日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘willen’
日蘭辭典 (trefwoord)
yasegaman瘠我慢
(痩せ我慢; 瘠せ我慢) zn. volharding tot het uiterste. ¶ 瘠我慢をする tot het uiterste volharden; het niet willen opgeven.
itadaku戴く
t.w. (1) [冠る] opzetten; dragen; op het hoofd hebben; i.w. bedekt zijn met. t.w. (2) [貰ふ] ontvangen; aanvaarden; krijgen. (3) [食ふ又は飮む] eten; drinken; gebruiken. i.w. [治者を] geregeerd worden door; t.w. boven zich hebben. ¶ 帽を戴く een hoed dragen. ¶ 水を一杯戴きます mag ik een glas water hebben? ¶ 戸を閉めて戴きませう zou u de deur dicht willen doen?
ikaga如何
bw. hoe?; wat? ¶ 如何ですhoe gaat het ermee? hoe maakt u het?; hoe is het?. ¶ 如何お思ひになりますか wat zou je ervan zeggen? ¶ 昨夜は如何でしたか hoe was het gisterenavond?; hoe heb je het gisterenavond gehad? ¶ 今度芝居如何でしたか hoe vond je de comedie?; wat zeg je van de comedie? ¶ もう一つ如何ですか wil je er niet nog eentje nemen? ¶ 明日では如何ですか schikt het u morgen?
iya嫌、厭
zn. afkeer m.; ergernis v.; verveling v. ¶ 嫌な onaangenaam; ergerlijk; vervelend. ¶ 嫌な stank. ¶ いやな天氣 beroerd weer. ¶ 嫌な beroerde vent; lamme vent. ¶ 厭になる iets moede zijn; het land hebben aan. ¶ 貸して呉れ嫌か leen me wat, of wil je het niet? ¶ 嫌ですよ laat dat toch!; je hindert me; niet doen!
SUPPLEMENT (trefwoord)
ingaritsu因果律
(identiek aan 因果法則 inga hōsoku) zn. het principe dat ieder verschijnsel een oorzaak heeft; wet van oorzaak en gevolg; causaliteit. ¶ が知りたいのは、科学の最先端で因果律がどう扱われているか? Watashi ga shiritai no wa, kagaku no saisentan de ingaritsu ga dō atsukawarete iru ka? [vert. lett.:] Wat ik weten wil is, hoe gaat men in de voorhoede van de wetenschap om met causaliteit? (blog) ¶ 十如是(じゅうにょぜ)とは、『法華経』方便品に説かれる因果律をいうJū'nyoze to wa, Hokekyō Hōbenbon ni tokareru ingaritsu to iu. Jū'nyoze (de tien staten of factoren in bepaalde vormen van Boedhisme) is de wet van oorzaak en gevolg die wordt uiteengezet in [het hoofdstuk] ‘Geschikt middel’van de Lotus Sutra. (BCWK) ¶ 因果律を信じ大乗を誹謗せず、ただただ無上道心を起すIngaritsu wo shinji Daijō wo hibōsezu, tadatada mujō dōshin wo okosu mono. Mensen die geloven in de wet van oorzaak en gevolg, geen kwaad spreken van Mahayana Boedhisme en slechts hopen verlichting te bereiken. (BCWK)
een

(bepaald hoofdtelwoord, ter onderscheid ook geschreven als één)

[alleen of bijwoordelijk gebruikt] ichi [, 1, ]; hitotsu [一つ, 1つ, 1つ]
¶ Ik schoof een stuk op het bord één plaats naar voren. Boku wa boodo no ue no koma wo hitotsu mae ni susumeta. 僕はボードの上の駒を一つ前に進めた。 (TTC)

[verbonden met een ander woord, attributief] ichi no [の, 1の, の]; hitotsu no [一つの, 1つの, 1つの] ¶ Het warenhuis was leeg op één meubel na. Sooko ni wa kagu ga hitotsu no hoka ni wa nani mo nakatta. 倉庫には家具一つの他には何もなかった。 ¶ Hij heeft maar één doel in zijn leven, en dat is geld verdienen. Kare wa jinsei ni tatta hitotsu no mokuhyoo shika motte inai. Sore wa kanemooke de aru. 彼は人生たった一つの目標しかもっていない。それは金もうけである。 (TTC)

[met een maatwoord; er zijn meer dan honderd maatwoorden, maar het wago (inheems Japans) hitotsu (no) is bruikbaar als alternatief, behalve bij mensen (één persoon is altijd hitori)] ¶ Eén brood alstublieft. Pan ippon kudasai. パン一本下さい。 ¶ Ik zou nog een laken willen. Moofu wo moo ichimai hoshii no desu. 毛布をもう枚ほしいのですが。 ¶ Dit boek kun je in maar één winkel krijgen. Kono hon wa tada ikken no mise de dake nyuushu dekiru. このただ軒のだけ入手できる。 ¶ Ik kan ook geen $40 betalen voor één boek. Issatsu no hon ni yonjuu doru mo shiharaenai. 冊のに40ドルも支払えない。 ¶ Echter, ik was niet alleen, het leek dat er nog één andere persoon - dat wil zeggen nog één ander lid van de soort ‘zeldzame gast’ aanwezig was. Shikashi boku dake de wa naku, moo hitori - iya moo ippiki no chanchaku ga itarashii. しかし僕だけではなく、もうひとり―いや、もう匹の珍客がいたらしい。 (TTC)

