日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘woord’
日蘭辭典 (trefwoord)
yakusoku約束
zn. belofte v.; overeenkomst v.; verbintenis v.; voorwaarde (條件) v. ¶ 約束の時間 het overeengekomen uur. ¶ 約束を守る belofte houden; woord houden. ¶ 約束を守る人 man van zijn woord. ¶ 約束する beloven; overeenkomen; zich verbinden; afspreken. ¶ 約束手形 promesse.
iu言ふ、云ふ
(言う、云う) t.w. (1) [言ふ] zeggen. (2) [告げる] vertellen. (3) [話す] spreken. (4) [呼ぶ] noemen. ¶ 云ひ條 zelfs al neemt men aan, dat. ¶ 言へない ik kan niet zeggen of ...... ¶ 言ふ迄もなく het spreekt van zelf; uit den aard der zaak; onnoodig te zeggen dat ...... ¶ 言ふ所の zoogenaamd. ¶ 言ふに言はれない onuitsprekelijk; onbeschrijfelijk. ¶ 言ふもかなり men kan gerust zeggen, dat ..... ¶ 言ふと同時に實行する de daad bij het woord voegen. ¶ 法律から言へば wettelijk gesproken. ¶ 言ふ聞く luisteren naar iemands woorden; doen wat een ander zegt. ¶ 言はぬが花 het is het beste erover te zwijgen. ¶ それは蘭語と云ひますか hoe zeg je dat in het Hollandsch?; wat is dat in het Hollandsch? ¶ に少し言ひ度いがある ik heb je wat te vertellen. ¶ それ見な言はぬことか wel, heb ik het je niet gezegd; wel heb ik je nietgewaarschuwd? ¶ 大きく言ふ overdrijven. ¶ 暗に言ふ te verstaan geven. ¶ 物を言へなくなる verstomd staan; met stomheid geslagen zijn. ¶ を悪く言ふ kwaad van iemand spreken. ¶ あのはスミットと云ひます die meneer heet Smit. ¶ スミットと云ふ een meneer, genaamd Smit; een zekere (meneer) Smit. ¶ 彼は恩知らずだと云はれる men zegt, dat hij ondankbaar is; men verwijt hem ondankbaarheid. ¶ とは言ふものの hoe het ook zij.
meiyo名譽
(名誉) zn. goede naam m.; eer v.; reputatie v. ¶ 名譽心 eerzucht. ¶ 名譽職 erebaantje. ¶ 名譽ある man van eer. ¶ 名譽關する問題 zaak van eer. ¶ 名譽賞牌 eeremedaille. ¶ 名譽快復 eerherstel; rehabilitatie. ¶ 名譽にかけての woord van eer. ¶ 名譽失う zijn reputatie verliezen. ¶ 名譽學位 eeregraad. ¶ 名譽博士 doctor honoris causa; eere-doctor.
hasei派生
zn. afleiding v. ¶ 派生する afgeleid zijn van. ¶ 派生語 afgeleid woord; verwante taal.
kuchi
zn. (1) [] mond m. (2) [言語] taal v. ; woord v. (3) [味感] smaak m. (4) [入] deur v.; ingang m. (5) [吸] mondstuk o. (6) [] opening v.; gat o. (7) [空位] vacature v.; vacante plaats v.; betrekking v. (8) [人數] aantal personen m. (9) [割前] aandeel o.; portie v.; (10) [部類] soort v.; artikel o.; merk o. ¶ 開く den mond opendoen. ¶ をきく spreken met. ¶ 出す zich mengen in; zich bemoeien met. ¶ がすべる zich verspreken. ¶ 惡い gemeene taal uitslaan. ¶ と腹とは違ふ niet meenen wat men zegt. ¶ 合ふ naar den smaak zijn. ¶ を探す een baantje zoeken. ¶ 此のは品切れになりました dit artikel is uitverkocht; deze soort hebben wij niet meer. ¶ にて mondeling.
shussho出所
zn. afkomst v.; herkomst v.; oorsprong m. ¶ 語の出所 afleiding van een woord. ¶ 報告の出所 bron van informatie.
hatsuon發音
(発音) zn. uitspraak v. ¶ 發音する uitspreken. ¶ どう發音するです hoe wordt dit woord uitgesproken?
ongen溫言
(温言) vriendelijke woorden o.mv.
ji

zn. letter v.; karakter o.; woord () o. ¶ うまい een schoonschrijver; iemand met een mooie hand. ¶ が讀めない ik kan niet lezen. ¶ 之は何と云ふですか hoe spreek je dit karakter uit?

ji

(辞) zn. woord o. ¶ 景色の美しさ表はすになし de schoonheid van het landschap gaat alle beschrijving te boven.

daijōfu大丈夫

zn. groot man m.; man van eer; man van zijn woord.

