日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘weg’
日蘭辭典 (trefwoord)
gairo街路
zn. straat v.
michi道、路
zn. (1) [道路] weg m. (2) [方法] middel o.; uitweg m.; methode v. (3) [道程] afstand m. (4) [道德] zedelijk beginsel o.; de rechte weg. ¶ 道で onderweg. ¶ に途がない geen andere keuze hebben; er niets anders op weten. ¶ 道に從ふ het rechte pad volgen; de deugd betrachten. ¶ 道を教へる den weg wijzen. ¶ 途を拓く een weg banen. ¶ 其の道の者 een man van het vak; een deskundige; een specialiteit. ¶ 道ならぬ onzedelijk. ¶ 道案内 gids. ¶ 路傍に langs den weg.
annai案內

(案内) zn. (1) [嚮導] geleide v.; voorlichting v. (2) [通知] inlichting v. (3) [招待] uitnoodiging v. (4) [熟知] bekendheid v. ¶ 貨物發送の案內をする mededeeliing doen van de verzending van goederen; de verzending van goederen adviseeren. ¶ 御案內の通り zoals u bekend is. ¶ 案內する geleiden; binnenleiden; den weg wijzen; uitnoodigen (招待). ¶ 案內狀 (通知書) kennisgeving; mededeeling; (招待狀) uitnoodiging; invitatie. (會員招集狀) convocatiebiljet; oproeping. ¶ 案內者 gids. ¶ 案內書 gids; handboek.

achira彼方
(あちら) bw. ginds; daar; aan den anderen kant. ¶ 彼方の dat; gindsch; gene. ¶ 彼方を向け kijk den anderen kant uit. ¶ 彼方に行け maak, dat je weg komt.
akeruあける
(開ける・空ける) t.w. (1) [開く] openen; opendoen; openmaken; ontsluiten; openleggen. (2) [空にする] ledigen; ontruimen. ¶ 二行をづつあける twee regels openlaten; twee regels overslaan. (3) [穴を] een gat boren. (4) [道を] uit den weg gaan. (5) [家を] ontruimen (借家を明拂ふ).
yamiji闇路
zn. donkere weg m.; duister pad o. ¶ 戀の闇路に迷う door liefde verblind zijn.
yuku行く
(iku) i.w. (1) [赴く] gaan; zich begeven naar. (2) [逝く] sterven. (3) [步く] wandelen; loopen. ¶ 外國行く naar het buitenland gaan. ¶ 行け ga weg! ¶ と一緖行く vergezellen; meegaan met. ¶ 本通を行く de hoofdstraat volgen. ¶ 同じ行く denzelfden weg gaan.
chō
zn. (1) [街] straat v. (2) [都會] stad v. (3) [面積] een cho (9922.5 m².). (4) [距離] een cho (106.73 m.).
daidō大道
zn. (1) [道路] groote weg m.; hoofdweg v.; straat v. (2) [正義公道] de rechte weg m. moreele beginselen o.mv.; moraal v.
SUPPLEMENT (trefwoord)
sumimasen済みません
(すみません) (frase; afgeleid van 済まない sumanai door toevoeging van het beleefde hulpwerkwoord -ます -masu) neem me niet kwalijk; pardon; sorry; bedankt (in de zin van: ‘sorry voor de overlast’ of ‘dat had u niet hoeven doen’ etc.) ¶ すみませんが砂糖を取っていただけませんか。 Sumimasen ga satō wo totte itadakemasen ka? Neem me niet kwalijk maar kunt u voor mij de suiker pakken?; Neemt u me niet kwalijk, kunt u me de suiker aangeven? (TTC) ¶ すみませんが、駅へ行く道を教えていただけませんか。 Sumimasen ga, eki e iku michi wo oshiete itadakemasen ka? Neem u me niet kwalijk maar, kunt u mij de weg naar het station vertellen?; Pardon. Kunt u me zeggen hoe ik bij het station kan komen? (TTC) ¶ ミスタイプです。すみません。 Misutaipu desu. Sumimasen. Het is een tikfout. Sorry. (TTC) ¶ すみませんが駄目なんですよ。 Sumimasen ga dame nan desu yo. Sorry maar dat is echt onmogelijk. (TTC) ¶ 本当にすみません。hontō ni sumimasen. Het spijt mij heel erg. ¶ いろいろとお世話になって本当にすみませんでした。 Iroiro to o-sewa ni natte hontō ni sumimasen deshita. Hartelijk dank voor al uw inspanningen; Enorm bedankt voor uw moeite. (TTC)
kyū
