日蘭辭典+

51 resultaten voor ‘zeker’
日蘭辭典 (trefwoord)
aru
(或る) sommig; zeker. ¶ 或程度迄 tot op zekere hoogte. ¶ 或日 op zekeren dag. ¶ 或人 sommige menschen; sommigen; iemand; zeker iemand.
tekkiriてっきり
bw. stellig; zeker.
sazo
(さぞ) bw. (1) [大に] zeer; hoe zeer. (2) [定めし] inderdaad; stellig. ¶ 嘸 …… でせう ongetwijfeld; zeker; naar ik vertrouw. ¶ 嘸御喜びでせう wat zul je blij zijn.
daijōbu大丈夫

(1) [安全] veiligheid v. (2) [確實] zekerheid v. ¶ 大丈夫veilig; zeker; betrouwbaar. ¶ 大丈夫です maak u niet ongerust; ge kunt erop rekenen.

SUPPLEMENT (trefwoord)
tekkiriてっきり
bw. (spreektaal) een stellige verwachting; gebruikt wanneer een aanname tegen verwachting in niet uitkomt (gewoonlijk in een zin met vormen van ‘ik dacht’ als 思ってた of 思いこんでた). ¶ てっきり日本語が話せると思ってた。 Tekkiri, kare wa nihongo ga hanaseru to omotte ta. Ik dacht dat hij Japans kon. ¶ てっきり今日彼女誕生日だと思ってた。 Kyō ga kanojo no tanjōbi da to omotte ta. Ik zou zweren dat het haar verjaardag was vandaag. ¶ てっきりあなた我々といっしょに来られるものと思っていました。 Tekkiri anata ga wareware to issho ni korareru mono to omotte imashita. Ik had aangenomen dat je met ons mee zou komen. (TTC) (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zeker>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いいともiitomo goed zo; geen probleem; oké; zeker; in orde; doen we
きっとkitto vast; vast wel; zeker; zonder twijfel; zonder fout
そうですsoudesu ja; dat klopt; dat is zo; zeker; precies; inderdaad
ちゃんとchanto (1) netjes; fatsoenlijk; keurig; zoals het hoort; goed; prompt; wel; degelijk; fatsoenlijk; terdege; deugdelijk; behoorlijk [vaak door shita した gevolgd]; (2) zeker; precies; exact; perfect
てっきりtekkiri zeker; beslist; stellig; zonder twijfel; ongetwijfeld; sine dubio; gewis; [arch.] gewisselijk
ともtomo (1) […~] [drukt i.c.m. een hypothese een toegeving; ongebondenheid uit] al; ook al; hoe … ook; (2) […~] [drukt i.c.m. een feitelijkheid een toegeving; ongebondenheid uit] al; ook al; (3) […~] [drukt een hoeveelheid; maat of limiet uit]; (4) […~] [duidt nadrukkelijke instemming aan] natuurlijk; zeker; tuurlijk; uiteraard
どうぞdouzo (1) gelieve; alstublieft; asjeblief; toe; wees zo goed; mag ik (u) vragen; graag; (2) ga je gang; zeker; welzeker; begin maar; ga voort; [radiotechn.] over
はっきりhakkiri (1) duidelijk; klaar; goed (waarneembaar); helder; scherp (begrensd); geprononceerd; uitgesproken; niet mis te verstaan; ondubbelzinnig; vastomlijnd; scherpomlijnd; welomschreven; welomlijnd; levendig [bv. zich ~ herinneren]; exact; zeker; (2) opgewekt [van gemoed; geestesgesteldheid]; helder [van weersgesteldheid]; bestendig; (3) ronduit; oprecht; eerlijk; openhartig; open; rechtuit; rechtdoorzee; onomwonden; onverbloemd; ruiterlijk
はっきりしたhakkirishita (1) klaar; duidelijk; helder; goed waarneembaar; scherp; expliciet; afgetekend; welomlijnd; welomschreven; (2) zeker; exact; uitgesproken; ondubbelzinnig
はっきりするhakkirisuru (1) duidelijk; klaar; goed (waarneembaar); helder; scherp (begrensd); geprononceerd; uitgesproken; niet mis te verstaan; ondubbelzinnig; vastomlijnd; scherpomlijnd; welomschreven; welomlijnd; levendig [bv. zich ~ herinneren]; exact; zeker; (2) opklaren; helderder worden; verbeteren [ook m.b.t. ziekte]
一定のitteino (1) onveranderlijk; vast; zeker; bepaald; voorgeschreven; gevestigd; gezet; regelmatig; standvastig; (2) gelijkvormig; uniform
一定ichijou (1) zekerheid; gewisheid; (2) met zekerheid; zeker; waarlijk; voorwaar; wis en waarachtig; vast
