日蘭辭典+

50 resultaten voor ‘wat’
日蘭辭典 (trefwoord)
nani
vnw. wat; eenig; tw. wat! hoe! ¶ を隠さう ronduit gezegd. ¶ を言っても wat men ook mag zeggen. ¶ はさて措き in de eerste plaats. ¶ が要るか wat wou je?; wat moet je? ¶ にせよ hoe het ook zij. ¶ なに、あの人が死んだって wat!; is hij dood?
dono何の
vnw. wat (如何なる)?; welk (何れの)? ¶ 何のwaar ergens? ¶ どの電車にお乘りですか welke tram moet u hebben? ¶ どのから見ても van welk standpunt ook beschouwd.
ani
(あに) bw. hoe? hoezeer? wat? ¶ 豈圖らんや hoe kon ik denken dat......! wat was ik verbaasd om te zien, dat......!
aritake有りたけ
zn. alles, wat er is; al, wat men bezit.
hito
zn. (1) [人類] menschdom o. (2) [個] een man m.; persoon m. & v. (3) [世人] volk o. (4) [成] volwassene m. & v. (5) [他人] een ander m.; anderen m.mv. ¶ 伊藤と言ふ een zekere Ito. ¶ de ouden. ¶ 好き好き ieder zijn smaak. ¶ 惡い iemand met onaangenaam karakter. ¶ なる een man worden; volwassen zijn. ¶ と言ふだろう wat zal men er van zeggen? wat zullen de menschen er van zeggen? ¶ 中で in het publiek. ¶ がなくて困って居る wij hebben gebrek aan volk.
atsu
t.w. wat een hitte! wat is het warm!
de
vw. en; wel ...... ; dus; toen. ¶ では行かなかった en toen ben ik niet gegaan. ¶ で何様しようと云ふのか wel, wat denk je nu te gaan doen?
ikaga如何
bw. hoe?; wat? ¶ 如何ですhoe gaat het ermee? hoe maakt u het?; hoe is het?. ¶ 如何お思ひになりますか wat zou je ervan zeggen? ¶ 昨夜は如何でしたか hoe was het gisterenavond?; hoe heb je het gisterenavond gehad? ¶ 今度芝居如何でしたか hoe vond je de comedie?; wat zeg je van de comedie? ¶ もう一つ如何ですか wil je er niet nog eentje nemen? ¶ 明日では如何ですか schikt het u morgen?
donnaどんな
vnw. wat voor?; wat voor soort?; welk soort van?; bw. hoe. ¶ どんなwaarom? ¶ どんなでも welke ook; ¶ どんなにも hoe zeer ook. ¶ どんなにしても in elk geval; hoe het ook zij; wat er ook gebeure. ¶ 彼はどんな人か wat is hij voor een man? ¶ 御商買の方は此頃どんなです hoe staat het met de zaken tegenwoordig? ¶ どんなに彼は嬉しいだらう wat zal hij blij zijn!
ka
part. (1) [疑問] is er?; bw. hoe? wat? vw. (2) [或は] of......of; nauwelijks......of. ¶ 成行はどうなることwat zal er van terecht komen? ¶ どうして分るものhoe zou ik het weten? ¶ 風呂が出來たかどうか vraag eens of het bad al klaar is. ¶ 君が歸るか歸らないかにあのが來た nauwelijks was je naar huis gegaan of hij kwam.
dōmoどうも
bw. zeer; hoe zeer; hoe. ¶ どうも困った wat is dat onaangenaam! ¶ どうも親切 hoe vriendelijk van u! ¶ どうも吹くね wat waait het hard!
jūji從事
(従事) zn. bezigheid v.; bedrijf o. ¶ 從事する bezig zijn met; bedrijven; verrichten. ¶ 從事して居ますか wat is zijn beroep?
