
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <とう>
党 tō (1) partij; [i.h.b.] politieke partij; (2) [maatwoord voor partijen]
刀 tō (a) zwaard; mes; (b) [Chin.gesch.] mesmunt; mesgeld
唐 tō (a) [Chin.gesch.] Táng-dynastie; (b) China; (c) onzin; (d) onverwachts
問う;訪う tou (1) vragen naar [iems. gezondheid enz.]; informeren naar; navraag doen naar; navragen; [veroud.] bevragen; (2) [i.c.m. sekinin o 責任を] ter verantwoording roepen; [i.c.m. sekinin o 責任を] iems. consciëntie onderzoeken; [i.c.m. tsumi ni 罪に] beschuldigen van; betichten van; ten laste leggen; aantijgen; aanklagen wegens; (3) [zonder te] letten op; [geen] rekening houden met; [geen] acht slaan op; zich [niet] storen aan; zich [niet] bekommeren om; zich [niets] gelegen laten liggen aan; zich [niets] aantrekken van; [niet] geven om; [niet] talen naar; ongeacht; onverschillig of; met voorbijgaan van [i.c.m. ontkenningspartikels]
塔 tō (1) [boeddh.] stoepa; stūpa; [i.h.a.] pagode; (2) spitse toren; spits bouwsel; [bouwk.] naald; [m.b.t. televisie] mast; (3) [maatwoord voor torens;masten]; (a) [boeddh.] stoepa; (b) torengebouw; toren
島 tō het eiland ~
当 tō (1) wat juist; rechtvaardig; billijk is; recht; gerechtigheid; billijkheid; gepastheid; (2) dit; deze; onderhavig; gegeven; zich voordoend; genoemd; in kwestie; waarover; over wie we het hebben; waar het om gaat; dat aan de orde is; (3) ons; onze
当 tō (1) terechtheid; redelijkheid; billijkheid; gepastheid; wat juist; rechtvaardig; billijk is; (2) [boeddh.] anāgata; toekomst; (3) dit; deze; ons; huidig; onderhavig; in kwestie; gegeven; zich voordoend; genoemd; waarover; over wie we het hebben; waar het om gaat; dat aan de orde is; (a) vervuld worden; passen; (b) voldoen aan; beantwoorden aan; (c) op zich nemen; zich belasten met; (d) op de situatie afgaan; (e) toewijzen; (f) huidig; voor het ogenblik; (g) die; deze; (h) zoals het hoort; (i) verkozen zijn
投 tō (1) [sportt.] het werpen; worp; het gooien; gooi; (2) [honkb.] pitchers; werpers; (3) worp; gooi; (a) gooien; begooien; (b) inwerpen; (c) eruit gooien; wegwerpen; opgeven; (d) toedienen; toesturen; (e) afstemmen; samenvallen; (f) blijven; verblijven
東 tō (1) Tō; (a) oosten; oost; (b) [wǔxíng] lente
棟 tō (1) groot gebouw; (2) [maatwoord voor gebouwen;huizen;loodsen;koopwoningen;woningcomplexen e.d.]
灯;燈 tō [kwantor om het aantal elektrische lampen te tellen]
盗 tō (a) diefstal; stelen; dief; (b) [honkb.] gestolen honk
等 tō (1) enzovoort(s); en zo verder; en zo meer; et cetera; en dergelijke; en (al) dat soort dingen; en andere; en de rest; of iets dergelijks; en anderszins; of anderszins; en (wat) dies meer (zij); en zo; vul maar in; en wat al niet; en wat al nog meer; [inform.] blablabla; enz.; etc.; e.a.; e.d.; o.i.d.; (2) -e klas(se); -e plaats; -e graad [kwantor om een bep. klasse;rang(orde) enz. te tellen]
筒 tō (1) [maatwoord voor cylindrische voorwerpen;zoals injectiespuiten e.d.m.]; (a) buis; koker
答 tō (a) antwoorden; repliceren; (b) antwoord; oplossing
籐;トウ tō [plantk.] rotan; Spaans riet; rotting; hengelriet; Calamus rotang
糖 tō (1) [chem.] suiker; (a) suiker; (b) [chem.] gluc-; glyc-; suiker-; zoet-
統 tō (1) serie [= chronostratigrafische eenheid]; (2) [maatwoord voor staande visnetten]; (a) reeks; lijn; filiatie; (b) bijeenbrengen
藤 tō (1) Tō; (a) blauweregen; (b) klimplant; (c) [afk.] Fujiwara
鐙 tō stijgbeugel
闘 tō (a) vechten; slag leveren; (b) wedstrijd; kamp
頭 tō (1) ~ stuk(s) [kwantor om bep. viervoeters (paarden;runderen;honden e.d.) te tellen]; (2) ~ stuk(s) [kwantor om ceremoniële hoofddeksels;helmen;maskers e.d. te tellen]
Tijd: 1.11 sec. jiten.nl: 1 treffer, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'とう').
2005-2026