(onbepaald lidwoord)

[het Japans heeft geen onbepaald lidwoord; “een” kan onvertaald blijven ... ] ¶ Ze plukte een appel voor me. Kanojo wa watashi ni ringo wo moide kureta. 彼女は私にリンゴをもいでくれた。 ¶ Breng een stoel uit de kamer hiernaast aljeblieft. Tonari no heya kara isu wo motte kite kudasai. 部屋から椅子を持って来て下さい。 (TTC)

[ ... of vertaald worden met equivalenten van het telwoord één] ¶ Ik heb hem een boek gegeven. Watashi wa kare ni hon wo issatsu yatta. 私は彼に冊やった。 ¶ Ze zong een lied terwijl ze naar me glimlachte. Kanojo wa boku ni hooemi kakenagara ikkyoku utta. 彼女は僕に微笑みかけながら曲歌った。 ¶ Pak een stoel uit de kamer hiernaast alsjeblieft. Tonari no heya kara isu wo hitotsu totte kite kudasai. 部屋からいすを1つ取ってきてください。 (TCC)

[in de betekenis van “een bepaald(e)”] aru [ある, 或る, ] ¶ Ze lijkt op een populaire zangeres. Kanojo wa aru ninki kashu ni nite iru. 彼女はある人気歌手に似ている。 (TTC) 

[Dit lemma gebruikt oo-spelling.]

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
-tai-たい
(hulp-i-adj, oude spelling tevens 度い) Toegevoegd aan de infinitief van (vrijwel alle) werkwoorden drukt -tai de wens uit om de actie van het werkwoord uit te voeren. Hoewel -tai het werkwoord waaraan het gekoppeld wordt verandert in een i-adjectief en de daarbij horende inflectie heeft, vertoont het in gebruik veel kenmerken van een werkwoord, zoals het gebruik van de partikels を o, に ni en へ e. ¶ 率直な意見を聞きたい。 Sotchoku na iken wo kikitai. Ik wil weten wat je er echt van denkt. ¶ 来年、カナダに行きたいと思う。 Rainen, Kanada ni ikitai to omou. Volgend jaar hoop ik naar Canada te gaan. ¶ 私は昨夜どちらかというとコンサートに行きたかった。 Watashi wa yūbe [sakuya] dochiraka to iu to konsāto ni ikitakatta. Ik zou liever naar het condert gegaan zijn gisteravond. ¶ 何か甘いものを食べたい気がする。 Nanika amai mono wo tabetai ki ga suru. Ik denk dat ik iets zoets wil eten. ¶ 母はお昼に私が食べたいものを出してくれた。 Haha wa ohiru ni watashi ga tabetai mono wo dashite kureta. Mijn moeder heeft me voor de lunch meegegeven wat ik wilde eten. ¶ 私はなにかおいしいものが食べたい。 Watashi wa nanika oishii mono ga tabetai. Ik wil graag iets lekkers eten. ¶ ときどき私は辛くてスパイスのきいたものを食べたくなる。 Tokidoki watashi wa karakute supisu no kiita mono wo tabetaku naru. Af en toe krijg ik trek in iets wat heet en gekruid is. (TTC)

In de tweede persoon is het gebruik van -taivooral beperkt tot vragen. ¶ 将来、何になりたいの? Shōrai, nani naritai no? Wat wil je worden in de toekomst? ¶ いったい何がしたいのか。 Ittai nani ga sitai no ka. Wat is het in hemelsnaam dan wat je wilt? (TTC)

In de derde persoon wordt meestal het hulpwerkwoord 〜がる -garu toegevoegd. ¶ 門のところにあなたに会いたがっている男性がいる。 Mon no tokoro ni anata ni aitagatte iru dansei ga iru. Er is een man bij de poort die je wil zien. ¶ 子猫は中に入りたがった。 Koneko wa naka ni hairitagatta. Het poesje wilde naar binnen. (TTC)

Echter, in diverse situaties kan -tai toch ook direct worden gebruikt in de derde persoon. Zoals in de verleden tijd, in directe citaten (‘X zei dat’), uitleg, van horen zeggen en veronderstellingen. (BEJD) ¶ 彼女はインドに行きたかったのだが。 Kanojo wa Indo ni ikitakatta no da ga. Zij had India willen bezoeken. (TTC) ¶ 彼女が温泉に行きたいと言って いるので、渋温泉に行く予定です。 Kanojo ga onsen ni ikitai to itte iru node, Shibu Onsen ni iku yotei desu. Aangezien mijn vriendin (zei dat ze) naar een Onsen toe wilde, gaan we naar Shibu Onsen.¶ 彼は離婚したいそうです… Kare wa rikonshitai sō desu... Ik heb gehoord dat hij wil scheiden... (Internet)