nan to何と
tw. wat!; bw. hoe; hoezeer. ¶ 何と暑いことwat is het warm! ¶ 何とか het een of ander; dit of dat; zus of zoo. ¶ 何とも niets; volstrekt niets. ¶ 何とも言へぬ men kan er niets van zeggen; onbeschrijfelijk. ¶ 何とも思はぬ onbeduidend; er niets om geven; het kan mij niets schelen; ¶ 何となく eenigszins; eenigermate; op de een of andere wijze; onbestemd. ¶ 何となく氣味が惡い ik voel me, waarom weet ik niet, niet erg op mijn gemak. ¶ 何となれば want; omdat.
iya嫌、厭
zn. afkeer m.; ergernis v.; verveling v. ¶ 嫌な onaangenaam; ergerlijk; vervelend. ¶ 嫌な stank. ¶ いやな天氣 beroerd weer. ¶ 嫌な beroerde vent; lamme vent. ¶ 厭になる iets moede zijn; het land hebben aan. ¶ 貸して呉れ嫌か leen me wat, of wil je het niet? ¶ 嫌ですよ laat dat toch!; je hindert me; niet doen!
なあ
tw. hoe; hoe zeer; wat.
iroke色氣
(色気) zn. (1) [色彩] kleur v. (2) [情慾] geslachtsdrift v.; zinnelijkheid v. ¶ 色氣ある verliefd; geil; heet. ¶ 色氣なき onnoozel. ¶ 色氣のないひとぢゃありませんか wat een dooje diender. ¶ 色氣附く den manbaren leeftijd bereikt hebben. ¶ 色氣拔きの宴會 feestmaal zonder geisha’s.
shita

zn. tong v.; klepel (鐘等の) m. ¶ を揮ふ veel praten. ¶ 出す de tong uitsteken. ¶ よく廻るだね wat kun je kletsen! ¶ を捲かせる verstomd doen staan. ¶ を捲く verstomd staan; met stomheid geslagen zijn.

hatato礑と

bw. (1) [音] met een klap. (2) [突然] plotseling. [全然] geheel. ¶ 礑と實感する niet weten, wat te doen; uit het veld geslagen zijn.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wat>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
tera [boeddh.] tempel; [タイ; カンボジアの] wat
少し sukoshi (1) een beetje; een kleinigheid; een tikkeltje; een tikje; een scheutje; een snufje; een vleugje; een spoortje; een tintje; een zweempje; een ietsje; ietwat; lichtelijk; enigermate; [m.b.t. afstand] een klein eindje; (2) iets; wat; enige; een paar; enkele; een weinig; een klein aantal; (3) een beetje; even(tjes); een ogenblikje; een momentje
少しの sukoshino (1) een beetje; wat; een weinig; een kleine hoeveelheid; een vleugje; een zweempje; (2) een paar; enkele; enig; een klein aantal; (3) gering; onbeduidend; onbelangrijk; te verwaarlozen
何方 izukata (1) waar; (2) waarheen; waarnaar; (3) wat; welk; (4) wie
如何 ikaga hoe?; wat?
幾分 ikubun [gevolgd door ka か] een beetje; ; (1) iets; wat; (2) deel; part
幾らか ikuraka (1) een beetje; wat; iets; enigszins; (2) [~でも] hoe bescheiden ook; al is het maar een beetje; ; beetje; geringe hoeveelheid; gering aantal
へえ hee hé!; gut!; wat!; [veroud.] ei!; [gew.] alla!
僅か; 纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng; ; (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) slechts; maar; enkel
僅かな wazukana (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng
何か nanka (1) iets; ergens iets; wat; (2) […か~] of zo; of zoiets; of iets dergelijks
何らかの nanrakano enig; enige; enkele; wat
nan hoeveel; ; wat; hè; ; wat
何分 nanibun (1) [bedankt voor] alles; zovele dingen; (2) [i.c.m. verzoek] alstublieft; alsjeblieft; gelieve; wees zo goed; (3) in elk geval; in ieder geval; althans; toch; ; een of andere; een; enig; wat; enigszins
何事 nanigoto (1) wat; wat voor iets; (2) [~も] alles; [~も…ない] niets; (3) wat nou?; hoezo?; dat kun je (toch) niet maken!; het is een schande!; (4) dinges; een of andere
何々 naninani wat; wablief; kom kom; toe; ; het een en ander; een zekere; dat en dat [zeggen enz.]; die en die [dingen enz.]