一定ittei (1) onveranderlijkheid; (2) gelijkvormigheid; uniformiteit; eenvormigheid; (3) onveranderlijk; vast; zeker; bepaald; voorgeschreven; gevestigd; gezet; regelmatig; standvastig; (4) gelijkvormig; uniform
世にもyonimo (1) enorm; bijzonder; buitengewoon; uitermate; (2) [~…ない] zeker; beslist
争われないarasowarenai onbetwistbaar; onweerlegbaar; onbestrijdbaar; onaanvechtbaar; incontestabel; onomstotelijk; onloochenbaar; onmiskenbaar; ontegenzeglijk; [~証拠] doorslaand; stellig; zeker
争われぬarasowarenu onbetwistbaar; onweerlegbaar; onbestrijdbaar; onaanvechtbaar; incontestabel; onomstotelijk; onloochenbaar; onmiskenbaar; ontegenzeglijk; [~証拠] doorslaand; stellig; zeker
争われんarasowaren onbetwistbaar; onweerlegbaar; onbestrijdbaar; onaanvechtbaar; incontestabel; onomstotelijk; onloochenbaar; onmiskenbaar; ontegenzeglijk; [~証拠] doorslaand; stellig; zeker
先ずmazu (1) eerst; om te beginnen; ten eerste; in de eerste plaats; op de eerste plaats; primo; allereerst; voor alles; bovenal; vooral; (2) alvast; vast; in ieder geval; (3) zeker; vast; gewis; haast; praktisch; nagenoeg; vrijwel; welhaast; alles samengenomen
八幡hachiman (1) de god Hachiman; (2) Hachiman-heiligdom; (3) Hachiman; (4) [~ない] vast; zeker; beslist; gegarandeerd; ongetwijfeld; zonder twijfel; (5) echt; werkelijk; waarlijk; (6) alstublieft; toe
危なげないabunagenai zeker; vast; veilig; gewis; zonder gevaar; onbedreigd; gerust
危なげなくabunagenaku gevaarloos; zonder gevaar; veilig; zeker; gerust; gewis
sazo (1) vast; zeker; ongetwijfeld; zonder twijfel; gegarandeerd; beslist; stellig; naar men mag aannemen; (2) hoe!; wat!
大丈夫daijoubu (1) veilig; buiten gevaar; zonder risico; betrouwbaar; zeker; in veiligheid; ongedeerd; alles kits; in orde; okay; met ~ gaat alles goed; (2) geen nood; maak je geen zorgen; niks aan de hand; reken er maar op; wees er maar zeker van; (wees maar) gerust; wees maar niet bezorgd; er kan niets (mee) gebeuren; wees daar niet ongerust over; trek je er niets van aan; [inform.] dat zit wel goed
大丈夫なdaijoubuna (1) veilig; beveiligd; zeker; (2) stevig; secuur; betrouwbaar; onfeilbaar
安全anzen (1) veiligheid; zekerheid; (2) veilig; zeker; gevrijwaard; behouden; beschut; beveiligd; buiten gevaar
定かsadaka (1) duidelijk; precies; (2) zeker; bepaald
当てになるateninaru betrouwbaar; geloofwaardig; fideel; vertrouwd; geaccrediteerd; degelijk; solide; authentiek; deugdelijk; zeker; gewis; stellig
必ずkanarazu (1) zeker; wat er ook gebeurt; (2) altijd; gewoonlijk
必定hitsujou (1) [boeddh.] avaivartika [= stadium van waaruit geen terugval tot de reïncarnatie-cyclus is]; (2) zeker; gewis; gegarandeerd; (3) vast; zeker; stellig; beslist; ongetwijfeld; zonder enige twijfel; gegarandeerd; onvermijdelijk; noodzakelijkerwijze
必然hitsuzen onvermijdelijk; onontkoombaar; onafwendbaar; onontwijkbaar; onvoorkoombaar; zeker; gewis; stellig; noodwendig; noodzakelijk
必然的hitsuzenteki onvermijdelijk; onontkoombaar; onafwendbaar; onontwijkbaar; onvoorkoombaar; zeker; gewis; stellig; noodwendig; noodzakelijk
必然的にhitsuzentekini noodzakelijk; noodzakelijkerwijs; noodzakelijkerwijze; per se; per definitie; noodwendig; natuurlijkerwijs; natuurlijkerwijze; uit de aard der zaak; onvermijdelijk; onontkoombaar; onvoorkoombaar; onontwijkbaar; onafwendbaar; zeker; gewis; stellig
是非zehi (1) goed en [of] kwaad; het juiste of het verkeerde; juistheid; geschiktheid; gepastheid; het voor en het tegen; de voor- en nadelen; de deugden en gebreken; de argumenten voor en tegen; de baten en lasten; plussen en minnen; (2) op de een of andere wijze; manier; hoe dan ook; in elk geval; in allen gevalle; enigerwijs; zeker; vooral; welzeker; echt; absoluut; werkelijk; stellig; bepaald; wel degelijk; heus; zonder mankeren; wis en zeker; in elk geval; op eerlijke of oneerlijke wijze; per se; alleszins; koste wat het kost; tot elke prijs; ten koste van alles; coûte que coûte; parforce; noodzakelijkerwijs; het moet en het zal
