日蘭辭典+

39 resultaten voor ‘zeggen’
日蘭辭典 (trefwoord)
iu言ふ、云ふ
(言う、云う) t.w. (1) [言ふ] zeggen. (2) [告げる] vertellen. (3) [話す] spreken. (4) [呼ぶ] noemen. ¶ 云ひ條 zelfs al neemt men aan, dat. ¶ 言へない ik kan niet zeggen of ...... ¶ 言ふ迄もなく het spreekt van zelf; uit den aard der zaak; onnoodig te zeggen dat ...... ¶ 言ふ所の zoogenaamd. ¶ 言ふに言はれない onuitsprekelijk; onbeschrijfelijk. ¶ 言ふもかなり men kan gerust zeggen, dat ..... ¶ 言ふと同時に實行する de daad bij het woord voegen. ¶ 法律から言へば wettelijk gesproken. ¶ 言ふ聞く luisteren naar iemands woorden; doen wat een ander zegt. ¶ 言はぬが花 het is het beste erover te zwijgen. ¶ それは蘭語と云ひますか hoe zeg je dat in het Hollandsch?; wat is dat in het Hollandsch? ¶ に少し言ひ度いがある ik heb je wat te vertellen. ¶ それ見な言はぬことか wel, heb ik het je niet gezegd; wel heb ik je nietgewaarschuwd? ¶ 大きく言ふ overdrijven. ¶ 暗に言ふ te verstaan geven. ¶ 物を言へなくなる verstomd staan; met stomheid geslagen zijn. ¶ を悪く言ふ kwaad van iemand spreken. ¶ あのはスミットと云ひます die meneer heet Smit. ¶ スミットと云ふ een meneer, genaamd Smit; een zekere (meneer) Smit. ¶ 彼は恩知らずだと云はれる men zegt, dat hij ondankbaar is; men verwijt hem ondankbaarheid. ¶ とは言ふものの hoe het ook zij.
arau洗ふ
(洗う) t.w. (1) [洗ふ] wasschen. ¶ 身體を洗ふ zich wasschen. ¶ 汚點を洗ひ落す vlekken uitwasschen. (2) [調査] nagaan; onderzoek doen. ¶ 足を洗ふ het leven der zonde vaarwel zeggen; op het rechte pad terugkeeren;
arawaniあらはに
(露わに、露に、あらわに) bw. (1) [明らさまに] ronduit; openhartig; zonder omwegen; zonder er doekjes om te winden. ¶ 明らさまに總てを云ひなさい je moet alles ronduit zeggen. (2) [公然と] openlijk; in het openbaar.
adakamo
(も) bw. (1) [丁度] juist; net. (2) [さながら] als of; gelijk; om zoo te zeggen. ¶ も好し juist bij tijds; op het nippertje;
aete敢て
(敢えて) bw. onvervaard; zonder aarzelen. ¶ 敢て云う onvervaard zeggen. ¶ 敢てする het wagen om......; zoo vrij zijn om......; durven.
arinomama有の儘
(有りのまま) zn. waarheid v. ¶ 有の儘を言ふ de waarheid zeggen; precies vertellen, hoe het is. ¶ 有の儘の onvervalscht; onopgesmukt. ¶ 有の儘に precies als het is; ronduit. ¶ 有の儘に言へば ronduit gezegd; om je de waarheid te zeggen. ¶ 有の儘の事實 de naakte waarheid;
