日蘭辭典+

10 resultaten voor ‘zichzelf’
日蘭辭典 (trefwoord)
tandoku單獨
(単独) zn. onafhankelijkheid v. ¶ 單獨onafhankelijk; op zichzelf staand. ¶ 單獨で alleen; afzonderlijk; onafhankelijke; (俗) op eigen houtje. ¶ 單獨媾和 afzonderlijke vrede. ¶ 單獨海損 averij particulier.
itasu致す
t.w. (1) [行ふ] doen; verrichten. (2) [招來] te weeg brengen; veroorzaken. (3) [輸送] vervoeren; transporteeren. ¶ どう致しまして niet te danken. ¶ 失禮いたしました neem mij niet kwalijk. ¶ 致す een dienst bewijzen; zijn best doen voor. ¶ 致す zijn leven opofferen. ¶ は自ら禍を致したのだ hij heeft het aan zichzelf te wijten; het is zijn eigen schuld. ¶ 富を致す rijkdom vergaren.
hazukashime辱め
zn. (1) [恥辱] schande v. (2) [侮辱] beleediging v. ¶ 自ら辱めを招く schande over zichzelf brengen. ¶ 辱めを忍ぶ beleediging dulden.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zichzelf>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
unu‎ [= uitroep van verontwaardiging] tss; wel allemachtig!; jemig nog toe!; ; (1) [min.] jij; (2) zich; zichzelf
ware (1) ik; (2) je; jij; [veroud.] ge; gij; ; zelf; zichzelf
自分 jibun [form.] ik; ikzelf; [attr.] mijn [(♂) persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon mannelijk enkelvoud]; ; zelf; zichzelf; zijn eigen persoon(lijkheid); [attr.] eigen; [attr.] persoonlijk
ji (1) a. ik; mezelf; (2) b. eigen; zelf; zichzelf; (3) c. vanzelf; uit zichzelf; (4) d. vanaf
自ら mizukara persoonlijk; zelf; in eigen persoon; zichzelf; eigen; bij zichzelf; op zijn eigen; ; het zelf; de eigen persoon
mi (1) lichaam; lijf; lijfje; karkas; donder; [volkst.] flikker; [volkst.] sodeflikker; [vulg.] sodemieter; [Barg.] gebbe; [veroud.] ziel; (2) filet; visfilet; visvlees; vlees; vis [bot- of graatloos stuk vlees of vis]; (3) de eigen persoon; het zelf; zichzelf; (4) iemands positie; iemands plaats; iemands situatie; rang; stand; (5) lichaam van een mes; lemmet; lemmer; kling; blad [van bijl, zaag]; (6) pot [i.t.t. deksel]; houder; vat
onore (1) hela [heftige toeroep]; (2) komaan [kreet waarmee men zichzelf aanspoort]; ; (1) zichzelf; zich; (2) ik; ikzelf; zelf [bescheiden tegenhanger van ware 我]; (3) [min.] jij; [min., veroud.] gij; ; zelf; in z'n eentje; in eigen persoon; vanzelf; uit zichzelf
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.38 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'zichzelf', strategie: exact). 
2005-2019