Het lijdend voorwerp in zinnen met -tai kan soms zowel met が ga als met を o gemarkeerd worden. Een subtiel betekenisverschil zou de keuze tussen die twee dan kunnen beperken. Aan が ga zou de voorkeur gegeven kunnen worden als de wens heel sterk is (iemand die klaar is met hardlopen zou kunnen zeggen: 水が飲みたい ik wil wat water drinken). Echter, in zinnen waarin een zinselement tussen het lijdend voorwerp en het werkwoord komt kan alleen を o gebruikt worden. Eveneens is alleen を o mogelijk bij passieve werkwoordsvormen, en wanneer het zelfstandige naamwoord dat gemarkeerd moet worden niet werkelijk een lijdend voorwerp is, maar bijvoorbeeld een plaatsbepaling (この電車を降りたい kono densha wo oritai ‘ik wil in deze trein stappen’, 公園を歩きたい kōen wo arukitai ‘ik wil in het park wandelen). Het hulpwerkwoord -garu staat ook alleen を o toe. (BEJD) ¶ 池田さんは新しい車を買いたがっています。 Ikeda-san wa atarashii kuruma wo kaitagatte imasu. Meneer Ikeda wil een nieuwe auto kopen. (TTC)

〜たい -tai wordt tenslotte niet in alle situaties gebruikt waar we in het Nederlands ‘willen’ zouden gebruiken. Niet in uitnodigingen: ‘wil je met me meegaan?’ staat geen -tai toe. In plaats daarvan iets als 私と一緒に行きませんか watashi to issho ni ikimasen ka (lett. ‘ga je niet met mij mee?’). Niet wanneer de spreker een voorwerp of een zaak wil: 領収書がほしいのですが ryōshūsho ga hoshii no desu ga ‘ik zou graag een bewijsje willen’ gebruikt het i-adjectief ほしい hoshii. Echter, wanneer je het Japanse werkwoord 持つ motsu gebruikt in de betekenissen van ‘hebben; bezitten’ kun je wel weer zoiets zeggen als もっと自信を持ちたい motto jishin wo mochitai ‘ik zou meer zelfvertrouwen willen hebben’, of 私は車を持ちたい watashi wa kuruma wo mochitai ‘ik zou een auto willen hebben’. Wanneer iemand wil dat iemand anders iets voor hem of haar iets doet kan het eerdergenoemde hoshii weer gebruikt worden, of -tai in combinatie met een werkwoord dat aangeeft dat je een dienst ‘ontvangt’. ¶ 明日のこの時間までに、全てのものを整頓してをいてほしい。 Ashita no kono jikan made ni, subete no mono wo seitonshite wo ite hoshii. Ik wil dat om deze tijd morgen alles in orde is. ¶ 直ちに大阪へ行ってもらいたい。 Tadachi ni Oosaka e itte moraitai. Ik wil dat je direct naar Osaka gaat. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <willen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
望む nozomu (1) een uitzicht hebben; (in de verte) zien; uitzien; overzien; overkijken; [w.g.] afogen; uitkijken; (2) wensen; willen; verlangen; begeren; verkiezen; believen; uit zijn op; staan naar; ambiëren; streven naar; dingen; verhopen; hopen; verwachten; uitkijken naar; vlassen op; talen naar; [Barg., volkst.] spinzen (op)
欲しい hoshii willen; willen hebben; nodig hebben
したがる shitagaru willen; wensen; verlangen; erop gebrand zijn te; popelen om
したい shitai (graag) willen; wensen; zin hebben; verlangen
所望する shomousuru wensen; verlangen; verzoeken; aanvragen; vragen om; willen
たがる tagaru [drukt een wens, verlangen uit] willen; wensen; verlangen; begeren; erop uit zijn; erop gebrand zijn
たい tai [drukt een wens, verlangen uit] (graag) willen; wensen; verlangen; begeren; zou graag …; erop uit zijn; erop gebrand zijn; van zins zijn; begerig om; zin hebben om; in
思う omou (1) denken; (2) geloven; overtuigd zijn; vast vertrouwen op; (3) geneigd zijn; de neiging hebben tot; (4) beschouwen als; bezien als; vinden dat; houden voor; (zich) aanrekenen als; menen; achten; veronderstellen ~ te zijn; (5) verwachten; hopen; rekenen op; voorzien; (6) vrezen dat; bang zijn dat; bevreesd zijn dat; (7) zich verbeelden; zich voorstellen; zich indenken; zich een beeld vormen van; (8) veronderstellen; aannemen; gissen; berekenen; er van uit gaan dat; (9) zich herinneren; (10) 10. van plan zijn te; de intentie hebben te; (11) 11. wensen; verlangen; willen; begeren; (12) 12. geïnteresseerd zijn in; belangstelling hebben voor; (13) 13. beminnen; liefhebben; verliefd worden op; verliefd zijn op; verlangen naar; (14) 14. zich afvragen of; (15) 15. verdenken van; wantrouwen; mistrouwen; verdenken te
がる garu (1) voelen; (2) willen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'willen', strategie: exact). 
2005-2019