assarishitaあっさりした
bn. net; eenvoudig; licht. ¶ あっさりした食事 eenvoudig eten; lichte maaltijd; burgerpot. ¶ あっさりした家 een net huisje. ¶ あっさりした繪 een eenvoudig schilderijtje. ¶ あっさりした een gedekte kleur; een niet opvallende kleur. ¶ あっさりと言ふ rondweg zeggen; ronduit zeggen.
hito
zn. (1) [人類] menschdom o. (2) [個] een man m.; persoon m. & v. (3) [世人] volk o. (4) [成] volwassene m. & v. (5) [他人] een ander m.; anderen m.mv. ¶ 伊藤と言ふ een zekere Ito. ¶ de ouden. ¶ 好き好き ieder zijn smaak. ¶ 惡い iemand met onaangenaam karakter. ¶ なる een man worden; volwassen zijn. ¶ と言ふだろう wat zal men er van zeggen? wat zullen de menschen er van zeggen? ¶ 中で in het publiek. ¶ がなくて困って居る wij hebben gebrek aan volk.
jitsu
() zn. (1) [眞實] waarheid v.; werkelijkheid v.; ware toestand m. (2) [誠意] oprechtheid v. (3) [割算] factor m.; getal dat gedeeld kan worden op. ¶ を明かす de waarheid aan het licht brengen. ¶ を盡す oprechtheid toonen; vriendelijkheid bewijzen. ¶ は inderaad; feitelijk. ¶ を言へば om de waarheid te zeggen; ronduit gezegd; openhartig gesproken. ¶ werkelijk; waar; feitelijk. ¶ inderdaad; zeer (甚だ).. ¶ らしい aannemelijk; plausibel.
yabo野暮
zn. lompheid; onbeschaafdheid. ¶ 野暮な lomp; onbeschaafd; boersch. ¶ 野暮な男 ongelikte beer. ¶ 野暮を言ふ onbenullige dingen zeggen.
nani
vnw. wat; eenig; tw. wat! hoe! ¶ を隠さう ronduit gezegd. ¶ を言っても wat men ook mag zeggen. ¶ はさて措き in de eerste plaats. ¶ が要るか wat wou je?; wat moet je? ¶ にせよ hoe het ook zij. ¶ なに、あの人が死んだって wat!; is hij dood?
mo
vw. & bw. (1) [も亦] ook. vw. (2) […も…も] zoowel als. (3) [も…もせぬ] noch. bw. (4) [とも] zelfs al ook; vw. indien. ¶ 孰れにても hoe het ook zij; of ... of niet. ¶ 英語蘭語もどっちも解る hij verstaat Engelsch zoowel als Hollandsch. ¶ もそこに居たのか ben jij er ook geweest? ¶ 昨日も今日もない gisteren noch vandaag. ¶ 降っても照っても of het regent of dat het mooi weer is ...... ¶ が降っても行きませう al regent het ook, ik ga toch. ¶ 早くも op zijn vlugst. ¶ 言ふも恐ろしいが hoewel het met spijt, het te moeten zeggen.
kataru語る
t.w. vertellen; zeggen; (義太夫などを) opzeggen; voordragen; reciteeren. ¶ 語り明かす den geheelen nacht door praten.
damaru默る