何か nanika iets; wat; wat dan ook; het een of ander; ; allerlei dingen; het een en ander
nani wat?; hè?; wablief?; kom nou; ; (1) wat; welk; wat … ook; (2) ding; ; (niet) in het minst; (zonder) de minste [doorgaans i.c.m. negatie]
少々 shoushou (1) een beetje; een tikje; een kleinigheid; een weinig; (2) even; wat; ietsjes; eventjes
心持ち kokoromochi een beetje; iets; wat; een kleinigheid; ietsje; een stukje; ; (1) karakter; aard; mood; stemming; gemoedsgesteldheid; geestesgesteldheid; gemoedstoestand; houding; (2) gevoel; indruk
どれか doreka iets; één; enige; enkele; wat
dore nu dan; welnu; zo; nou; wel; goed; ; welke (ervan); wat
何奴 doitsu (1) [inform., ♂] wie; (2) [inform., ♂] wat; welk; welke
多少の tashouno een zekere hoeveelheid; een dosis; enig; wat; een beetje
多少 tashou wat; enigszins; ietwat; enig; een beetje; enigermate; nogal; min of meer; best wel; in zekere mate; tot op zekere hoogte; vrij; tamelijk; in zekere zin; ; aantal; hoeveelheid; talrijkheid; grootte; omvang; getal(sterkte)
たら(連語) tara(連語) (1) wat!; hoe! [uitgang waarmee iems. gebrek aan inzicht bekritiseerd; berispt wordt]; (2) als; wanneer; toen; ; [partikel dat een topic met lichte kritiek, minachting of genegenheid aangeeft; vaak ttara ったら gespeld]
縦え tatoe al; zelfs al; ook al; aangenomen dat; zelfs; ook als ~; wat; welk; wie; hoe; waar; wanneer ~ ook; n'importe ~; ongeacht (of) ~; onverschillig (of) ~; het doet er niet toe hoe; wat; welk; waar; wanneer; wie
縦い tatoi al; zelfs al; ook al; zelfs; ook als ~; wat; wie; hoe; waar; wanneer ~ ook; n'importe ~; ongeacht (of) ~; onverschillig (of) ~
一寸 chotto (1) (een) beetje; wat; een tikkeltje; ietsje(s); een tikje; iets; een weinig; ietwat; lichtjes; lichtelijk; enigszins; even; eventjes; (een) ogenblikje; (een) momentje; (2) nogal; best (wel); vrij; tamelijk; behoorlijk; (3) (niet enz.) zomaar; (niet enz.) meteen [i.c.m. negatie]; ; hé; hei; hallo (daar); excuseer; hoor eens; [i.h.b.] kom eens
稍; 漸 yaya (1) enigszins; enigermate; wat; een beetje; lichtelijk; min of meer; ietsje; (2) eventjes; effen; (3) (zo) nu en dan; soms; [het gebeurt] wel eens; (4) langzaam; bij beetjes; geleidelijk; (5) uiteindelijk; ; (1) hallo; hé; hé daar; jij daar; hola [gebruikt wanneer men mensen roept]; (2) o!; oei; (o) jee; lieve help; o god; gos; sjonge [onwillekeurige uiting bij een verrassing, of wanneer plotseling iets iemand te binnen schiet]
はあ haa (1) ja; mmm [als bevestiging]; (2) hè?; wat?; wablief?; (3) a!; ha!; ach!; tjonge; wel wel; hé; hm; poe; nou ja [brengt een gevoel van verrassing, verbazing, bewondering, verwarring e.d. tot uitdrukking]; (4) juist; precies; inderdaad; ik begrijp het; goed dan; nou goed
hito (1) één; één rondje ~; (2) wat; een beetje; (3) [voorvoegsel dat de onbepaaldheid, vaagheid van het grondwoord suggereert]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.63 sec. jiten.nl: 18 treffers, warandict: 32 treffers (zoekopdracht: 'wat', strategie: exact). 
2005-2019