日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘zenden’
日蘭辭典 (trefwoord)
yaruやる
(遣る; やる) t.w. (1) [與へる] geven; schenken. (2) [爲す] doen; verrichten. (3) [送る] zenden. ¶ 旨く遣る goed doen; netjes doen. ¶ 手紙を遣る brief sturen. ¶ 祝儀を遣る fooi geven. ¶ 醫者をやる dokters praktijk uitoefenen. ¶ やつて見る probeeren. ¶ 日本語をやる Japansch studeeren. ¶ 酒をやる van drank houden; drinken.
shisha使者
zn. afgezant m.; boodschapper m. ¶ 使者に遣はす iemand met een boodschap zenden.
kakeruかける
(掛ける, 懸ける) (1) [吊す] ophangen; hangen. (2) [計量する] wegen. (3) [かけ渡す] bouwen; leggen; slaan. (4) [果す] opleggen; heffen. (5) [心配を] veroorzaken; bezorgen. (6) [, 時間を] besteden. (7) [錠を] sluiten. (8) [乘ずる] vermenigvuldigen. (9) [注ぎかける] besprenkelen. i.w. (10) [腰を] gaan zitten. t.w. (11) [を放す] in brand steken. (12) [掛を] afbetalen. (13) [交尾さす] laten paren. (14) [著せる] aankleeden; bekleeden met. (15) [上へ廣げる] overdekken met; overspreiden. (16) [鑑定に] onderwerpen aan. ¶ 電話線をかける telefoon aanleggen. ¶ 刷毛をかける afborstelen. ¶ かける vier met drie vermenigvuldigen. ¶ 電報をかける telegram zenden; telegrafeeren. ¶ 電話を掛ける telefoneeren; opbellen. ¶ 醫者かける dokter consulteeren. ¶ 氣に掛ける ter harte nemen. ¶ 問を掛ける vraag richten tot. ¶ 思を掛ける verliefd worden op. ¶ 讀み掛ける beginnen te lezen. ¶ に掛ける op het vuur zetten.
kikō寄稿
zn. bijdrage v.; inzending v. ¶ 寄稿する bijdragen; zenden; medewerken. ¶ 寄稿家 medewerker.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zenden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
遣わす tsukawasu zenden; sturen; uitzenden; uitsturen
向ける mukeru (1) wenden (naar); richten; keren (naar); toewenden; aanleggen; (2) op het oog hebben; doelen op; streven naar; (3) (op pad) sturen; [een boodschapper enz.] zenden; afzenden; afsturen (op); (4) [middelen] aanwenden; [tijd] wijden aan; toewijzen; bestemmen
放送する housousuru uitzenden; zenden; uitstralen; omroepen; [fig.] wijd en zijd bekendmaken; rondbazuinen; aan de grote klok hangen
知らせる shiraseru doen; laten weten; bekendmaken; boodschappen; waarschuwen; aankondigen; notificeren; notifiëren; inlichten; informeren; onderrichten (van); berichten; melden; aanmelden; mededelen; vertellen; op de hoogte stellen (van); kenbaar maken; te kennen geven; [Belg.N.] verwittigen; in kennis stellen (van); ter kennis brengen (van); kennis geven (van); bericht geven; sturen; zenden; [lit.t.] kondschappen; [veroud., lit.t.] konden; [arch.] kond doen; maken; aangifte doen (van); aangeven; verwittigen (over); rapporteren; aanzeggen; aanzegging; aanzeg doen
仕向ける shimukeru (1) aansporen; aanmoedigen; aandringen; aanzetten; ertoe bewegen; brengen; leiden; nopen; dwingen; (2) sturen; zenden; verzenden; versturen; (3) behandelen; bejegenen
届ける todokeru (1) zenden; sturen; overbrengen; bezorgen; brengen; bestellen; leveren; afleveren; opsturen; (2) aangeven; ter kennis brengen van; kennis geven van; melden; notificeren; notifiëren; aangifte doen van; bericht geven van; berichten; bekendmaken; rapporteren; aanbrengen; [een adreswijziging enz.] opgeven; [iems. overlijden enz.] aanzeggen; aanzegging doen van