(黙る) i.w. zwijgen. ¶ 默って zwijgend; zonder iets te zeggen. ¶ 默って居て zonder iets te doen; zonder een hand uit te steken. ¶ 默れ zwijg!; hou je mond!; stilte! ¶ こんなをされては默って居れぬ ik kan dat niet op me laten zitten.

hanasu話す
i.w. (1) [談話] praten; spreken; babbelen; converseeren. t.w. (2) [告げる] vertellen; zeggen; verhalen. (3) [外國語を] spreken; kunnen spreken; kennen. ¶ にちと話したいある er is iets waarover ik u spreken wilde. ¶ 蘭語話す hollandsch spreken; hollandsch kennen.
dōzoどうぞ

bw. als het u belieft; wees zoo goed. ¶ どうぞ御出で下さい wees zoo goed nog eens terug te komen. ¶ どうぞ時間を知らせて下さい wilt u mij als het u belieft zeggen hoe laat het is?

nan to何と
tw. wat!; bw. hoe; hoezeer. ¶ 何と暑いことwat is het warm! ¶ 何とか het een of ander; dit of dat; zus of zoo. ¶ 何とも niets; volstrekt niets. ¶ 何とも言へぬ men kan er niets van zeggen; onbeschrijfelijk. ¶ 何とも思はぬ onbeduidend; er niets om geven; het kan mij niets schelen; ¶ 何となく eenigszins; eenigermate; op de een of andere wijze; onbestemd. ¶ 何となく氣味が惡い ik voel me, waarom weet ik niet, niet erg op mijn gemak. ¶ 何となれば want; omdat.
-na
bw. niet. ¶ そんなこと言ふな zeg zoo iets niet. ¶ 忘れるな vergeet het niet.
kagen過言
zn. overdrijving v.; opsnijderij v. ¶ と言ふも過言ではあるまい men mag gerust zeggen, dat.....
ketsubetsu訣別
(決別) zn. afscheid o. ¶ 訣別する afscheid nemen; vaarwel zeggen.
tasha多謝
zn. hartelijke dank m.; duizendmaal dank; dank u zeer. ¶ 多謝する hartelijk dank zeggen.
dasu出す

t.w. (1) [突出] uitstrekken; uitsteken. (2) [取出] uithalen; voor den dag halen. (3) [を] aanwenden; inspannen. (4) [發送] verzenden; sturen. (5) [發行] uitgeven. (6) [食事を] opdienen; serveeren. (7) [解雇] ontslaan. (8) [差出] inzenden. (9) [拂ふ] betalen. (10) [開業] beginnen. (11) [產出] voortbrengen. (12) [口に] zeggen. (13) [供給] aanschaffen. ¶ 出す bladeren krijgen. ¶ 質物を出す pand terughalen. ¶ 狂言をだす comedie opvoeren. ¶ 寄附出す bijdrage schenken. ¶ 國旗を出す nationale vlag uitsteken. ¶ 切符をを出しなさい verzoeke uw kaartjes te vertoonen. ¶ 降り出す beginnen te regenen. ¶ 泣き出す beginnen te huilen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
dare hitori誰一人
(frase) niemand; geen een/één (persoon); niet een/één (persoon) (in ontkennende zinnen). ¶ 彼らのことは誰一人知らない。 Karera no koto wa dare hitori shiranai. Ik ken niemand van ze. ¶ 誰一人、犯人を見ていない。 Dare hitori, hannin wo mite inai. Niemand heeft de misdadiger gezien. (yasamv) ¶ 誰一人僕の言うことに耳を貸そうとしなかったんだ。 Dare hitori boku no iu koto ni mimi wo kasō to shinakattan da. Er was niemand die wou luisteren naar wat ik te zeggen had. ¶ その仕事のお手伝いが出来る人はここには誰一人いません。 Sono shigoto no o-tetsudai ga dekiru hito wa koko ni wa dare hitori imasen. Er is hier niemand die je kan helpen met het werk. (TTC)
ate ni naranai当てにならない
(frase) niet kunnen vertrouwen [rekenen, hopen] op. ¶ 天気予報はまったく当てにならない。 Tenki yohō wa mattaku ate ni naranai. Je kunt totaal niet vertrouwen op het weerbericht. ¶ 人の噂って当てにならないからな。 Hito no uwasa tte ate ni naranai kara da. Omdat je niet kunt vertrouwen op van horen zeggen. ¶ あんな悲観的な経済学者たちの言うことなんか、全然当てにならないよ。 Anna hikanteki na keizaigakushatachi no iu koto nan ka, zenzen ate ni naranai yo. Je kunt totaal niet vertrouwen op wat die pessimistische economen zoal zeggen. (TTC) ¶ Wikipedia は当てにならない Wikipedia wa ate ni naranai Je kunt niet vertrouwen op Wikipedia; Wikipedia is onbetrouwbaar (tweet) ¶ ツイッタラーのいうことは当てにならない Tsuittarā no iu koto wa ate ni naranai Je kunt niet vertrouwen op wat twitteraars zeggen (tweet) ¶ この国では電車の時刻表は当てにならない。電車は時間通りには来ない。 Kono kuni de wa densha no jikokuhyōwa ate ni naranai. Densha wa kikandōri ni wa konai. De dienstregeling in dit land is onbetrouwbaar. De trein rijden niet op tijd. (yasamv)
hallo, hoi, hee

