日蘭辭典+

9 resultaten voor ‘wond’
日蘭辭典 (trefwoord)
asade淺手
(浅手) zn. lichte wond v.
shinu死ぬ
i.w. sterven; doodgaan; overlijden. ¶ 死んで居る dood; levenloos. ¶ 死ぬ tot den dood. ¶ 死ぬ覺悟で ten koste van zijn leven. ¶ 死んでも zelfs al moest het leven kosten. ¶ 死んだ風をする zich dood houden. ¶ 死んだ者諦める de hoop opgeven, dat iemand nog in leven is. ¶ 燒け死ぬ levend verbranden. ¶ 凍え死ぬ doodvriezen. ¶ 怪我で死ぬ aan zijn wonden sterven. ¶ 死んだ overleden; wijlen; -zaliger. ¶ 死ぬかと思ふ het gevoel hebben, dat zijn laatste uur geslagen is; denken, dat men gaat sterven.
fusagaru塞がる
i.w. (1) [閉塞] omkneld zijn; ingesloten zijn; versperd zijn. (2) [が] bewoond zijn. (3) [が] bezet zijn; genomen zijn. (4) [が] bezet zijn; geen tijd hebben. (5) [息が] stikken v. ¶ 胸が塞がる overweldigd door smart. ¶ あののあとは塞がりました zijn plaats is weer vervuld. ¶ 下水はも泥土で塞がってゐる de goot is verstopt door modder. ¶ 傷口が塞がって居る de wond is gesloten.
owasu負はす
(負わす) t.w. (1) [擔はす] een ander doen dragen. (2) [負擔さす] beschuldigen; ten laste leggen. ¶ 傷を負はす wond toebregen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
hitouchi一打ち
zn. (de) slag; (de) klap; (de) tik. ¶ この初太刀の一打ちで小次郎はすでに十分な致命傷を受けていた。 Kono shodachi no hitouchi de, Kojirō wa sude ni jūbun na chimeishō wo ukete ita. Met die enkele eerste zwaardslag werd Kojirō al dodelijk verwond. [blog]
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wond>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
te 22. [maatwoord voor shogi-; schaakzetten]; ; (1) 16. hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (2) 17. hand-; meeneem-; (3) 18. [~keiyōshi; keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; ; (1) 19. in de richting van …; -waarts; (2) 20. [noemt een zekere kwaliteit]; (3) 21. [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; ; (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) 10. [将棋の] zet; (11) 11. [トランプの] hand; kaarten; (12) 12. richting; kant; zijde; (13) 13. soort; slag; merk; (14) 14. vaardigheid; bekwaamheid; (15) 15. betrekking; band
怪我 kega (1) wond; verwonding; kwetsuur; letsel; blessure; (2) ongelukkig toeval; ongeval; ongeluk; (3) vergissing; fout; dwaling; error; blunder; misslag
kizu lichamelijke verwonding; wond; wonde; letsel; blessure; kwetsuur; [りんごの] kneuzing; [geneesk.] laesie; [geneesk.] trauma
傷口 kizuguchi wond; [Belg.N.] wonde
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.7 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'wond', strategie: exact). 
2005-2019