賜う tamau [humiliatieve variant van もらう] ontvangen; krijgen; [i.h.b.] te eten; drinken krijgen; nuttigen; ; (1) […~] [benadrukt de welwillendheid van het onderwerp (de schenker)]; (2) […~] [betoont eer aan het onderwerp]; (3) […(さ)せ~] [drukt buitengewoon respect uit]; (4) […~] [formuleert aan standgenoten of ondergeschikten een discreet bevel]; (5) 10. [聞き; 見~] [drukt het ontvangen van een gunst of toelating uit] mogen; (6) 11. [思い; 聞き; 見~] [drukt nederigheid uit t.o.v. de toegesprokene]; ; (1) [honoratieve variant van ataeru en kureru] zich verwaardigen te geven; schenken; verlenen; toestaan; toekennen; uitreiken; vereren met; (2) [honoratieve variant van yokosu] sturen; zenden; (3) [zelfverheerlijkende variant van ataeru] ± zo goed zijn te geven; (4) […たまえ] [drukt een bevel; uitnodiging uit]
出す dasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew., お酒を] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [トランプの札を] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を] uithangen; (3) uiten; slaken; [音; サインを] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [ガスを] uitstoten; emitteren; [熱を] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を] uitzetten; [列車を] inleggen; (10) 10. betalen; opbrengen; (11) 11. veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [スピードを] halen; opdrijven; (12) 12. [店; 支店を] openen; beginnen; ; (1) 13. […~] naar buiten …; uit-; (2) 14. […~] beginnen te …; het op een … zetten
奉る tatematsuru (1) laten aanbieden; doen geven; (2) sturen; afvaardigen; zenden; ; (1) [hum.] aanbieden; schenken; offreren; offeren; presenteren; verschaffen; [w.g.] reiken; (2) [scherts.] geven; opgeven; (3) pro forma benoemen; eershalve aanstellen; (4) [hon.] nuttigen; gebruiken; eten; drinken; nemen; innemen; (5) [hon.] aantrekken; omdoen; (6) [hon.] instappen; instijgen; ; […~] [hum. hulpwerkwoord]
差し向ける sashimukeru (1) sturen; zenden; uitsturen; doorsturen; uitzenden; laten overkomen; (2) richten; wenden (naar)
差し出す sashidasu (1) uitsteken; uitstrekken; [w.g.] uitreiken; (2) aanbieden; aanreiken; voorleggen; indienen; (3) sturen; zenden; doen toekomen; [form.] doen geworden
差し入れる sashiireru (1) insteken; inbrengen; tussenvoegen; (2) [刑務所へ] zenden; inzenden; insturen; opsturen; sturen; (3) [ter erkenning van bewezen diensten; ten geschenke] bezorgen; laten afleveren
寄越す; 遣す yokosu (1) sturen; zenden; afzenden; oversturen; overzenden; toesturen; toezenden; doen toekomen; overbrengen; overhandigen; geven; overgeven; (2) [aangehecht aan de ren'yōkei + て]
派遣する hakensuru wegsturen; sturen; uitzenden; uitsturen; afzenden; zenden
送る okuru (1) zenden; sturen; opsturen; verzenden; versturen; (2) uitgeleide doen; uitleiden; wegbrengen; naar buiten leiden; uitlaten; (3) begeleiden; vergezellen; escorteren; onder bewaking zenden; [i.h.b.] chaperonneren; (4) [月日を] besteden; spenderen; [生活を] leiden; doorbrengen; (5) [送り仮名を] okurigana toevoegen
送り出す okuridasu (1) uitsturen; sturen; zenden; wegsturen; wegzenden; laten uitrukken; (2) versturen; verzenden; opsturen; (3) [sumō-jargon] stotend in de rug de ring uit werken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.63 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'zenden', strategie: exact). 
2005-2019