SUPPLEMENT (trefwoord)
ryakusu略す
t.w. afkorten. ¶ 最近、「地産地消」という言葉をよく耳にします。「地産地消」と は、「地元生産地元消費」を略した言葉で、「地元で生産されたも のを地元で消費する」という意味ですSaikin, ‘chisan chishō’ to yū kotoba wo yoku mimi ni shimasu. ‘chisan chishō’ to wa, ‘jimoto seisan jimoto shōhi’ wo ryakushita kotoba de, ‘jimoto de seisansareta mono wo jimoto de shōhisuru’ to yū imi desu. Recentelijk horen we vaak de uitdrukking ‘chisan chishō’. Dat is een afkorting van ‘jimoto seisan jimoto shōhi’ en heeft de betekenisplaatselijk geproduceerde producten plaatselijk consumeren’. (youtube)
fukuzatsu複雑
zn. (〜な, ~na) adj. complex; gecompliceerd; ingewikkeld; verwikkelingen in de omstandigheden, structuur of relaties van een zaak; door verwikkelingen niet eenvoudig uit de leggen of te begrijpen; moeilijk; niet oppervlakkig; bewerkelijk. ¶ 複雑炭水化物って何か知ってますか。 Fukuzatsu tansui kabutsu tte nani ka shittemasu ka. Weet je iets van complexe koolhydraten? (TTC) ¶ 女は仕事のことを尋ねられると、「私の仕事複雑なので一言では要約できません」と言った。 Kanojo wa shigoto no koto wo tazunerareru to, ‘Watashi no shighoto wa fukuzatsu na no de, hitokoto de wa yōyaku dekimasen’ to itta. Toen haar werd gevraagd naar haar werk zei ze ‘Aangezien mijn werk ingewikkeld is kan ik het niet in een enkel woord samenvatten’. (TTC) ¶ が事態を複雑にした。 Kare no uso ga jitai wo fukuzatsu ni shita. Zijn leugen maakte de zaak ingewikkeld. (TTC) ¶ 脳の構造は複雑だ。 Nō no kōzō wa fukuzatsu da. De structuur van het brein is complex. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <woord>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
kuchi (1) mond; muil; bek; [inform.] bakkes; (2) taal; spraak; woord; (3) smaak; smaakzin; (4) persoon ten laste; mond die gevoed moet worden; (5) openstaande betrekking; vacature; vacante plaats; (6) betrekking; dienstbetrekking; baan; job; aanstelling; (7) mondstuk (van een muziekinstrument); (8) kurk; stop (van een fles); (9) opening; gat; fuit; (10) 10. route; bergpad; riviermonding; estuarium; natuurlijke haven; (11) 11. deur; poort; ingang; uitgang; (12) 12. soort; artikel; merk; (13) 13. begin; (14) 14. gerucht; praatje; verhaal dat de ronde doet; (15) 15. aandeel; actie; effect; portie; (16) 16. opening van een zweer
ワード waado (1) woord; (2) [comp.] Word
go (1) a. spreken; vertellen; zeggen; (2) b. woord; verwoording; (3) c. uitspraak; gezegde; (4) d. vertelling; verhaal; monogatari; (5) e. Lúnyǔ; ; [maatwoord voor woorden]; ; (1) woord; (2) term; terminologie; (3) spraak; uiting; uitlating; (4) taal; ; taal van de …; -se taal [volgt op de naam van een land, volk, etc.]
言葉 kotoba (1) taal; spraak; (2) woord; term; uitdrukking met een specifieke betekenis; (3) zinsnede; deel van een volzin; (4) uitdrukking; (5) spreekwijze; manier van uitdrukken; uitdrukking; fraseologie; zinsbouw en woordgebruik van een spreker of schrijver; (6) dialect; streektaal; gewesttaal; patois; (7) uiteenzetting; verklaring; beschrijving; exposé; (8) uitspraak; uiting; uitlating; opmerking; (9) spreekwoord; proverbium; adagium; spreuk; kernspreuk
単語 tango woord; [verzameln.] woordenschat; vocabulaire; vocabularium
脱字 datsuji weggelaten teken; woord; weggevallen letter; karakter; weglating; uitlating; omissie
hanashi (1) het praten; praat; praatje; praats; opmerking; zeggen; woord; woordje; gesprokene; [w.g.] spraak; [w.g.] zegsel; (2) gesprek; conversatie; onderhoud; babbel; propoost; [i.h.b.] overleg; (3) onderwerp (van gesprek); propoost; topic; (4) verhaal; vertelling; relaas; historie; story; geschiedenis; vertelsel; verslag; [w.g.] verhaling; (5) geklets; gebabbel; [veroud.] gesnap; gerucht; praatje; smoesje; [Bar.] kabielesementje; roddel; on-dits; spraak; (6) geval; affaire; kwestie; zaak [gebruikt als keishiki meishi 形式名詞]
一口 hitokuchi (1) mondvol; mondjevol; mondje; hap; hapje; beet; beetje; brok; brokje; (2) slok; slokje; teug; teugje; gulp; gulpje; nip; nipje; (3) woord; woordje; [meton.] mondje; (4) belang; deelneming; participatie; (5) [寄付の] schijf; tranche
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.39 sec. jiten.nl: 13 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'woord', strategie: exact). 
2005-2019