(tussenwerpsel) [algemene groet bij ontmoeten, goedendag] konnichi wa こんにちは [今日は] (zelden in een wij-groep en niet tegen superieuren (Miura; BEJD). NB In snelle spraak kan konnichi wa samengetrokken worden tot konchiwa)); [goeiemorgen] o-hayō おはよう (informeel); [goedemorgen] o-hayō gozaimasu おはようございます (beleefd, geschikt om tegen superieuren te zeggen); [hee, hoi] yaa やあ (informeel); oo おぉ〜 (informeel); [goedenavond] konban wa 今晩は (zelden in een wij-groep (BEJD)); [iemand aanspreken, ergens binnenkomen] sumimasen すみません (algemeen beleefd, lett. ‘neemt u me niet kwalijk’; wordt vaak afgekort tot suimasen すいません); shitsurei-shimasu 失礼します (zeer beleefd, lett. ‘neemt u me niet kwalijk’); [bij betreden huis] o-jama-shhimasu お邪魔します (lett. ‘excuus voor de overlast’); [begroeting naar collega’s of werkenden] o-tsukare-sama desu お疲れさまです (beleefd (NB De respons op o-tsukare-sama desu kan onder werkenden de identieke frase zijn, maar als respons is de radicale afkorting desu! niet ongewoon)); [aan de telefoon] moshimoshi もしもし [bij thuiskomst] tadaima ただいま [只今]! (lett. ‘precies nu’); [aandacht trekken] **oi!**おい! (informeel); ooi! おおい (idem).

¶ Hee! [Hallo!] Dat we elkaar hier tegenkomen! Yaa, konna tokoro de au to wa ne. やあ、こんな所で会うとはね。 ¶ Hallo? Spreek ik met meneer [mevrouw] Ogawa? Moshimoshi. Ogawa-san desu ka. もしもし。小川さんですか。 ¶ ‘Daar ben ik weer!’ ‘Hee, hoe was je dag?’ ‘Tadaimaa!’ ‘O-kaeri nasai’ 「ただいまー」「お帰りなさい」 ¶ Hallo? Is daar iemand? Gomen kudasai! ご免ください! ¶ Hee! Het eten is klaar hoor! Oi, meshi da zo? おい、飯だぞ? (TTC)

NB Zoals al uit de opmerkingen tussen de haken blijkt is er geen direct equivalent voor ‘hallo’, ‘hoi’ etc. in het Japans. Tevens is de keuze van een uidrukking afhankelijk van context. In de ochtend kun je voor eigenlijk al je bekenden in ieder geval o-hayō gozaimasu おはようございます gebruiken. Op je werk kun je de hele dag o-tsukare-sama desu お疲れさまです als eerste groet gebruiken (denk aan iets als ‘werk ze!’). Andere werkenden kun je ook begroeten met o-tsukare-sama desu お疲れさまです of als ze je een dienst bewijzen go-kurō-sama ご苦労さま , of go-kurō-san ご苦労さん . In de ochtend thuis of onder vrienden is kort ‘môgge!’, o-hayō おはよう prima. Als je vrienden begroet kun je wegkomen met iets als oo おぉ〜 ung of うん. Voor iedereen die niet in een wij-groep van je zit kun je het algemene konnichi wa こんにちは gebruiken. Beleefder is (bij het aanspreken van iemand) sumimasen すみません of shitsurei-shimasu 失礼します. Bij het betreden van iemands huis kun je o-jama-shimasu お邪魔します zeggen.

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Minami Hiroshi╱De psychologie van Japanners 〈61:1-2〉南博『日本人の心理』
不幸境遇について、一ばん手っとり早い「悟り」は、もいわずに我慢していることである。踏んだり蹴ったりの目にあっても、堪忍するのである。

De snelste manier om verlichting te bereiken is om in een onfortuinlijke situatie, zonder iets te zeggen, vol te houden. Ook al krijg je de ene klap na de andere, volhouden.


