日蘭辭典+

37 resultaten voor ‘zich’
日蘭辭典 (trefwoord)
amanzuru甘んずる
i.w. genoegen nemen met; zich tevreden stellen met.
anjiru案じる
t.w. (1) [考へる] denken over; overdenken; nadenken over. (2) [工夫する] t.w. uitdenken; bedenken; verzinnen. (3) [心配する] ongerust zijn over; zich bezorgd maken over. ¶ 案じ煩ふ doodelijk ongerust zijn.
aogu仰ぐ
i.w. (1) [上を向く] opzien naar; zich wenden tot. (2) [敬ふ] opzien tot; eerbied hebben voor; hoogachten. (3) [賴る] vertrouwen op; zich verlaten op.
arau洗ふ
(洗う) t.w. (1) [洗ふ] wasschen. ¶ 身體を洗ふ zich wasschen. ¶ 汚點を洗ひ落す vlekken uitwasschen. (2) [調査] nagaan; onderzoek doen. ¶ 足を洗ふ het leven der zonde vaarwel zeggen; op het rechte pad terugkeeren;
ada
zn. (1) [敵] vijand m. (2) [復讐] wraak v. (3) [怨み] vijandschap v.; wrok m.; haat m. ¶ 不倶戴天の doodsvijand. ¶ を返す zich wreken. ¶ 恩をで返す goed met kwaad vergelden.
arigane有金
(有り金) zn. het geld, dat er is; het geld, dat men bij zich heeft; het geld, waarover men beschikken kan; het aanwezige geld.
ashizamani惡樣に
(悪し様に) bw. ongunstig; afbrekend. ¶ 人に惡樣に言ふ zich ongunstig uitlaten over iemand; iemand afbreken;
atama
zn. (1) [頭] hoofd o.; kop m. (2) [頭腦] hersens m. (3) [頭初] begin o. (4) [首領] hoofd o.; aanvoerder m. ¶ 頭の天邊から足の爪迄 van top teen. ¶ 頭をはねる commissie nemen op loon, dat men uitbetaalt. ¶ 頭を痛める zich het hoofd breken; zich ongerust maken. ¶ 頭を刈って貰ふ zijn haar laten knippen. ¶ 頭を上げる het hoofd buigen. ¶ 頭がある verstandig. ¶ 頭なき onverstandig; dom; zinneloos.
atatamaru溫まる
(温まる・暖まる) t.w. zich warmen; warm worden.
atsumari
(集まり) zn. (1) [集合] samenkomen; bijeenkomen. (2) [凝結] samenpakken; zich verbinden. (3) [會議] vergaderen. (4) [集中] zich concentreeren.
au逢ふ
(逢う、会う、遇う、遭う) i.w. (1) [出合] ontmoeten. (2) [邂逅] tegenkomen. (3) [面會] zich onderhouden met. (4) [經驗に] ondergaan; ondervinden; ervaren; lijden. ¶ 酷い目に遭う slecht behandeld worden; leed ondervinden. ¶ 難船に遭う schipbreuk lijden. ¶ 逢ひに行く tegemoet gaan; bezoeken. ¶ 二つの川が此處で會う twee rivieren komen hier samen. ¶ 彼に遭ったことがない ik heb hem nog nooit ontmoet.
ji-suru辭する
i.w. (1) [辭任] ontslag nemen. t.w. (2) [辭退] weigeren; i.w. zich verschoonen. i.w. (3) [暇乞] afscheid nemen.
jitabataじたばた
bw. tegenstribbelend. ¶ じたばたする zich verzetten.
jiten自轉
(自転) zn. omwenteling v. ¶ 自轉する zich wentelen; omwentelen. ¶ 自轉車 fiets; rijwiel. ¶ 自轉車乘 fietser; wielrijder. ¶ 自轉車競走 wielerwedstrijd. ¶ 自轉車に乘る wiel rijden; fietsen. ¶ 自轉車で行く per fiets gaan; op de fiets gaan.
