
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (titelwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <janken>
じゃん拳 janken spelletje Japans soeten; steen-papier-schaar [uitmaken wie het spel begint (c.q. wint) door gelijk met de tegenspeler één van drie handgebaren (gestrekte hand [papier]; gespreide wijs- en middelvinger [schaar] of gebalde vuist [steen]) uit te steken]
哀哭する aikokusuru weeklagen; jammeren; klagen; lamenteren; kermen; janken; huilen
嘯く usobuku (1) gelaten zeggen; met het grootste gemak beweren dat; schaamteloos; arrogant stellen dat; (2) opscheppen; pochen; snoeven; bluffen; overdrijven; (3) zwaar uitblazen; [i.h.b.] fluiten; (4) declameren; voordragen; opzeggen; (5) [dierk.] huilen; janken
泣き喚く nakiwameku janken; huilen; schreien; krijten; ach en wee roepen
泣く;哭く naku (1) huilen; schreien; janken; gieren; [form.] wenen; [form.] krijten; [inform.] blèren; [inform.] blerken; [pejor.] grienen; [i.h.b.] in tranen zijn; [Barg.;volkst.] piemelen; [Barg.] glimmen; [Barg.] planjeren; (2) verdriet hebben; treurig zijn; (3) erop toegeven; [i.h.b.] een gevraagde koopprijs verminderen; afkomen
Tijd: 1. sec. jiten.nl: 1 treffer, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'janken').
2005-2026
