日蘭辭典+

52 resultaten voor ‘zuiver’
日蘭辭典 (trefwoord)
junsui純粹
(純粋) zn. zuiverheid v.; reinheid v. ¶ 純粹zuiver; rein; onvermengd; fijn; echt; puur.
jun
zn. zuiverheid v.; reinheid v. ¶ 純量 netto gewicht. ¶ 純能率 nuttig effect. ¶ 純金 zuiver goud.
seiketsu清潔
zn. reinheid v.; zindelijkheid v.; zuiverheid v. ¶ 清潔schoon; zindelijk; rein. ¶ 清潔にする reinigen; schoonmaken. ¶ 清潔屋 reiniger der privaten.
tadashii正しい
bn. (1) [正當な] rechtvaardig; billijk. (2) [正直な] eerlijk. (3) [眞實な] waar. (4) [適當] juist. ¶ 正しい eerlijk man. ¶ 正しき語法 juist gebruik van woorden. ¶ 正しい方法 de goede manier; de ware weg. ¶ 血統の正しい van zuiver bloed.
tada
(ただ、唯、徒、但、常) bw. (1) [單に] alleen maar; slechts. (2) [排他的に] uitsluitend. (3) [無駄に] te vergeefs. (4) [無代] voor niets; om niet; gratis. ¶ 只の enkel; uitsluitend; (無料な) vrij; gratis; gewoon (通常の). ¶ ただ一つの eenig. ¶ 徒人 een gewone man. ¶ 唯の一夜に in een enkelen nacht.
mazari雜ざり
(混ざり) zn. verontreiniging v.; onzuiverheid v. ¶ 雜ざりのない zuiver; onvermengd. ¶ 混ざり物 mengsel; verontreinigde stof.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zuiver>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
クリーンkuriin (1) schoon; proper; zuiver; rein; (2) onberispelijk; correct; vlekkeloos
ストレートでsutoreetode (1) opeenvolgend; direct achter elkaar; op rij; (2) direct; rechtstreeks; zonder omwegen; (3) puur; onverdund; zuiver
一重hitoe (1) eenlagig iets; enkele laag; (2) ongevoerde kleding; (3) zomergoed; zomerkleding; zomerkimono; (4) [plantk.] enkelbloemig; met één laag bloemblaadjes; (5) puur; onversneden; zuiver; onvermengd; onverdeeld; (6) meer; nog meer; een tandje bij; intenser
唯 ; 只 ; 常 ; 徒tada (1) enkel; uitsluitend; puur; zuiver; enig; [inform.] enigst; (2) slechts; louter; enkel; maar; alleen (maar); (3) zo maar; zonder meer; zonder reden; (4) alleen; maar; echter; het enige is; dat; (5) gewoon; alledaags; normaal; algemeen; gebruikelijk; doodgewoon; niet bijzonder; gangbaar; banaal; triviaal; modaal; doorsnee; ordinair; (6) gratis; kosteloos; zonder kosten; vrij; voor niets; belangeloos; franco; [i.h.b.] ongestraft; [i.h.b.] straffeloos
明朗meirou (1) vrolijk; joviaal; prettig; zonnig; (2) schoon; zuiver; fair; sportief; eerlijk; helder; open
明朗なmeirouna (1) vrolijk; joviaal; prettig; zonnig; (2) schoon; zuiver; fair; sportief; eerlijk; helder; open
saya (1) [~に] klaar; duidelijk; (2) [~に] netjes; zuiver; (3) [~に] ruisend; ritselend
本格的honkakuteki (1) echt; authentiek; regulier; waar; zuiver; serieus; onvervalst; regelrecht; rasecht; werkelijk; op-en-top; formeel; [Belg.N.] in regel; genuïen; volslagen; (2) op dreef; op gang; op schot; op weg; op volle toeren
本格的なhonkakutekina echt; authentiek; regulier; waar; zuiver; serieus; onvervalst; regelrecht; rasecht; werkelijk; op-en-top; formeel; [Belg.N.] in regel; genuïen; volslagen
正しいtadashii (1) correct; juist; goed; zuiver; waar; recht; [m.b.t. antwoord e.d.] kloppend; (2) correct; juist; gepast; aangewezen; terecht; passend; gerecht; billijk; gerechtvaardigd; rechtmatig; (3) braaf; goed; deugdzaam; rechtschapen
正味shyoumi [attr.] netto; [attr.; afk.] nto.; [attr.] schoon; [attr.] zuiver
正味のshyoumino netto; [afk.] nto.; schoon; zuiver
正真正銘shyoushinshyoumei [~の] rasecht; zuiver; authentiek; origineel; onvervalst; volbloed; op en top; van het zuiverste water
正確seikaku correct; accuraat; juist; exact; stipt; precies; nauwkeurig; zuiver; punctueel; secuur; trefzeker
正確なseikakuna correct; accuraat; juist; exact; stipt; precies; nauwkeurig; zuiver; punctueel; secuur; trefzeker
正確にseikakuni correct; accuraat; juist; exact; stipt; precies; nauwkeurig; zuiver; punctueel; secuur; trefzeker
清いkiyoi (1) vlekkeloos; klaar; helder; zuiver; puur; (2) nobel; eerbaar
清げkiyoge rein; puur; zuiver; ongerept; gaaf; schoon; mooi; knap; keurig; verzorgd
清らかkiyoraka rein; zuiver; helder; klaar; puur; schoon; clean; proper; kuis; zedig
清浄なseijouna zuiver; puur; rein; schoon; zindelijk
清浄seijou (1) zuiverheid; puurheid; reinheid; (2) een triljardste; 10−21; (3) zuiver; puur; rein; schoon; zindelijk