jitoku自得
zn. zelfvoldoening v.; zelfingenomenheid v.; zelfgenoegzaamheid v. ¶ 自得する tevreden zijn; zich eigen maken.
aihansuru相反する
i.w. zich verzetten tegen; opponeeren tegen. ¶ 相反せる tegengesteld.
akirameru諦る
(諦める) i.w. berusten in; genoegen nemen met; zich neerleggen bij; (放棄) hoop opgeven; hoop laten varen.
eiyo榮譽
(栄誉) zn. roem m.; eer v. ¶ 榮譽とする zich vereerd gevoelen; het een eer achten.
yakusoku約束
zn. belofte v.; overeenkomst v.; verbintenis v.; voorwaarde (條件) v. ¶ 約束の時間 het overeengekomen uur. ¶ 約束を守る belofte houden; woord houden. ¶ 約束を守る人 man van zijn woord. ¶ 約束する beloven; overeenkomen; zich verbinden; afspreken. ¶ 約束手形 promesse.
yakuwan suru扼腕する
i.w. tandknarsen; zich verbijten van woede.
yarikuri遣繰
(遣り繰り) zn. tijdelijk hulpmiddel o.; lapmiddel o. ¶ 遣繰する tijdelijk hulpmiddel vinden; zich voorloopig weten te redden.
bōkyaku忘却
zn. vergetelheid v. ¶ 忘却する vergeten; uit het geheugen bannen. ¶ 世間から忘却される in vergetelheid geraken; vergeten zijn. ¶ 自己の地位を忘却する zijn positie vergeten. ¶ 前後を忘却する zich vergeten.
haji
zn. schande v. ¶ 恥を雪ぐ schande uitwisschen. ¶ 恥を知らぬ geen schaamte kennen; schaamteloos. ¶ に恥をかかす iemand beschaamd maken. ¶ 此の恥かきめ foei!; schandelijk!. ¶ 恩惠を乞ふを恥とする ik schaam mij om een gunst te vragen. ¶ 恥をかく schaamte op zich laden. ¶ 恥ぢる zich schamen; beschaamd zijn.
kibarashi氣晴
(気晴らし, 気晴し) zn. verstrooiing v.; uitspanning v.; amusement o. ¶ 氣晴する zich verstrooien; zich ontspannen; zich uitspannen.
tashinamu嗜む
i.w. (1) [好む] houden van; smaak hebben voor; gevoel hebben voor. (2) [愼み] zich weten te beheerschen; zich beschaafd gedragen; bescheiden zijn; zedig zijn.
ugoku動く
i.w. (1) [動く] bewegen; zich bewegen. (2) [移動] van plaats veranderen; zich verplaatsen. (3) [運轉] loopen; gaan; werken. (4) [變動] veranderen; zich wijzigen. (5) [搖ぐ] schommelen; schudden. (6) [感ずる] geroerd worden; getroffen zijn. ¶ 動かざる onbewegelijk; roerloos; (の) onbewogen; onverschillig. ¶ 動かざる泰山の如し rotsvast; onwankelbaar. ¶ 一寸も動かない er wordt niets verkocht. ¶ 時計が動かなくなった het horloge staat stil. ¶ 一寸も動くことならぬぞ verroer je niet!; blijf stokstil staan!
matagaru跨る
i.w. (1) [等に] schrijlings zitten op. (2) [亙る] zich uitstrekken over. (3) [等] overbruggen.
kyūyō休養
zn. rust v.; recreatie v.; ontspanning v. ¶ 休養する rust nemen; uitrusten; op zijn verhaal komen; zich herstellen. ¶ 休養recreatiezaal; ontspannings-lokaal.
najimu馴染む

