Japans-Nederlands woordenboek van Peter Adriaan van de Stadt

日蘭辭典 Nichi-Ran jiten, 1934

grumpy himself Japans-Nederlands woordenboek, Nichi-Ran jiten, 1934
Home Help JPEG versie Laatste toevoegingen Maak woordenlijsten
3 resultaten voor ‘zo’.
TREFWOORDEN¹
sayō左樣
(左様) bw. (1) [其通り] zoo; op die wijze. (2) [然り] inderdaad; ja. ¶ 左樣ならals dat zoo is; wel, dan ........ ¶ 左樣な zulk; zoodanig.
TREFWOORDEN
iyaいや
tw. o!; och!; bw. zoo. ¶ いや今日は zoo, hoe gaat het er mee? ¶ いや大變だ och, wat vreeselijk!
dekiru出來る
(出来る) i.w. (1) [仕上がる] gereed zijn; voltooid zijn. (2) [製造] gemaakt zijn; vervaardigd zijn. (3) [生長] groeien. (4) [出産] geboren zijn. (5) [發生] voorkomen; gebeuren; voortspruiten uit. (6) [熟達] bekwaam zijn in; goed kennen. (7) [能力] kunnen; in staat zijn. ¶ 出來るなら zoo mogelijk. 出來るだけ zoo veel mogelijk. ¶ 出來る限りの力で met alle macht. 御飯が出來ました het eten is klaar. ¶ 此の卓子は能く出來て居る deze tafel is goed gemaakt. ¶ 松はことによく出來る denneboomen groeien hier goed. ¶ コレラ患者が船に出來た er is een geval van cholera aan boord voorgekomen. ¶ 蘭語出來る hij kent Hollandsch. ¶ 十里步くことが出來る tien mijl kunnen lopen.