是非とも ; 是非共zehitomo zeker; vooral; welzeker; per se; absoluut; echt; beslist; stellig; bepaald; wel degelijk; zonder mankeren; wis en zeker; met alle geweld; koste wat het kost; tot elke prijs; coûte que coûte; wat er ook gebeure; ten koste van alles; parforce
正しく masashiku zeker; met zekerheid; ongetwijfeld; beslist; stellig; gegarandeerd; zonder meer; onbetwijfelbaar
正に; 当に; 応に; 方に; 将にmasani (1) precies; juist; exact; net; (2) zeker; waarachtig; heus; echt; waarlijk; inderdaad; voorzeker; voorwaar; regelrecht; (3) net nu; op de kop af; thans; op het punt [staan te]; op de rand [staan van]; (4) in goede orde; naar behoren; behoorlijk
然りshikari (1) zo zijn; (2) dat klopt; dat is juist; jazeker; zeker; ja; inderdaad; juist; precies; absoluut
疑いなくutagainaku ongetwijfeld; zonder twijfel; zonder enige twijfel; gegarandeerd; zeker; stellig; buiten kijf; naar alle waarschijnlijkheid; zeer waarschijnlijk; met zekerheid; sine dubio; s.d.
疑いのないutagainonai ontwijfelbaar; onbetwist; onbetwistbaar; onbetwijfelbaar; niet aan twijfel onderhevig; boven alle twijfel verheven; onomstotelijk; zeker; onaanvechtbaar; onweerlegbaar; onloochenbaar
確か ; 慥かtashika (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [i.c.m. 頭; 気 e.d.] gezond; o.k.; degelijk; wel; in orde; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig; (5) zeker; beslist; vast (en zeker); stellig; natuurlijk; inderdaad; toegegeven; ongetwijfeld; met zekerheid; zonder twijfel; naar alle waarschijnlijkheid; gegarandeerd; voorwaar; welzeker; zonder mankeren; [form.] voorzeker; weliswaar; (6) als ik (het) me goed herinner; als ik het wel heb; ik geloof; meen; denk; ik maak me sterk
確かな; 慥かなtashikana (1) zeker; vaststaand; positief; afdoend; gewis; verzekerd; onomstotelijk; onweerlegbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; onmiskenbaar; onbetwistbaar; pertinent; (2) betrouwbaar; te vertrouwen; geaccrediteerd; gewaarborgd; solide; gedegen; authentiek; onfeilbaar; nimmer falend; feilloos; (3) [m.b.t. 頭; 気] gezond; degelijk; (4) exact; precies; juist; nauwkeurig
確固kakko zeker; vast; stevig; hecht; onwankelbaar; resoluut; onwrikbaar; standvastig; [veroud.] standvast
確実kakujitsu (1) zekerheid; betrouwbaarheid; (2) zeker; veilig; betrouwbaar; (3) natuurlijk
確実にkakujitsuni zeker; stellig; vast; vast en zeker; beslist; met zekerheid; voorzeker; ongetwijfeld
自らonozukara (1) vanzelf; automatisch; uit zichzelf; uit eigen beweging; proprio motu; (2) van nature; natuurlijk; vanzelfsprekend; (3) een enkele keer; (4) voor je het weet; zonder er erg in te hebben; ineens; eensklaps; (5) toevallig; toevalligerwijs; zoals het nu eenmaal gaat; (6) mogelijkerwijs; mogelijk; misschien; wellicht; (7) zeker; stellig; gegarandeerd
違いないchigainai er is geen twijfel aan dat ~; beslist; stellig; zeker; ongetwijfeld; niet te miskennen; onmiskenbaar; buiten kijf; zonder (enige) twijfel; zonder meer; niet aan twijfel onderhevig; ervan overtuigd dat; er absoluut zeker van dat; het staat vast; dat; het lijdt geen twijfel; dat
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.52 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 46 treffers (zoekopdracht: 'zeker', strategie: exact). 
2005-2022