Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934

Digitalisatie van 日蘭辭典

Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1925, gepubliceerd in 1934.

Zoek een pagina via paginanummer (tussen 1 en 1311) of een woord:

Pagina 1221

usugurai 薄暗

bn. halfduister; schemerig; somber.

usuguroi 薄黑い

(薄黒い) bn. donker; zwartachtig.

usui 雨水

zn. regenwater o.

usui 薄い

bn. dun; licht; flauw. ¶ 薄い茶 slappe thee. ¶ 情の薄い onverschillig; koel. ¶ 客の薄い slecht bezochte voorstelling.

usuiiroi 薄白い

bn. witachtig.

usuiro 薄色

zn. lichte kleur v. ¶ 薄色の lichtgekleurd; licht van kleur.

usuishi 臼石

zn. molensteen m.

usuita 薄板

zn. dunne plank v.; dunne plaat v.

usukawa 薄皮

zn. vlies o.; velletje o.

usukimiwarui 薄氣味惡い

(薄気味悪い) bn. angstwekkend; geheimzinnig; ijselijk.

usuku 薄く

bw. lichtelijk; flauwtjes; slap.

usukuragari 薄暗がり

zn. schemerlicht o.; half donker o.

usumekurano 薄盲の

bn. half blind.

usumeru 薄める

t.w. verdunnen; verslappen.

usumono 薄物

zn. lichte stof v.; dunnestof v.

usunikubori 薄肉彫

zn. bas-relief o.

usunoro うすのろ

zn. stommeling m.; uilskuiken o.

usupperana 薄つぺらな

bn. (1) [薄い] dun. (2) [淺薄の] oppervlakkig; onbezonnen; lichtzinnig.

usurageru 薄らげる

t.w. verlichten; verzachten; verzwakken; verslappen.

usuragu 薄らぐ

i.w. lichter worden; flauwer worden; verflauwen; verslappen.

usurazamui 薄ら寒い

bn. kil.

usureru 薄れる

i.w. flauwer en flauwer worden; geleidelijk verdwijnen.

usuro 薄絽

zn. zijdegaas o.

usuusu 薄々

bw. flauwtjes; eenigszins. ¶ 薄々解つて來る ik begin er iets van te begrijpen.

usuzumi 薄墨

(薄墨) zn. dunne inkt v. ¶ 薄墨色 grijs; grauw.

uta zn. (1) [唱歌] lied o.; zang m. (2) [歌詞] gedicht.
utagai

zn. (1) [疑念] twijfel m.; wantrouwen o. (2) [嫌疑] achterdocht v.; argwaan m.; verdenking v. (3) [疑問] vraag v.; kwestie v. ¶ 疑を抱く argwaan koesteren. ¶ 疑を解く twijfel uit den weg ruimen; geruststellen. ¶ 疑を容れず ontwijfelbaar; betrouwbaar. ¶ 疑なく ongetwijfeld; buiten kijf; stellig. ¶ 虎列刺の疑あり het wordt verdacht een geval van cholera te zijn. ¶ 疑深い argwanend; achterdochtig; ergdenkend; ongeloovig; wantrouwend.

utagau 疑ふ

t.w. (1) [疑念] betwijfelen; niet vertrouwen; wantrouwen. (2) [嫌疑] verdenken. ¶ 疑ふ餘地なし boven verdenking verheven.

utagawashii 疑はしい

bn. (1) [疑念] twijfelachtig; onbetrouwbaar; onzeker. (2) [嫌疑] verdacht.

utagokoro 歌心

zn. dichterlijke neiging v.

utaguchi 歌口

zn. mondstuk o.


Aantal gevonden regels: 31
Tijd: 0.203 sec.