(na-adj) (1) plotseling; plots; opeens; onverwacht. ¶ 急にがブレーキをかけたので、フロントガラスにをぶつけた。 Kyū ni kare ga burēki wo kaketa no de, furontogurasu ni atama wo butsuketa. Omdat hij plotseling op de rem trapte stootte ik mijn hoofd tegen het voorraam. ¶ 急な客が来たので、そのテレビ番組が見れなかった。 Kyū na kyaku ga kita no de, sono terebi bangumi ga mirenakatta. Omdat ik onverwacht bezoek had kon ik dat programma niet kijken. (2) urgent; dringend. ¶ 急な用事〔急用〕が出来て、パーティに行けなくなった。ごめんなさい。 Kyū na yōji [kyūyō] ga dekite, pāti ni ikenaku natta. Omdat zich een urgente zaak voordeed kon ik niet naar het feestje gaan. ¶ この事態は急を要する Kono jitai wa kyū wo yōsuru De situatie is urgent. ¶ これは急を要する事態だ。 Kore wa kyū wo yōsuru jitai da. Dit is een urgente situatie. (3) snel; woest (water). ¶ 急なで泳ぐのは大変危険だ。 Kyū na kawa de oyogu no wa taihen kiken da. Het is enorm gevaarlijk om in een snelstromende rivier te zwemmen. ¶ 彼女は急に老け込んできた。 Kanojo wa kyū ni fukekonde kita. Ze werd snel oud. (4) steil (helling); scherp (bocht). ¶ 急な坂 Kyū na saka. Een steile helling; Een plotse daling. ¶ 道路はそこで急な右カーブになっている。 Dōro wa soko de kyū na migi kābu ni natte iru. De weg maakt daar een scherpe bocht naar rechts. (TTC) (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <weg>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
通路 tsuuro passage; doorgang; weg; pad; verbindingsgang; gang; corridor; doorloop; loop; looppad; [i.h.b.] gangpad; [bouwkunst] beuk
行き止まり ikidomari (1) doodlopende straat; weg; doodlopend steegje; straatje; blinde steeg; straat; cul-de-sac; keerweer; [Belg.N.] beluik; (2) impasse; patstelling; dood punt; dood spoor; uitzichtloze situatie; slop; deadlock; [Belg.N.] straatje zonder end
陸路 kugaji landweg; landroute; weg; route; tocht over land
方向 houkou (1) richting; oriëntatie; koers; loop; (2) weg; koers; [i.h.b.] loopbaan
方法 houhou [maatwoord voor methodes]; ; methode; wijze; weg; procedé; manier; [Lat.] modus; middel; het hoe; trant; maatregel; stap
進路 shinro koers; route; te volgen baan; weg
手段 shudan middel; hulpmiddel; redmiddel; weg; maatregel; stap; instrument; medium; expediënt; [fig.] wapen
ji -tig [maatwoord voor leeftijden per eenheid van tien jaar]; ; (1) -weg; -pad; -route; (2) weg langs; via …; de streek van …; (3) reisduur van … dagen
michi (1) weg; baan; route; straat; (2) reis; reisroute; koers; tocht; (3) zeden; juist gedrag; ware pad; pad der deugd; plicht; gerechtigheid; (4) leer; juiste weg [van het boeddhistische geloof enz.]; (5) methode; middel; stap; uitweg; manier; kunst; (6) onderwerp; materie; terrein; branche; vakgebied; (7) loop; gang; proces
道順 michijun route; weg; reisroute
道筋 michisuji (1) weg; pad; (2) route; baan; traject; (3) rede; logica
土木工学 dobokukougaku weg- en waterbouwkunde; [verk.] weg- en waterbouw; civieltechniek; [Belg.N.] burgerlijke bouwkunde
土木 doboku weg- en waterbouw; publieke werken; openbare werken; gemeentewerken
途方 tohou (1) middel; methode; weg; stappen; maatregelen; aanpak; (2) rede; logica
土木建築 dobokukenchiku bouwkunst; het optrekken van bouwwerken; weg- en waterbouw; [ingenieurswezen] kunstwerk
道路 douro weg; straat; straatweg
陸路 rikuro landweg; landroute; weg; route; tocht over land
黄泉 yomiji (1) weg; pad naar de onderwereld; (2) onderwereld; Hades; verblijf der afgestorvenen; schimmenrijk; dodenrijk; Tartarus
離れて hanarete (1) weg; af; afgezonderd; apart; op een afstand; afgescheiden; (2) los; apart; onafhankelijk
行き止まり yukidomari (1) doodlopende straat; weg; doodlopend steegje; straatje; blinde steeg; straat; cul-de-sac; keerweer; [Belg.N.] beluik; (2) impasse; patstelling; dood punt; dood spoor; uitzichtloze situatie; slop; deadlock; [Belg.N.] straatje zonder end
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'weg', strategie: exact). 
2005-2019