日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘waardigheid’
日蘭辭典 (trefwoord)
menboku面目
zn (1) [名譽] waardigheid v.; eer v. (2) [顏色] gezicht o. ¶ 面目なる zijn familie tot eer strekken. ¶ 面目關する de eer is er mede gemoeid. ¶ 面目保つ zijn eer hoog houden; (俗) zijn figuur redden. ¶ 面目失ふ een gek figuur slaan; beschaamd staan. ¶ 面目改める een geheel ander aanzien krijgen.
kanroku貫祿
(貫禄) gewicht o.; waardigheid v.; prestige o.
ōi王位
zn. troon m.; vorstelijke waardigheid v. ¶ 王位ある gekroonde hoofden.
fukenshiki不見識
SUPPLEMENT (trefwoord)
kanroku貫禄
De waardigheid, de stijl etc. die mensen van iemand ervaren door zijn of haar houding of figuur; het gezag of gewicht dat iemand heeft; prestige; status; autoriteit; overwicht; aanzien; tegenwoordigheid; voorkomen; ernst. ¶ 貫禄のある kanroku no aru gewichting; belangrijk; aanzienlijk; gerespecteerd; vooraanstaand; prominent; notabel. ¶ 貫禄がついた kanroku ga tsuita (idem.) ¶ 君は課長としての貫禄がないね。 Kimi wa kachō to shite no kanroku ga nai ne. Je mist de autoriteit van een afdelingshoofd.; Je hebt niet het gezag van een afdelingshoofd.; Je hebt voor een afdelingshoofd niet genoeg aanzien. (TTC)

NB het woord 貫禄 kanroku verwees oorspronkelijk naar (de omvang van) het salaris van een samurai in dienstbetrekking, en afgeleid daarvan zijn belangrijkheid.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <waardigheid>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
kurai (1) rang; stand; klasse; (2) graad; maat; mate; (3) waardigheid; (4) positie; plaats; ligging; (5) troon; kroon; het koningschap; (6) (in een getal) cijfer; (7) […~] [partikel dat een hoeveelheid; mate bij benadering uitdrukt] ongeveer; circa; om en bij; omtrent; bij benadering; […~] hoeveel?; hoe lang?; hoeveel tijd?; (8) […~] [partikel dat een referentiepunt bij benadering uitdrukt] bijna; nagenoeg; haast; bijkans; zo … als; even … als; in die mate; genoeg om te …; (9) […~なら] [partikel dat een extreem voorbeeld geeft; of het belang van een voorbeeld nuanceert; overdrijft] tenminste; eerder … dan; liever … dan
品位hini (1) waardigheid; digniteit; respectabiliteit; achtenswaardigheid; achtbaarheid; eerbiedwaardigheid; (2) [muntw.] gehalte; kwaliteit; [金の] karaat; zuiverheidsgraad; (3) [delfst.] metaalgehalte
品格hinkaku waardigheid; gratie; bevalligheid; klasse; stijl; cachet; distinctie; allure
hin (1) goed; artikel; waar; [cul.] gang; (2) (mate van) verfijning; waardigheid; fatsoen; kwaliteit; oorbaarheid
威信ishin (1) aanzien; gezag; autoriteit; waardigheid; digniteit; statuur; prestige; cachet; eer; reputatie; geloofwaardigheid; credibiliteit; achtenswaardigheid; respectabiliteit; (2) [~県] arrondissement Wēixìn
威儀igi (1) waardige houding; fatsoenlijk gedrag; waardigheid; plechtstatigheid; deftigheid; graviteit; (2) [boeddh.] etiquette; juist gedrag; patha; (3) [boeddh.] religieuze voorschriften; geboden; (4) [boeddh.] ± liturgische schouderriem
威厳igen waardigheid; digniteit; majesteit
威容iyou voornaam; waardig voorkomen; indrukwekkende verschijning; waardigheid; présence
威風ifuu waardigheid; verhevenheid; majesteit; panache; indrukwekkende allure; majestueuze air; verheven stijl
i (1) ontzag; indrukwekkendheid; majesteit; gezag; invloed; autoriteit; macht; prestige; (2) waardigheid; (a) intimideren; vrees doen voelen; (b) ontzagwekkend; plechtig
尊厳songen waardigheid; digniteit
格式kakushiki (1) maatschappelijke stand; rang; status; standing; [高い~] prestige; waardigheid; (2) sociale voorschriften; regels; code; conventies; etiquette; protocol; formaliteiten; vormelijkheden; (3) [和歌の] conventie; regel; (4) [ritsuryō] amendementen en uitvoeringsbepalingen
格式kyakushiki (1) [ritsuryō] amendementen en uitvoeringsbepalingen; (2) maatschappelijke stand; rang; status; standing; [高い~] prestige; waardigheid; (3) sociale voorschriften; regels; code; conventies; etiquette; protocol; formaliteiten; vormelijkheden
気品kihin waardigheid; statigheid; deftigheid; digniteit; verfijning; verfijndheid; elegantie; bevalligheid; raffinement; beschaving
気高さkedakasa verhevenheid; edelheid; adel; waardigheid; nobelheid
沽券koken waardigheid; goede naam; achting; aanzien; prestige
shyoku (1) werk; baan; job; post; emplooi; (2) ambt; functie; dienst; betrekking; officie; positie; [form.] officium; [高い~] waardigheid; (3) vak; beroep; metier; ambacht; [niet alg.] stiel; [i.h.b.] vaardigheid; [i.h.b.] vakkundigheid
貫禄kanroku waardigheid; gewicht
重々しさomoomoshisa ernst; serieusheid; graviteit; plechtstatigheid; plechtigheid; solemniteit; waardigheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.66 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'waardigheid', strategie: exact). 
2005-2021