i.w. zich hechten aan; bevriend worden met; zich thuisvoelen bij; gewend raken aan.

egaku畫く

(画く, 描く) t.w. teekenen (單彩線描); schilderen. (着色); schetsen (寫生). (心に) voorstellen; (描寫) malen; afschilderen; i.w. zich verbeelden. ¶ 山水を畫く landschap schilderen. ¶ 心に畫く zich iets voorstellen. ¶ 空中樓閣を畫く lucht kasteelen bouwen.

fuson不遜

zn. aanmatiging v. ¶ 不遜な aanmatigend; hoogmoedig. ¶ 不遜の振舞をする zich aanmatigend gedragen; () dik doen.

megurasuめぐらす

t.w. (1) [繞らす] omringen. (2) [廻らす] ronddraaien. ¶ 柵を廻らす omheinen. ¶ 踵をめぐらす zich omdraaien. ¶ をめぐらす omkijken; het hoofd omwenden; terugzien op. ¶ 一策をめぐらす een plan bedenken.

hōfuku報復

zn. vergelding v.; weerwraak v.; represaille v. ¶ 報復する vergelden; wraak nemen; zich wreken. ¶ 報復税率 invoerrecht bij wijze van represaille. ¶ 報復手段 represaillemaatregel.

hōfutsu髣髴

zn. gelijkenis v.; vaagheid v. ¶ 髣髴する gelijken op; zich vaag voordoen. ¶ 髣髴として vaag; flauw. ¶ 水天髣髴 vage horizon.

SUPPLEMENT (trefwoord)
shaberu喋る
(-r stam) (1) babbelen; kletsen; (niet serieus, vrijblijvend) praten; roddelen. ¶ 日本人遭遇して日本語めっちゃしゃべった。 Nihonjin to sōgōshite nihongo mettcha shabetta. Toevallig een Japanner ontmoet, we hebben tijdenlang gebabbeld. (twitter) (2) informatie doorvertellen die niet voor anderen bestemd is; zich iets laten ontvallen; zich verspreken; roddelen. ¶ しゃべってしまった shabette shimatta ik versprak me (twitter) ¶ 眠すぎて真実しゃべってしまった Nemusugite shinjitsu shabette shimatta Ik was te slaperig en liet me ontvallen hoe het werkelijk in elkaar zit. (twitter) ¶ あ、ごめんなさい。聞かれてもいない余計なことをしゃべってしまったと思って、ツイート消しちゃった。 A, gomen nasai. Kikarete mo inai yokei na koto wo shabette shimatta to omotte, twiito keshichatta. O, neem me niet kwalijk. Omdat ik dacht dat ik nodeloos uitweidde over dingen die me niet eens gevraagd waren had ik de tweet verwijderd. (twitter) (3) praten over iets. ¶ テレビでは、我が国の将来の問題を誰かが深刻なをしてしゃべっている。 Terebi de wa, wagakuni no shōrai no mondai wo dare ka ga shinkoku na kao wo shite shabette iru. Op TV is iemand met een ernstige blik over de problemen van ons land aan het praten. (4) (in) een taal praten; een taal spreken. (TTC) ¶ 彼ら英語をしゃべっていますか。 Karera wa eigo wo shabette imasu ka. Spreken ze Engels? (TTC) ¶ 彼はとうとう中国語をしゃべるようになりました。 Kare wa tōtō chūgokugo wo shaberu yō ni narimashita. Hij is eindelijk Chinees gaan praten. (twitter)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zich>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
unu‎ [= uitroep van verontwaardiging] tss; wel allemachtig!; jemig nog toe!; ; (1) [min.] jij; (2) zich; zichzelf
onore (1) hela [heftige toeroep]; (2) komaan [kreet waarmee men zichzelf aanspoort]; ; (1) zichzelf; zich; (2) ik; ikzelf; zelf [bescheiden tegenhanger van ware 我]; (3) [min.] jij; [min., veroud.] gij; ; zelf; in z'n eentje; in eigen persoon; vanzelf; uit zichzelf
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.49 sec. jiten.nl: 35 treffers, warandict: 2 treffers (zoekopdracht: 'zich', strategie: exact). 
2005-2019