日蘭辭典+

15 resultaten voor ‘waardigheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
menboku面目
zn (1) [名譽] waardigheid v.; eer v. (2) [顏色] gezicht o. ¶ 面目なる zijn familie tot eer strekken. ¶ 面目關する de eer is er mede gemoeid. ¶ 面目保つ zijn eer hoog houden; (俗) zijn figuur redden. ¶ 面目失ふ een gek figuur slaan; beschaamd staan. ¶ 面目改める een geheel ander aanzien krijgen.
kanroku貫祿
(貫禄) gewicht o.; waardigheid v.; prestige o.
ōi王位
zn. troon m.; vorstelijke waardigheid v. ¶ 王位ある gekroonde hoofden.
fukenshiki不見識
SUPPLEMENT (trefwoord)
kanroku貫禄
De waardigheid, de stijl etc. die mensen van iemand ervaren door zijn of haar houding of figuur; het gezag of gewicht dat iemand heeft; prestige; status; autoriteit; overwicht; aanzien; tegenwoordigheid; voorkomen; ernst. ¶ 貫禄のある kanroku no aru gewichting; belangrijk; aanzienlijk; gerespecteerd; vooraanstaand; prominent; notabel. ¶ 貫禄がついた kanroku ga tsuita (idem.) ¶ 君は課長としての貫禄がないね。 Kimi wa kachō to shite no kanroku ga nai ne. Je mist de autoriteit van een afdelingshoofd.; Je hebt niet het gezag van een afdelingshoofd.; Je hebt voor een afdelingshoofd niet genoeg aanzien. (TTC)

NB het woord 貫禄 kanroku verwees oorspronkelijk naar (de omvang van) het salaris van een samurai in dienstbetrekking, en afgeleid daarvan zijn belangrijkheid.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <waardigheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
尊厳 songen waardigheid; digniteit
威厳 igen waardigheid; digniteit; majesteit
kurai (1) […~] [partikel dat een hoeveelheid; mate bij benadering uitdrukt] ongeveer; circa; om en bij; omtrent; bij benadering; […~] hoeveel?; hoe lang?; hoeveel tijd?; (2) […~] [partikel dat een referentiepunt bij benadering uitdrukt] bijna; nagenoeg; haast; bijkans; zo … als; even … als; in die mate; genoeg om te …; (3) […~なら] [partikel dat een extreem voorbeeld geeft; of het belang van een voorbeeld nuanceert; overdrijft] tenminste; eerder … dan; liever … dan; ; (1) rang; stand; klasse; (2) graad; maat; mate; (3) waardigheid; (4) positie; plaats; ligging; (5) troon; kroon; het koningschap; (6) (in een getal) cijfer
気高さ kedakasa verhevenheid; edelheid; adel; waardigheid; nobelheid
shoku (1) werk; baan; job; post; emplooi; (2) ambt; functie; dienst; betrekking; officie; positie; [form.] officium; [高い~] waardigheid; (3) vak; beroep; metier; ambacht; [niet alg.] stiel; [i.h.b.] vaardigheid; [i.h.b.] vakkundigheid
沽券 koken waardigheid; goede naam; achting; aanzien; prestige
気品 kihin waardigheid; statigheid; deftigheid; digniteit; verfijning; verfijndheid; raffinement; beschaving
貫禄 kanroku waardigheid; gewicht
品格 hinkaku waardigheid; gratie; bevalligheid; klasse; stijl; cachet; distinctie; allure
hin (1) goed; artikel; waar; [cul.] gang; (2) (mate van) verfijning; waardigheid; fatsoen; kwaliteit; oorbaarheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.36 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'waardigheid', strategie: exact). 
2005-2019