Japans-Nederlands woordenboek van Peter Adriaan van de Stadt

日蘭辭典 Nichi-Ran jiten, 1934

grumpy himself Japans-Nederlands woordenboek, Nichi-Ran jiten, 1934
Home Help JPEG versie Laatste toevoegingen Maak woordenlijsten
[set nolinks]
2 resultaten voor ‘hai’.
TITELWOORDEN
haiはい
bw. ja; hier ben ik; ik kom al.
SUPPLEMENT
haiはい
[T]
(tussenwerpsel) (1) [reactie die instemming betuigt met een voorafgaande uiting die bevestigend is of bevestiging impliceert] ja; jawel; jazeker; ik snap het; oké; akkoord. [reactie die instemming betuigt met een ontkennende vraag] nee; dat is [niet] zo; klopt. ¶ 「分かりますか」「はい、わかります」 ‘begrijp je het?’ ‘Ja, ik begrijp het’. ¶ 「分かりませんか」「はい、分かりません」 ‘begrijp je het niet?’ ‘nee, ik begrijp het niet’. ¶ 「入ってよろしいですか」「はい、どうぞ」 ‘mag ik binnenkomen?’ ‘ja, alsjeblieft’. ¶ 「あなた達は学生ですか」 「はい、そうです ‘zijn jullie studenten?’ ‘ja, dat klopt’. ¶ 「今日来ませんか」 「はい ‘komt hij vandaag niet?’ ‘nee’. ¶ 「明日も来てくれませんか」 「はい、伺います」 ‘[waarom] kom je morgen ook niet?’ ‘dat is goed, ik zal komen’. (2) [om aan te geven dat men luistert] oh?; ah; oh ja? (3) [om aan te geven dat men aanwezig is] hier ben ik! present! (4) [om de aandacht te trekken wanneer men iets wil geven of gaan zeggen of vragen] ¶ 「はい。こちらがレシートです ‘alstublieft, hier is uw bon’. ¶ 「はい、百円のおつりです ‘alstublieft, 100 Yen wisselgeld’. ¶ 「はい、あなたの鍵です ‘hier, je sleutels’. ¶ 「はい」「何ですか」 「ちょっと質問があるんですが」 ‘meneer?’ ‘wat is er?’ ‘ik wil iets vragen ...’