清潔seiketsu (1) reinheid; netheid; properheid; zindelijkheid; zuiverheid; (2) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (3) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer
清潔なseiketsuna (1) rein; net; schoon; proper; zindelijk; zuiver; puur; hygiënisch; (2) integer; zuiver (op de graat); clean; onbesproken; keurig; eerlijk; onberispelijk; smetteloos; [fig.] koosjer
清澄seichou klaar; helder; zuiver; lucide; limpide
清純なseijunna zuiver; puur; rein; onschuldig; innocent
sei (a) klaar; helder; (b) zuiver; rein; (c) koel; verfrissend; (d) netjes maken; opruimen; (e) [= honoratief voorvoegsel]
ketsu zuiver; rein
潔いisagiyoi (1) moedig; manhaftig; dapper; sportief; ruiterlijk; gallant; waardig; goedschiks; onbezwaard; (2) zuiver; rein; (3) eerzaam; correct; netjes; integer; (4) aangenaam; prettig
潔白keppaku (1) zuiverheid; puurheid; reinheid; onschuld; onschuldigheid; innocentie; (2) zuiver; puur; rein; onschuldig
澄み切ったsumikitta klaar; helder; zuiver; rein; sereen
澄明choumei klaar; helder; lucide; zuiver
無垢muku (1) [boeddh.] vimalā [= onbezoedeldheid; smetteloosheid]; (2) ongereptheid; onbevlektheid; vlekkeloosheid; onschuld; schuldeloosheid; (3) onversnedenheid; onvermengdheid; zuiverheid; reinheid; puurheid; (4) effen kimono; (5) onbezoedeld; smetteloos; ongerept; onbevlekt; vlekkeloos; onschuldig; schuldeloos; puur; zuiver; rein; onversneden; onvermengd
無垢のmukuno (1) zuiver; puur; rein; vlekkeloos; smetteloos; onbevlekt; ongerept; zonder smet; (2) onschuldig; innocent; (3) puur; onversneden
白いshiroi (1) wit; blank; [m.b.t. haar] grijs; (2) leeg; blanco; onbeschreven; onbedrukt; oningevuld; opengelaten; (3) net; proper; schoon; rein; zuiver; smetteloos; vlekkeloos; [fig.] onbedorven; [fig.] onschuldig
真っma pal ~; vlak ~; precies ~; exact ~; zuiver ~; puur ~; onversneden ~; geheel ~; volkomen ~; helemaal ~ [nadrukkelijker dan 真-]
ma (1) het ware; waarheid; werkelijkheid; (2) oprecht ~; eerlijk ~; rechtvaardig ~; waar ~; (3) recht ~; juist ~; vlak ~; precies ~; exact ~; puur ~; zuiver ~; (4) gewone ~; echte ~ [prefix voor planten- en dierennamen]
純一junitsu (1) zuiverheid; puurheid; homogeniteit; (2) zuiver; puur; onversneden; onvermengd; homogeen
純正junsei (1) puur; zuiver; echt; onvervalst; authentiek; (2) [wetensch.] zuiver (i.t.t. toegepast)
純真junshin (1) zuiverheid; puurheid; reinheid; onschuld; innocentie; (2) zuiver; puur; rein; onschuldig; innocent
純粋junsui (1) puurheid; [form.] puurte; zuiverheid; [w.g.] zuiverte; [m.b.t. metalen] gedegenheid; (2) echtheid; raszuiverheid; onvervalstheid; genuïteit; authenticiteit; oorspronkelijkheid; waarachtigheid; onschuld; schuldeloosheid; onnozelheid; [fig.] blankheid; (3) puur; zuiver; louter; naturel; [m.b.t. metalen] gedegen; (4) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
純粋なjunsuina (1) puur; zuiver; louter; naturel; [~金属] gedegen; (2) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
純粋のjunsuino (1) puur; zuiver; rein; louter; naturel; [~金属] gedegen; (2) echt; rasecht; raszuiver; volbloed; pur sang; onvervalst; [fig.] ongemengd; [fig.] onvermengd; absoluut; genuïen; authentiek; oorspronkelijk; waarachtig; onschuldig; schuldeloos; onnozel; [fig.] blank
jun (1) zuiver; puur; echt; onversneden; onvermengd; authentiek; onvervalst; (2) onbevlekt; rein; onschuldig; onbedorven; (3) puur …; zuiver …; (a) zuiver; puur
綺麗 ; 奇麗kirei (1) mooi; knap; (2) schoon; zuiver
綺麗な ; 奇麗なkireina (1) mooi; knap; (2) schoon; zuiver
sei (1) wijze; heilige; (2) klare; verfijnde sake; (3) heilig; gewijd; geheiligd; sacraal; sacramenteel; (4) [r.-k.] heilig; sint; [afk.] H.; [afk.] St.; (a) wijze; heilige; (b) keizer; keizerlijk; (c) grootmeester; virtuoos; (d) heilig; gewijd; zuiver
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 0.86 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 46 treffers (zoekopdracht: 'zuiver', strategie: exact). 
2005-2021