日蘭辭典+

35 resultaten voor ‘wagen’
日蘭辭典 (trefwoord)
abunaku危く
(危なく) bw. (1) [危險] gevaarlijk. (2) [殆ど] bijna; op het punt van. ¶ 危くなる gevaar loopen. ¶ 危くする op het spel zetten; wagen. ¶ 命を危くして met gevaar voor zijn leven; met levensgevaar.
aete敢て
(敢えて) bw. onvervaard; zonder aarzelen. ¶ 敢て云う onvervaard zeggen. ¶ 敢てする het wagen om......; zoo vrij zijn om......; durven.
tenbō展望
zn. uitzicht o.; gezicht o. ¶ 展望する uitzicht hebben; uitzien. ¶ 展望 periscoop. ¶ 展望 observatie wagen. ¶ 展望 uitkijktoren; observatorium.
seimei生命
zn. leven o.; hart o.; kern v. ¶ 生命保險 levensverzekering. ¶ 生命を賭する zijn leven op het spel zetten.
suteru捨てる、棄てる
t.w. (1) [放棄] weggooien; wegwerpen. (2) [人、希望権利等] verzaken; opgeven; prijs geven; aan zijn lot overlaten; den rug toekeren; verstooten. ¶ を棄てる kind verstooten; kind te vondeling leggen. ¶ 一命を捨てて met levensgevaar. ¶ 一命を捨てる zijn leven wagen. ¶ を捨てる zich uit de wereld terugtrekken.
kuruma
zn. (1) [運ぶ] voertuig o.; rijtuig o.; wagen (四輪) v.; rikisha v.; vrachtwagen (資) v.; vrachtkar (荷) v. (2) [車輪] wiel o.; rad o.¶ 乗る per rijtuig gaan; in een rikisha gaan. ¶ 諸輪通行止 verboden voor alle voertuigen. ¶ vracht; wagenhuur.
kakeru賭ける
i.w. wedden; t.w. opzetten; wagen. ¶ を賭ける zijn leven op het spel zetten.
dai
zn. (1) [足臺] voetstuk o. tafel (卓) v. (2) [腰掛] bank v. (3) [薪割等の] blok o. (4) [基礎] grondslag m.; basis v. (5) [地] terras o.; tafelland o. (6) [橋] pijler m. steenen beer m. ¶ 樂譜 muziekstandaard. ¶ 三十で tusschen de 30 en 40 jaar. ¶ vijf wagens.
bōken冒險

(冒険) zn. waagstuk o.; avontuur o. ¶ 冒險的 gewaagd; avontuurlijk. ¶ 冒險する wagen. ¶ 冒險談 avontuurlijk verhaal. ¶ 冒險者 waaghals; avonturier. ¶ 冒險貸借 bodemerij.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wagen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
やってみるyattemiru (het) proberen; eens iets proberen; een poging doen; ondernemen; wagen; iets pogen te doen; iets uitproberen; een gooi doen (naar)
カーkaa wagen; auto
チャレンジするcharenjisuru [~に] aandurven; een poging doen tot; ingaan op; proberen; wagen
ホイールhoiiru (1) wiel; rad; (2) auto; wagen; kar
マイ・カーmaikaa z'n eigen auto; wagen
マシンmashin (1) machine; (2) motorfiets; motor; (3) auto; wagen
マシーンmashiin (1) machine; (2) motorfiets; motor; (3) auto; wagen
一頭立ての馬車ittoutatenobashya wagen; rijtuig met één paard
jou (1) rijtuig; rijdier; paard en kar; (2) geschiedboek; geschiedrol; geschiedenis; annalen; (3) [boeddh.] yāna [= voertuig; middel]; (4) [rekenk.] vermenigvuldiging; multiplicatie; (5) [maatwoord voor rijtuigen of strijdwagens]; (a) bestijgen; aan boord zetten; (b) wagen; kar; (c) geschiedboek; (d) vermenigvuldiging
企てるkuwadateru plannen; beramen; smeden; van plan zijn; van zins zijn; in de zin hebben; het erop aanleggen; aanstichten; ondernemen; wagen; een poging doen tot; proberen
企図するkitosuru (1) plannen; van plan zijn; van zins zijn; [Belg.N.] zinnens zijn; voorhebben; zich voornemen; beramen; het erop aanleggen; uitstippelen; beogen; op het oog hebben; in overweging hebben; (2) ondernemen; wagen; een poging doen tot; proberen; pogen
冒すokasu (1) trotseren; tarten; uitdagen; het hoofd bieden; braveren; [危険を] lopen; riskeren; wagen; op het spel zetten; in de waagschaal stellen; (2) [geneesk.] aantasten; schaden; treffen; (3) schenden; ontheiligen; profaneren; ontwijden; desacraliseren; violeren; afbreuk doen aan; lasteren; [veroud.; lit.t.] schennen; (4) [姓を] aannemen; voeren; dragen; [i.h.b.] claimen; usurperen; zich aanmatigen; zich uitgeven voor
冒険するboukensuru avonturen; wagen; riskeren; op het spel zetten; in de waagschaal stellen
危ない橋を渡るabunaihashiwowataru ± zich op glad ijs begeven; wagen; ± met vuur spelen; ± zich aan het gevaar blootstellen
四輪車yonrinshya vierwieler; wagen; kar; voertuig op vier wielen; karos; [i.h.b.] boerenwagen; boerenkar
懸けるkakeru (1) op het spel zetten; tot inzet maken; inzetten; verwedden; wagen; riskeren; (2) [賞金を] uitloven; (3) [望みを] stellen
敢行するkankousuru (1) gedecideerd; vastberaden optreden; fors ingrijpen; (2) durven; aandurven; wagen; het lef hebben te; (3) uitvoeren; verrichten; doen; ten uitvoer brengen; ten uitvoer leggen; implementeren
自動車 ; 自働車jidoushya auto; automobiel; motorrijtuig; motorvoertuig; wagen; [scherts.; inform.] kar
荷車niguruma kar; wagen; vrachtkar
記載するkisaisuru (1) vermelden; melden; opgave doen; opgeven; gewag maken; [veroud.] wagen; (2) aantekenen; optekenen; noteren; opschrijven; neerschrijven; boeken; te boek stellen; boekstaven; inschrijven; registreren; vastleggen; coucheren
試みるkokoromiru pogen; testen; beproeven; proberen; uitproberen; een poging doen; wagen
賭けるkakeru wedden; verwedden; verzetten; inzetten; (op het spel) zetten; wagen; [w.g.] pariëren
踏み切るfumikiru (1) besluiten tot; beslissen te; aanpakken; wagen; de beslissende stap nemen; de sprong wagen; (2) [sumō-jargon] met de hiel grond buiten de ring raken; (3) zich afzetten (om een verre; hoge sprong te nemen); (4) [鉄道線路を] oversteken; kruisen; (5) [鼻緒を] stuklopen
車両shyaryou (1) voertuig; wagen; vehikel; (2) [verzameln.; spoorw.] rollend; rijdend materieel; (3) [spoorw.] wagon; rijtuig; spoorwagon; spoorrijtuig; treinstel; spoortrein
kuruma (1) wiel; rad; (2) voertuig op wielen; rijtuig; koets; wagen; kar; (3) riksja; (4) auto; wagen; automobiel; (5) ring; vorm van een ring; ringvormig object
shya (1) kar; wagen; voertuig; rijtuig; (2) x wagens [kwantor voor voer- en rijtuigen]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.59 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'wagen', strategie: exact). 
2005-2021