日蘭辭典+

18 resultaten voor ‘schrappen’
日蘭辭典 (trefwoord)
kesu消す
t.w. (1) [を] blusschen. (2) [文字を] uitschrappen; uitvlakken; uitwisschen; doorstrepen. i.w. (3) [毒を] tegengif geven tegen. t.w. (4) [相殺] neutraliseren; tegenwicht geven. ¶ 燈火消す lamp uitdoen.
massatsu抹殺
zn. schrapping v.; uitschrapping v. ¶ 抹殺する doorschrappen; uitschrappen; schrappen; uitwisschen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <schrappen>
カットする kattosuru (1) knippen; kappen; (2) [宝石を] snijden; (3) [sportt.] kappen; snijden; afsnijden; onderscheppen; effect geven; meegeven; een kapbeweging maken; (4) [filmk.] cutten; snijden en lassen; (5) inkorten; verkorten; couperen; weglaten; doorstrepen; doorhalen; schrappen; (6) verminderen; verlagen; reduceren; beperken; inkrimpen; korten; besnoeien; bezuinigen
削る kezuru (1) [木材を] schaven; met een schaaf bewerken; vijlen; met een vijl bewerken; [鉛筆を] scherpen; slijpen; (2) een streep halen door; doorhalen; doorstrepen; schrappen; doorschrappen; (3) verminderen; inkrimpen; terugschroeven; beknotten; beperken; korten; bekorten; inkorten; reduceren; (4) [鎬を] een verwoede strijd voeren; een hevige; zware strijd leveren; fel strijden
削除する sakujosuru schrappen; wegschrappen; doorhalen; doorstrepen; doorschrappen; wegstrepen; royeren; wissen; [comp.] deleten
取り止める toriyameru afgelasten; annuleren; afzeggen; afblazen; cancelen; schrappen; [婚約を] verbreken; het afmaken; uitmaken
抹殺する massatsusuru (1) schrappen; wegschrappen; uitschrappen; uitwissen; uitvegen; wegvegen; wegwrijven; uitvlakken; uitgummen; raderen; wegraderen; expungeren; royeren; doorhalen; doorstrepen; wegstrepen; wegkruisen; tenietdoen; (2) loochenen; ontkennen; verwerpen; negeren; ignoreren; miskennen; verloochenen; (3) liquideren; elimineren; uit de weg ruimen; van kant maken; vermoorden; doden; mollen; vernietigen; uitroeien; verdelgen; wegvagen; oblitereren
抹消する masshōsuru schrappen; doorhalen; doorstrepen; doorschrappen; royeren; wegschrappen; afschrappen; wegstrepen; doorschrijven; doorstrijken; wegstrijken; een streep halen door; de pen halen door; [niet alg.] doordoen
擦る;摩る;磨る;擂る suru (1) wrijven; strijken; schuren; [マッチを] aanstrijken; (2) wetten; slijpen; (3) schrappen; wissen; (4) fijnmalen; stampen; gruizen; vergruizen; vergruizelen; pletten; mortelen; (5) verkwisten; verspillen; verbeuzelen; verkwanselen; vermorsen; erdoor(heen) jagen; (6) slijmen; vleien; naar de mond praten; pluimstrijken; stroopsmeren; strooplikken; gatlikken
横線を引く ōsen'ohiku (1) een horizontale lijn; streep trekken; (2) een streep halen door; doorstrepen; doorhalen; schrappen
横線を引く yokosen'ohiku (1) een horizontale lijn; streep trekken; (2) een streep halen door; doorstrepen; doorhalen; schrappen
satsu (a) doden; (b) afschaven; schrappen; (c) [intensivum: versterkt de betekenis van het grondwoord]
消す kesu (1) (van vuur) uitdoven; (van vuur) blussen; (van vuur) doven; (van vuur) doen ophouden; (van vuur) uitdoen; (van een kaars) uitblazen; (2) (van licht; van radio; van televisie; een elektrisch toestel; etc.) uitschakelen; (van licht; van radio; van televisie; een elektrisch toestel; etc.) afzetten; (van licht; van radio; van televisie; een elektrisch toestel; etc.) buiten werking stellen; (van licht; van radio; van televisie; een elektrisch toestel; etc.) doven; (van licht; van radio; van televisie; een elektrisch toestel; etc.) uitdoen; (3) [ガスを] het gas uitdraaien; uitzetten; afsluiten; de gaskraan dichtdraaien; (4) wegvegen; uitvegen; wegvagen (met een vlakgom); uitwissen (van voetsporen); wissen (uit zijn geheugen); uitvlakken; (5) (een letter; een woord; een passage; etc.) doorhalen; (een letter; een woord; een passage; etc.) doorstrepen; (een letter; een woord; een passage; etc.) schrappen; (een letter; een woord; een passage; etc.) doorschrappen; (6) (van geluid) dempen; (van geluid) smoren; (van geluid) absorberen; (van geluid) niet weerkaatsen; (van geluid) krachteloos maken; (7) (een geur) verdrijven; (een geur) doen verdwijnen; (een geur) verjagen; (een geur) neutraliseren; (8) (een zuur; een vergif; de werking van een medicijn; etc.) neutraliseren; (een zuur; een vergif; de werking van een medicijn; etc.) een tegengif geven tegen ...; (een zuur; een vergif; de werking van een medicijn; etc.) een antidotum geven tegen ...; (een zuur; een vergif; de werking van een medicijn; etc.) onschadelijk maken; (9) vermoorden; ombrengen; liquideren; doden; koud maken; afmaken; om zeep helpen; voorgoed tot zwijgen brengen; onschadelijk maken; (10) [姿を] verdwijnen; uit het zicht verdwijnen; van de scène verdwijnen; in rook opgaan; het toneel verlaten; van het toneel verdwijnen
消却する shōkyakusuru (1) schrappen; afschrappen; verwijderen; royeren; afschrijven; doorhalen; doorschrappen; (2) opgebruiken; geheel verbruiken; opmaken; opsouperen; [w.g.] opbezigen; (3) delgen; aflossen; terugbetalen; vereffenen; inlossen; restitueren; amortiseren; uitdelgen
無くす nakusu verliezen; kwijtraken; erbij inschieten; derven; zoekmaken; wegmaken; wegdoen; afvoeren; schrappen; bannen; [i.h.b.] verspelen
落とす otosu (1) laten vallen; neergooien; naar beneden gooien; droppen; (2) verliezen; zonder dat men er zich van bewust is iets laten vallen; al gaande ongemerkt laten vallen; kwijtraken; (3) [een vlek] verwijderen; uitwassen; wegwassen; [een baard] afscheren; wegscheren; afschrapen; wegschrapen; (4) innemen; veroveren; doen vallen; bemachtigen; zich meester maken van; (5) weglaten; schrappen; ontdoen van; laten uitvallen; (6) zachter gaan praten; [zijn stem] verstillen; verzachten; [zijn blik] naar de beneden richten; [zijn blik] naar de grond richten; [zijn blik] neerslaan; (7) (zich) verlagen; zich vernederen; degraderen; ontaarden; in waarde verminderen; [het vertrouwen] verliezen; (8) verslechteren; slechter maken; (9) [een duivel;een kwade geest etc.] uitdrijven; [een ziekte;een kwaal etc.] verdrijven; genezen; (10) afdingen; afbieden; pingelen; (11) [een persoon] laten ontsnappen; laten ontkomen; laten vluchten; (12) vangen; in de val laten lopen; te pakken krijgen; (13) [een kandidaat] verwerpen; niet selecteren; niet slagen [voor een examen]; (14) [m.b.t. rakugo 落語] [een verhaal] tot een komisch einde brengen; [een verhaal] eindigen met een rake opmerking; (15) [een schaduw] werpen
除く nozoku (1) wegnemen; wegruimen; wegdoen; weghalen; eruit halen; verwijderen; aan de kant zetten; [twijfel e.d.] opheffen; ontlasten van; [de pijn e.d.] verdrijven; afhelpen van; elimineren; schrappen; uit de weg ruimen; ruimen; afschaffen; (2) uitsluiten; buitensluiten; uitlaten; weglaten; achterwege laten; weren; terzijde laten; terzijde schuiven; opzijzetten; erbuiten laten; overslaan; omitteren; uitzonderen
除名する jomeisuru iemands naam (van een lijst) schrappen; iemands naam doorschrappen; royeren; uitsluiten; uitstoten; als lid uitschrijven
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.3 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'schrappen'). 
2005-2026