WACHTKAMER (deze lemma’s zijn nieuw of bevatten wijzigingen)
nanori名乘

(名乗り) zn. naam m. ¶ 名乘る zijn naam zeggen; zichzelf voorstellen; zijn naam opgeven; zeggen, hoe men heet.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zeggen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
申す mousu (1) zeggen; heten; noemen; meedelen; kond doen van; (2) doen; verrichten; [politiek] bedrijven; (3) verzoeken; vragen (om)
申し上げる moushiageru (1) zeggen; verklaren; meedelen; betuigen; betonen; (2) doen; verrichten; [uitleg] geven; [een dienst] bewijzen
宣ふ notamafu (1) [hon. variant van 言う, 告げる] zeggen; melden; vertellen; (2) mondeling doorgeven; overbrengen; mededelen
述べる noberu verklaren; vermelden; noemen; zeggen; uiten; geven; uiteenzetten; stellen; [z'n gedachten enz.] uitdrukken; [z'n medeleven enz.] betuigen; onder woorden brengen; aangeven; verslag uitbrengen; melden; uitspreken; [de waarheid enz.] spreken; vertellen; [omstandig, in het kort enz.] verhalen; gewagen
吐かす nukasu [pej.] zeggen; beweren; [bep. woorden] laten vallen
言う iu (1) zeggen; (2) vertellen; mededelen; (3) spreken; praten; (4) heten
go (1) a. spreken; vertellen; zeggen; (2) b. woord; verwoording; (3) c. uitspraak; gezegde; (4) d. vertelling; verhaal; monogatari; (5) e. Lúnyǔ; ; [maatwoord voor woorden]; ; (1) woord; (2) term; terminologie; (3) spraak; uiting; uitlating; (4) taal; ; taal van de …; -se taal [volgt op de naam van een land, volk, etc.]
囁く sasayaku (1) fluisteren; zacht; met gedempte stem spreken; [niet alg.] wispelen; (2) fluisteren; bedekt(elijk) zeggen; praatjes; geruchten doen rondgaan; roddelen
吐く haku (1) spuwen; [spreekt.] spugen; opgeven; opspuwen; ophoesten; uitkotsen; (2) braken; overgeven; opgeven; [inform.] kotsen; vomeren; [uitdr., volkst.] over zijn nek gaan; [uitdr., volkst.] rendez-vous houden; spelen; [uitdr.] aan Neptunus offeren; (3) uiten; zeggen; uiting geven aan; luchten; slaken; uitdrukken; laten zien; uitspreken; [fig.] spuien; (4) uitstoten; uitwerpen; uitbraken; uitspuwen; [rook enz.] uitademen; [spreekt.] uitspugen; afgeven; afscheiden; van zich doen uitgaan; (5) [泥を] bekennen; opbiechten; toegeven; doorslaan; [Barg.] kotsen; [Barg.] poekelen; [Barg., uitdr.] poep van zeike gaan
hanashi (1) het praten; praat; praatje; praats; opmerking; zeggen; woord; woordje; gesprokene; [w.g.] spraak; [w.g.] zegsel; (2) gesprek; conversatie; onderhoud; babbel; propoost; [i.h.b.] overleg; (3) onderwerp (van gesprek); propoost; topic; (4) verhaal; vertelling; relaas; historie; story; geschiedenis; vertelsel; verslag; [w.g.] verhaling; (5) geklets; gebabbel; [veroud.] gesnap; gerucht; praatje; smoesje; [Bar.] kabielesementje; roddel; on-dits; spraak; (6) geval; affaire; kwestie; zaak [gebruikt als keishiki meishi 形式名詞]
話す hanasu (1) spreken; praten; vertellen; zeggen; verhalen; relateren; snakken; snappen; [oneig.] melden; [Barg.] dibberen; (2) bepraten; zich onderhouden (met); spreken (met); een gesprek voeren; converseren; [Barg.] bedibberen; (3) [een taal] spreken
仰る ossharu (1) zeggen; (2) vertellen; mededelen; (3) spreken; praten; (4) heten; noemen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 27 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'zeggen', strategie: exact). 
2005-2019