dierennamen]
縦い ; 仮令 ; 縦令 ; 縦 ; 縦使tatoi al; zelfs al; ook al; zelfs; ook als ~; wat; wie; hoe; waar; wanneer ~ ook; n'importe ~; ongeacht (of) ~; onverschillig (of) ~
縦え ; 仮令 ; 縦令 ; 縦 ; 縦使tatoe al; zelfs al; ook al; aangenomen dat; zelfs; ook als ~; wat; welk; wie; hoe; waar; wanneer ~ ook; n'importe ~; ongeacht (of) ~; onverschillig (of) ~; het doet er niet toe hoe; wat; welk; waar; wanneer; wie
sei (a) waar; zonder bedrog; (b) werkelijk; volkomen
随時zuiji (1) zo; waar; indien nodig; al naargelang het nodig is; indien de omstandigheden het nodig maken; al naar behoefte; naar believen; (2) om het even wanneer; op elk (willekeurig) moment; te allen tijde; bij gelegenheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1. sec. jiten.nl: 12 treffers, warandict: 31 treffers (zoekopdracht: 'waar', strategie: exact). 
2005-2021